Opinie

    • Hugo Camps

Blessuretijd

Er zijn niet alleen de hooligans. Er zijn ook de hemelse gezangen van Ieren en Welshmen, de close-ups van gefiguurzaagde spelersvrouwen, de losgewaaide instincten in de dug-out. Het EK in Frankrijk geeft kleur en inzage aan la condition humaine. Het is ook een afspiegeling van Europa. Geen sterke leiders op het veld, vooralsnog geen vedetten, en de verlossing ligt meestal in blessuretijd. Jean-Claude Juncker als archetypische oom. De individuele schittering moet nog komen. Zlatan, Ronaldo, Hazard, Pogba waren in de groepsfase niet het gezicht van het toernooi. Het oerkreetvoetbal van Noord-Ierland imponeerde meer. Ook als aversie.

Opvallend is dat de meeste doelpunten in het laatste kwartier vallen. In blessuretijd, zelfs. In de 93ste minuut gebeurt het. Recht of onrecht als laatkomer. Scoren in verlengde tijd is altijd een sensatie. In reguliere competities valt dat minder op, maar op dit EK wordt extra tijd opera. Alleen al de taferelen in de dug-out zijn verzen van Shakespeare. De ingewanden van de figuranten nemen het over van de buitenkant.

Zo gebeurde met Gianni de Biasi, de coach van Albanië. Toen de Fransen alweer over tijd scoorden, sprong hij uit zijn organen. Begrijpelijk want de Albanezen hadden het Les Bleus moeilijk gemaakt in de officiële speeltijd. Maar dan kwamen Griezmann en Payet het ultieme doodvonnis voltrekken over een dappere voetbalnatie. De Biasi sloeg op tilt. Terwijl hij anderhalf uur lang als een academicus langs de zijlijn had gestaan, een vuistslag op de arm van zijn assistent uitgezonderd. In blessuretijd werd de gecoiffeerde heer een halve nozem.

Gezichten van coaches moeten vereeuwigd worden. Je vindt er alles in terug: afgrijzen, wanhoop, kolder en gekkigheid. Een spiegel van vele levens. Ook de herkomst van staat en cultuur rolt zich uit als een rolmops. Joachim Löw is een modeprinsje, maar nog altijd een Duitser. Herenboer Marc Wilmots van de Belgen zwalkt in omslachtige vertelsels tussen bezit en verlangen. Tweetalig, dat wel.

De meest schrijnende close-up van een dug-out is die van de Russen. Met bondscoach Leonid Sloetsky centraal als ingezakte zoutzuil. Uit de verte lijkt hij een beetje op de legendarische coach Valeri Lobanovsky, vader van het turbovoetbal. Maar dichterbij is niets nog turbo aan Leonid. Ineengekrompen zit hij op zijn stoeltje, het hoofd verborgen in handen als kolenschoppen. Alle leed van de wereld is in hem gekropen. Sloetsky is een onbetaalde vrijwilliger van de Russische voetbalbond. Na Fabio Capello was er geen geld meer voor een nieuwe coach. Mooi van Leonid, maar de uitschakeling zal een verlossing zijn.

Het eindsignaal van de wedstrijd Duitsland-Polen was ook een bevrijding. Het voetbal van de grootmachten was zo sloom en armoedig dat je alleen nog de missers onthoudt. Met name van Ajacied Arek Milik op twee meter afstand van de goal. Sukkelachtiger kun je een bal niet schampen.

De Nederlandse fans van de Rode Duivels staan voor een cruciaal weekend. Er moet gewonnen worden van Ierland en er heerst animositeit in de selectie na de nederlaag tegen Italië. Een Nederlandse commentator vatte de kabbelende malaise samen in het cliché: het Belgische voetbalteam is een compromis zoals het land een compromis is. Complete onzin. Het probleem van de Belgen is vooral het overtallige aanbod aan geweldige spelers. Het is moeilijk kiezen tussen Yannick Carrasco en Dries Mertens, tussen Romelu Lukaku en Micha Batshuayi. Het probleem van de Rode Duivels is eerder een kwestie van weelde dan van compromis. Alleen zagen we dat nog niet op het veld.

    • Hugo Camps