1e klas

Georgina Verbaan

Illustraties alle portretten Martien ter Veen

Binnenwandelen in Grand Café 1e klas op spoor 2B is als zakken door een luikje in de tijd. Grote palmachtige planten staan verspreid door de ruimte, er ligt visgraatparket en okergele gordijnen strekken zich acht meter uit van het plafond tot aan de plint. De houten betimmering die tot halverwege de muur reikt is sierlijk, en de muurschilderingen maken het eenieder die het nog niet doorhad duidelijk dat je je in een dramatisch en filmisch decor bevindt, met je Hema tas. Boven de bar tref ik een geschilderde kameel. En geschilderde kamelen, mits subtiel vormgegeven en niet voorzien van hoofdtooien, maken elk interieur af.

De bediening draagt onberispelijke witte overhemden en rode strikken. Ik word geholpen door Daniel. Daniel is schandalig met mij - en de rest van het café - aan het flirten, of hij heeft maar één oog, dat mag ik niet uitsluiten. Hij stelt me voor aan Elvis, een papegaaiachtige vogel die resideert op de bar. De vogel zit iedereen beroepsmatig te negeren. Fijne vogel.

De locatie leent zich uitstekend voor een eerste date of een moeilijk gesprek. Beide hebben veel overeenkomsten. Maar zeker in het geval van een moeilijk gesprek zal het decor een verzachtende werking hebben, het is in elk geval mooi. Ik stel me zo voor dat de omgeving dwingt tot een zekere hoffelijkheid, en redelijkheid. Hoewel ik me ook kan indenken dat het aanlokkelijk is om er heel plots op te staan om een glas water in het gezicht van je disgenoot te werpen. Daarna eventueel betraand richting een vertrekkende trein rennen en nog één keer dramatisch achteromkijken. Bestel hier naast een kopje thee dus altijd een glas kraanwater, voor het geval dat.

Een aardige bijkomstigheid van deze locatie is de akoestiek. Niemand, behalve je tafelgenoot, kan je verstaan. Ieder woord danst anoniem omhoog naar het gewelfde plafond, om zich te vermengen met andere zojuist uitgestoten klanken, zoals miljoenen, misschien wel miljarden woorden dat eerder deden sinds de opening van het etablissement in 1881. Ineens staat er een man in een blauw trainingsjasje voor me, met een groot glas bier in zijn hand. „Kan ik hier zitten?” Hij wijst naar de lege stoel tegenover mij. „Ja, dat kan.” zeg ik. Hij neemt plaats. Mijn neus stelt vast dat het niet zijn eerste glas bier is deze ochtend. „Ze maken er een tuinfeestje van” zegt hij. „Pardon?” „Niks.” Hij kijkt stuurs voor zich uit. Deze locatie leent zich ook uitstekend voor een ongemakkelijk gesprek, blijkt. „Wat zou jij doen als je alles kon beschermen?” vraagt hij. „Hoe bedoelt u?” vraag ik, hoewel ik magisch denken vermoed. „Ze denken dat ik ze wil omleggen” gaat hij verder. „Ongetraind vechten is toch niet eerlijk?” Zijn mond spreekt geanimeerd door over gehackt worden terwijl zijn blik afwezig is. Ik denk aan het dramatische glas water en stel me voor dat hij ineens zijn bier met glas en al in mijn gezicht kapot drukt. Hij zou het elk moment kunnen doen. En ik zou hier zitten met een bloedend gezicht, en Elvis de papegaai zou mij nog steeds negeren.

We zijn een tijdje stil, alsof we dit scenario beide even doornemen. Dan valt er een woordcombinatie uit zijn mond die meer impact maakt dan zo’n denkbeeldig glas bier en die hier waarschijnlijk nooit eerder naar het plafond opsteeg; „Je hebt gelijk. Dit is de eerste dag dat ik met een gebroken gevoel rondloop.”

    • Georgina Verbaan