Opinie

    • Marike Stellinga

Brexit: het is níet de economie dommie

Als het over Brexit gaat kan ik duizend en een economische argumenten aanvoeren waarom een breuk tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie een slecht idee is. De economische nadelen zijn evident, hoewel de aperte doem-scenario’s waarschijnlijk overdreven zijn.

Een Weg-uit-de-EU uitslag van het referendum zal tijdelijk onzekerheid veroorzaken die niet goed is voor de Britse economie. Elke ondernemer, exporteur en investeerder zal zich aan beide kanten van het kanaal afvragen of hij niet beter even de transactie kan uitstellen. Want handel en investeringen zijn gebonden aan regels, en hoe (en wanneer) de regels veranderen na een Brexit is onduidelijk. Het VK moet op een of andere manier een nieuw handelsverdrag afsluiten met de EU. En met alle andere landen waar de EU verdragen mee heeft. Dat kan jaren duren. Afhankelijk van die deals zal de handel (en daarmee de Britse economie) op de lange termijn meer of minder geraakt worden. Dikke kans dus dat de economie in elk geval tijdelijk een duw krijgt. Wat daarna gebeurt, valt niet te voorspellen. Een walk in the park zal het niet zijn.

Maar het voornaamste argument tegen een Brexit is niet economisch, en volgens mij is het een fout van premier Cameron om zo op de economische ellende na een Brexit te hameren. Het is een negatief verhaal: we moeten niet uit de EU want dat kost geld! Je snakt naar de reden om erin te blijven. De positieve redenering om in de EU te blijven klinkt ongeveer zo: laten we samenwerken met de landen in de wereld waarmee we veel waarden en belangen delen. Op die samenwerking is onze voorspoed (materieel en immaterieel) gebaseerd.

Het klinkt u misschien niet in de oren als een killer-argument maar ik denk dat we de komende jaren in veel discussies op dit argument terugvallen. Bijvoorbeeld als we het hebben over het nog uit te onderhandelen handelsverdrag TTIP tussen de VS en Europa. Natuurlijk zijn bij een handelsverdrag de economische voors en tegens uitermate belangrijk, maar puur op economie kom je er niet. Daarvoor zijn de economische voordelen van het nog verder wegnemen van handelsbarrières te onzeker. Daarvoor zijn economische argumenten uiteindelijk te mager.

Zo moet je een antwoord hebben op wat Brexit-voorstander en UKIP-leider Nigel Farage zegt: jammer van die procent groei die we bij een Brexit kwijtraken, het gaat mij om de kwaliteit van leven. Die kwaliteit wordt in zijn ogen bedreigd door immigratie, een zorg van meer Britten.

Het Blijven-kamp onder leiding van Cameron probeert de discussie vooral over de economische schade van een Brexit te laten gaan maar dat lukt slecht. Het Vertrek-kamp doet de overweldigende hoeveelheid voorspellingen van economische instituten dat het VK schade zal ondervinden van een vertrek af als het werk van experts. En „mensen in dit land hebben genoeg van experts,” zei een lid van het kabinet deze week.

De vraag is niet of Britse kiezers de economische schade van een Brexit wel of niet geloven. De vraag is of ze die schade erger vinden dan hun grieven. Over die grieven moet je het dus hebben. En je moet er iets tegenover stellen: dat samenwerken meer waarde heeft dan meer euro’s in ieders portemonnee.

Bill Clinton won in 1992 de presidentsverkiezingen van George Bush onder andere door in zijn campagne to focussen op hoe slecht het met de economie ging. It's the economy, stupid, was zijn veel overgenomen leus. Maar de economie, economen, en de mondialisering zijn voor te veel mensen de afgelopen jaren een onbetrouwbare partner gebleken. Nu geldt: it is not the economy, stupid.

    • Marike Stellinga