De blauwdruk voor een dwergnatie

Leicester City, IJsland, Griekenland in 2004. Ze kregen het onwaarschijnlijke voor elkaar. Zijn er overeenkomsten in de drie voetbalsprookjes? „Balbezit zegt niets. Ja, dat je de bal hebt.”

Een supporter van IJsland

Leicester en IJsland hebben allebei 330.000 inwoners. Dat is toeval, meer niet. Hoogst irrelevant ook bij het maken van een vergelijking tussen de twee onwaarschijnlijkste overachievers in het Europese voetbal. Leicester City uit Leicester hoeft er niet elf uit Leicester op stellen. En IJsland uit IJsland kan geen Algerijns-Franse spelmaker aantrekken.

Niemand verwacht ook dat IJsland het à la Leicester tot een titel gaat schoppen op het EK. Maar de stunt in de Premier League, kampioen na ontsnapping aan degradatie het seizoen ervoor, bracht underdogploegen aller naties in vervoering en dat gevoel is in de ploegen gesijpeld op het EK in Frankrijk. „Leicester is het ultieme underdogverhaal”, zei verdediger Kari Anarson na 1-1 tegen Portugal afgelopen dinsdag. „Totdat wij dit toernooi winnen natuurlijk.”

Het is misschien nog niet veel, dit EK. Maar het is, in zijn nieuwe opzet met 24 landen, in ieder geval een ode aan de mindere goden. Er zijn is voor IJsland al miraculeus, met 3.000 voetballers boven de achttien jaar van wie slechts 100 prof zijn. Een klein kwart van hen vormt de selectie van IJsland. „Een teamspirit zo ongelooflijk sterk dat ze, bij wijze van spreken, niet eens een woord hebben voor ‘elkaar helpen’. Dat zit in hun natuur”, zegt Edward Metgod, analist voor het Nederlands elftal.

Het succes tart de verbeelding. Is er een blauwdruk voor een dwergnatie? Voor een club met weinig middelen? Tuurlijk niet. Hoogstens do’s and don’ts voor de voetballende have-nots. De kwalificatie van IJsland, het kampioenschap van Leicester City in de Premier League en verder terug de EK-titel van Griekenland in 2004. Freaky prestaties. De overeenkomst? Metgod: „Volharding van de coach die ervoor zorgt dat de spelers erin gaan geloven.”

Geloof dus. Karakter, mentaliteit. Moeilijk om grip op te krijgen. Wat is dat? „We willen geen spelers die ‘relaxed’ doen en niet willen rennen”, aldus technisch directeur Bill Arnar Gunnarsson van de IJslandse voetbalbond. Maar tactisch, hoe doen ze het? Gunnarsson, onderdeel van de staf rond de IJslandse ploeg, wil er nu even niets over kwijt tijdens het toernooi. Ja, vooruit, „we spelen altijd 4-4-2”.

Geen rechtsbuiten, dan geen rechtsbuiten

Metgod, die onder Louis van Gaal in 2012 aantrad als tactisch scout bij Oranje, klapt zijn laptop open en haalt zijn scoutingrapport van de EK-kwalificatiewedstrijd IJsland – Tsjechië tevoorschijn. „Dit was het eerste wat ik opschreef: eenvoudig te analyseren, moeilijk te bestrijden.” IJsland kwam met 1-0 achter die dag in stadion Laugardalsvöllur te Reykjavik. Er kwam een spits in, er ging een middenvelder uit en IJsland won met 2-1 door een winnende goal van Kolbeinn Sightorsson.

Maar de formatie bleef 4-4-2. Altijd 4-4-2, met nuances in uitvoering. Als je weinig te kiezen hebt, valt er ook weinig te veranderen. „Ze zeggen niet: ‘weet je wat, we gaan ineens met echte buitenspelers spelen’. Hebben ze namelijk niet”, zegt Metgod. „Vier verdedigers, vier middenvelders, twee spitsen. Of ze nou tegen een team met een ruit op het middenveld staan, of 4-3-3, of 5-3-2. Noem het maar op: IJsland speelt áltijd hetzelfde. Je kunt hele ingewikkelde dingen opschrijven. Doe ik ook. Maar de conclusie is: je moet het echt helemaal zelf doen tegen IJsland.”

Metgod bezoekt op het EK de nieuwe tegenstanders van het Nederlands elftal, Frankrijk en Zweden. Tegenstanders in de komende WK-kwalificatiepoule. Want dankzij IJsland zijn ‘wij’ er niet bij in Frankrijk. „Tegen Portugal speelden ze dinsdag weer precies met dezelfde elf als tegen ons, ik heb het nog opgezocht”, zegt Metgod. „Vergelijk het met Nederland: wij hebben gezocht naar de beste formatie, 4-3-3 of 5-3-2. Zij niet. Dat geeft, zeker met hun verdedigende strijdplan, enorm veel houvast.”

Alsjeblieft, jullie de bal

Metgod heeft dankzij zijn vriendschap met de tactische analist van Leicester City een aardig beeld van wat daar plaatsgevonden heeft. Hij hoort wel eens wat, wil daar niet te veel over zeggen, maar „je hoeft ook niet gestudeerd te hebben om te zien wat zij doen”.

Van de twintig ploegen in de Premier League hadden alleen Sunderland en West Bromwich Albion afgelopen seizoen minder vaak de bal dan kampioen Leicester, dat bovendien de op één na slechtste passzuiverheid had. „Balbezit zegt niets. Ja, dat je de bal hebt”, zegt Metgod. „Als je de filosofie hebt je tegenstander de wil op te leggen, en met jouw hoogwaardige balbezit je tegenstander murw te spelen, moet je dat doen. Maar wie heeft dan die spelers? IJsland zeker niet. Leicester wacht ook liever af. Je bent dominant als je daarvoor de spelers hebt.”

De wijsheid van buitenaf

Toeval, waarschijnlijk, maar de architecten van de drie genoemde succesteams zijn ervaren coaches uit een ander land die in de herfst van hun carrière glorieerden. Mannen ook die niet een hele hofhouding opdrongen aan de werkgever. De Zweed Lars Lagerbäck - Metgod: „met hem weet je wat je krijgt: 4-4-2” – wordt bijgestaan door een IJslandse co-bondscoach en wat Zweedse tactisch analisten.

„Claudio Ranieri heeft één assistent meegenomen toen hij bij Leicester begon”, zegt Metgod. „In Engeland is het heel gebruikelijk dat je een hele nieuwe staf meeneemt. Spelers dachten: ah, een Italiaan, dat wordt lang trainen, op lage intensiteit en veel tactische sessies. Hij respecteert de Engelse trainingsmethodes en spelers voelen zich daar goed bij.”

Herr Otto Rehhagel kwam in zijn eentje naar Griekenland en had slechts een Duitssprekende Griek als assistent. Dat hij Duitse degelijkheid in Griekse chaos bracht, is een cliché. Maar ga maar na. Griekenland versloeg achtereenvolgens in de knockoutfase titelhouder Frankrijk, het beste team op het toernooi Tsjechië en het gastland Portugal. Drie keer 1-0. Drie kopgoals. Twee corners en een voorzet van rechts. Vrij Duits, althans, Duits voetbal zoals dat voorheen was.

Vooral ook dingen niet doen

Het is doen wat je moet doen, maar ook niet doen wat je niet kan, zegt Metgod. „Bij IJsland weten ze dat ook nog eens exact van elkaar. Ze geven niets weg, doordat niemand buiten de tactische discipline treedt. Zij zoeken de aanvallende omschakeling, achter de ruimtes van de tegenstander. Er is daar nooit iemand de weg kwijt. Ze rennen er niet zomaar uit, naar voren.”

Neem de centrale verdedigers van Leicester City. Metgod: „Als je van zo’n Wes Morgan gaat vragen: ‘Nou ga je indribbelen, want dan lok je een speler naar je toe, en dan ga jij proberen iemand tussen de linies te vinden die van buiten naar binnen komt. Of je legt hem achter de verdediging.’ Zie je het voor je?” Nee dus. „Morgan voelt zich comfortabel dicht bij zijn eigen goal. Ranieri laat spelers doen waar ze zich goed bij voelen. En hij volhardt daarin. Als je het over een blauwdruk hebt, als die bestaat, is dat het in mijn optiek „Als jij mag doen waarvan je zelf denkt dat je er goed in bent, en je wordt erom gewaardeerd door je medespelers, en nog eens bevestigd door de media, ga je je beter voelen.”

Laat maar komen

Tegen Portugal was goed te zien dat IJsland geen enkele moeite doet de tegenstander ‘hoog’ op het veld klem te zetten. De Portugese doelman Rui Patricio speelde, op één lange bal na, al zijn achttien voortzettingen over de grond naar zijn verdedigers. IJsland geeft de defensie van de tegenstander ruimte en tijd om op te bouwen maar houdt, dat is de bedoeling, met veel inzet en energie de gelederen op eigen helft gesloten. „Ze spelen heel compact. Daarmee bedoelen we dat je geen ruimte laat tussen de linies, zodat de tegenstander niet effectief kan handelen.”

„Iedereen gaat het moeilijk krijgen tegen IJsland. Ik dacht eerst na die 1-0 van Portugal: nu gaat IJsland misschien een beetje komen. Niets van dat. Ze blijven gewoon volharden, valt die 1-1 ook nog.”

Voetbal is ook maar een mening

Wie houdt er niet van een sprookje? De underdog heeft de gunfactor, al verdraagt de voetbalpurist de methoden soms slecht. Griekenland, in 2004, voegde zich naar zijn beperkte aanvallende potentieel en zorgde voor de grootste sensatie in het Europese voetbal voor landenteams deze eeuw. Eenvoud, ja. Sexy? Nee.

Leicester bracht intussen nog voldoende attractiviteit. Spektakel dat countervoetbal ook in zich draagt, met spelers die onvermoede gaven blijken te beschikken: Vardy, Mahrez, Kanté.

Van IJsland mag weinig zinsbegoocheling verwacht worden. Het is degelijk, het werkt voor de kwalitatief minderbedeelden. Het is niet die bal dwingend en swingend rond laten gaan. Het is geen modern ‘counterpressing’ op de helft van de tegenstander. Maar in de gevleugelde woorden van Otto Rehhagel: „Modern ist, wer gewinnt.”

    • Bart Hinke