Opinie

Weg met het Planbureau

Laat de economen van het Centraal Planbureau het debat in ons land niet domineren, betogen Peter Ester en Esther-Mirjam Sent.

Foto Istock

Met enige regelmaat is het raak. Het Planbureau verwacht inkomensgroei als gevolg van TTIP, volgens de NOS. Het Planbureau voorziet dat onze economie groeit, aldus RTLZ. Het Planbureau vreest voor een prijsschok, volgens de Telegraaf. Alleen deze krant hebben we nog niet op een verwijzing naar het Planbureau kunnen betrappen.

Weg met het Planbureau, want het handelt in schijnzekerheden is een veel gehoorde reactie. Wij steunen die oproep, maar om een heel andere reden. Het Planbureau bestaat namelijk helemaal niet. Het Centraal Planbureau (CPB) wel, en zijn inzichten dienen te worden aangevuld met die van de andere planbureaus ter versterking van de pluriformiteit van de input voor onze politieke debatten.

Zeker, er valt van alles af te dingen op het CPB. Waar het de financiële crisis niet zag aankomen, domineerden de berekeningen vervolgens het politieke debat over de gevolgen ervan. De toenmalige opperrekenmeester Coen Teulings gaf het later zelf toe: „Wij zijn slecht in voorspellen.” Het trieste is dat juist wanneer voorspellingen het hardst nodig zijn, zoals in tijden van crisis, het CPB ernaast zit. Dan blijken de harde getallen ineens boterzacht. Er was vorig jaar dan ook veel discussie over de verwachte banengroei van de vijf miljard lastenverlichting.

Dat ach en wee over het CPB is allemaal wel leuk en aardig, maar we hebben gewoonweg niks beters beschikbaar waar het gaat om strikte economische modellen. Het onderzoeksinstituut Nyfer dat volgens oprichter Eduard Bomhoff dé concurrent voor het CPB zou moeten worden, heeft die verwachting nooit kunnen waarmaken.

Duitsland kent vijf CPB’s en dat nodigt uit tot creatief winkelen onder de politieke partijen. Het gevolg is dat de Duitse kiezers niet alleen politieke partijen moeten kiezen, maar ook nog eens een economeninstituut. Dat kan niet de bedoeling zijn.

Maar het kan óók niet de bedoeling zijn om beleidsvoorspellingen te beperken tot louter economische aspecten. Natuurlijk zijn economische groei, werkgelegenheid en inflatie belangrijk voor ons welzijn, maar er is meer dan economie. Veel meer zelfs.

Over de grenzen van het bruto binnenlands product (bbp) als maatstaf voor welbevinden is al veel bekend. Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz spreekt zelfs van bbp-fetisjisme. Sterker nog, één van de grondleggers van het bbp, Harvard-econoom Simon Kuznets, schreef in zijn eerste rapport aan het Amerikaanse Congres: „The welfare of a nation can […] scarcely be inferred from a measure of national income.”

Dit heeft onze collega’s in de Tweede Kamer ertoe gezet een tijdelijke commissie Breed welvaartsbegrip in te stellen. Deze beveelt aan om het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een jaarlijkse ‘monitor brede welvaart’ te laten ontwikkelen. De Tweede Kamer zou hierover dan ieder jaar een debat moeten voeren, bijvoorbeeld op Verantwoordingsdag in het voorjaar.

Dat gaat ons als leden van de Eerste Kamer echter niet ver genoeg. Zolang de Miljoenennota samen met de Macro Economische Verkenning wordt gepubliceerd, domineert het economisch perspectief het politieke debat. En zolang politieke partijen hun verkiezingsprogramma’s alleen door het CPB laten doorrekenen, raakt het niet-economische blikveld ondergesneeuwd.

En dat hoeft helemaal niet het geval te zijn, want naast het CPB kent ons land nog twee vooraanstaande planbureaus. Zo publiceert het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) De sociale staat van Nederland. En zo publiceert het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) meerdere verkenningen op het terrein van duurzaamheid en energie. Deze moeten naar onze mening een grotere rol spelen in het politieke debat.

Dan kan het gebeuren dat het vanuit één perspectief wenselijk lijkt om de kwetsbaren op de arbeidsmarkt fiscaal te subsidiëren via een arbeidskorting of lagere werkgeverslasten, maar benadrukt een ander perspectief juist het belang van het bestrijden van arbeidsmarktdiscriminatie. Dan kan het zijn dat het vanuit één perspectief wenselijk lijkt om economische groei te stimuleren, maar benadrukt een ander perspectief juist de ecologische grenzen van de groei.

Wij roepen de planbureaus dan ook op hun beschouwingen tegelijk met de Macro Economische Verkenning op Prinsjesdag te publiceren zodat het bredere perspectief een rol kan spelen bij de algemene politieke en financiële beschouwingen.

En we pleiten ervoor niet slechts één planbureau de verkiezingsprogramma’s te laten beoordelen. Dat is geen kwestie van selectief shoppen, maar wel een aanzet het brede welvaartsbegrip écht serieus te nemen. Dat is wat het politieke debat in ons land nodig heeft.

Want het Planbureau bestaat niet. Weg met die verwijzing. Ons land kent drie planbureaus die samen een breed palet van beleidsaspecten belichten. Laten we daar nog meer ons voordeel mee doen. Het maakt het politieke debat sterker, scherper en rijker.