‘Yorkshire-meid’ was rijzende ster

Jo Cox was een inspirerende politica, van eenvoudige komaf. Ze voerde campagne tegen uittreding uit de EU.

Jo Cox zat nog maar een jaar in het Lagerhuis. Maar partijgenoten en politieke opponenten zagen haar, zo bleek uit de vele eerbetonen donderdag, als een rijzende ster in de Labour-partij, en een inspirerende politica die in korte tijd haar stempel op Westminster wist te drukken.

Cox (41) noemde zichzelf „een trotse Yorkshire-meid”. Ze vertegenwoordigde het district Batley and Spen, ten zuiden van Leeds, waar ze zelf in 1974 werd geboren. Vader Gordon werkte in een tandpastafabriek in Leeds, moeder Jean als secretaresse op een school. Jo was de eerste in de familie die naar de universiteit ging.

Tegen de Yorkshire Post zei ze vorig jaar: „Ik groeide niet op met politiek of Labour. Pas in Cambridge kwam het besef dat het uitmaakt waar je wordt geboren. Dat het uitmaakt hoe je spreekt... dat het uitmaakt wie je kent. Ik had een accent, en kende niet de juiste mensen. Ik bracht mijn zomers door in de fabriek waar mijn vader werkte, en pakte tandpasta in, terwijl iedereen na zijn eindexamen was gaan reizen.”

Na haar studie sociale en politieke wetenschappen in Cambridge, werkte ze als adviseur voor Labour-Lagerhuislid Joan Walley, en voor europarlementariër Glenys Kinnock in Brussel. Met zoon Stephen, Lagerhuislid voor Aberavon in Wales, deelde ze het afgelopen jaar een kamer in het Lagerhuis. Een duidelijk zeer geëmotioneerde Neil Kinnock, de oud-eurocommissaris, sprak vrijdagochtend op BBC over „een dood in de familie”.

Cox was kort campagnedirecteur voor de groep Britain in Europe. Haar voorlaatste werkdag bestond ook uit campagnevoeren voor Europa. Met haar echtgenoot Brendan en twee kinderen nam ze deel aan een demonstratie op de Theems woensdag, tegen een actie die de UK Independence Party daar met vissers voerde voor een Brexit. „Mijn man & kinderen in de strijd om de Theems – omdat we sterker In [de EU] zijn”, twitterde ze bij een foto van de familie in een rubberbootje.

Ze ontmoette Brendan toen ze beiden voor liefdadigheidsinstellingen werkte. Hij voor Save the Children en later als adviseur voor ontwikkelingssamenwerking voor Gordon Brown, toen die premier was. Zij voor Oxfam, Save the Children, en de Kinderbescherming.

Haar belangstelling voor internationale politiek nam ze mee naar het parlement. Cox was een uitgesproken critica over het gebrek aan een coherente internationale strategie over Syrië. In het Lagerhuis in mei riep ze de Britse regering op voedselhulp te bieden. „Aan het einde van dit debat zijn twee Syriërs gedood, en vier gewond geraakt.” En: „Soms kan Kwaad overwinnen omdat goede mensen niets doen.”

Tegen de Yorkshire Post zei ze: „Ik heb vreselijke situaties meegemaakt waar vrouwen in Darfur herhaaldelijk werden verkracht. Ik heb kindsoldaten ontmoet in Oeganda, die met kalashnikovs hun eigen familieleden vermoorden. In Afghanistan sprak ik met ouderen die moe waren van het gebrek aan aandacht van hun eigen regering en de internationale gemeenschap, waardoor problemen gegroeid waren. Dat is wat ik heb geleerd – een probleem wordt groter als je het negeert.”

In haar kiesdistrict werd donderdagavond een wake in een kerk gehouden, waar, zo toonde de BBC, inwoners met verschillende afkomst en geloven op afkwamen. Cox roemde die diversiteit in Batley and Spen in een speech vorig jaar: „Wij zijn veel meer één en hebben veel meer gemeen, dan wat ons verdeelt.”

Haar man schreef in een verklaring: „Jo geloofde in een betere wereld, en ze vocht daar iedere dag voor met een energie en een animo die de meeste mensen zou uitputten.”

    • Titia Ketelaar