Waarom duurt het zo lang om zwarte dozen te vinden?

Crash De zwarte dozen van de EgyptAir-vlucht die een maand geleden crashte, zijn eindelijk boven water. Weken geleden werd het eerste signaal al opgevangen.

Foto Reuters

Gisteren en vandaag werden eindelijk de zwarte dozen gevonden van EgyptAir-vlucht MS804, het vliegtuig dat bijna een maand geleden neerstortte boven de Middellandse Zee. Die twee dozen - een met geluidsopnames en een met vluchtgegevens - zijn belangrijk om uit te vinden wat de reden was van de crash. Waarom duurde het zo lang voor ze boven water kwamen? Drie obstakels:

1. Diepte is een probleem

zwartedozen
Het audiosignaal van een van de zwarte dozen werd eind mei al door de Franse marine opgevangen vanaf ongeveer 3 km onder zeeniveau: een van de diepste plekken in de Middellandse Zee. Dat is net op de grens waarop het signaal van de zwarte doos nog op te vangen is, vertelt Michel Piers van het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum.

“Stel je een halve bol voor vanaf de zeebodem, dat is het bereik van het baken. Als dat heel diep ligt, dan is er dus maar een klein deel van die bol dat het zeeoppervlak raakt, en dat is het gebied op het zeeoppervlak waarbinnen je het signaal kunt waarnemen.”

Het oppervlak van het (zoek)gebied waarin de brokstukken kunnen liggen, kan bovendien al snel zo’n 10.000 vierkante kilometer worden. “En zoeken gaat met pakweg 30 tot 40 vierkante kilometer per uur”, vertelt Piers.

Aanvankelijk was een Frans marineschip aan het zoeken, dat een ‘hydrofoon’ achter zich aansleepte: een apparaat dat onder water de geluidssignalen (pinger) van een zwarte doos kan opvangen. Probleem daarbij is: als je zo’n pingersignaal opvangt, weet je alleen in welke richting er gezocht moet worden, over de afstand weet je dan nog niets.

Piers: “Met onderzeeërs is het efficienter zoeken, aangezien bij hen de factor diepte minder van belang is.” De Egyptische regering zette inderdaad al vroeg in de zoektocht een onderzeeër uit de olie-industrie in, maar het eerste signaal werd begin deze maand opgepikt door het Franse marineschip Laplace.

2. Het juiste materieel is schaars

kaart
Als je het signaal van een zwarte doos hebt opgepikt, moet je heel specialistisch materiaal inzetten om de doos echt te vinden, vertelt Rob Luijnenburg van Fugro, de Nederlandse bodemonderzoeker die onder meer betrokken is bij de zoektocht naar de MH370 in de Indische Oceaan.

“Je hebt een ‘remote operated vehicle’ nodig, een apparaat dat op kilometers diepte foto’s kan maken en brokstukken kan optillen of in stukken snijden. Vaak ligt een zwarte doos onder of tussen iets anders.”

Een ROV getest op 3 kilometer diepte:

Zo’n ROV wordt vanaf een schip bestuurd, en alleen al de kilometerslange kabel die je daarvoor nodig hebt, weegt tonnen. Er is een behoorlijk schip voor nodig om dat te verplaatsen. “Overheden hebben zulk materiaal veelal niet in eigen bezit, dat huren ze van bedrijven zoals wij. Het moet ook maar net beschikbaar zijn, want zulke apparaten worden doorgaans gebruikt in de olie-industrie.” Pas een week na het eerste signaal was het gespecialiseerde schip, de John Lethbridge, ter plaatse in de Middellandse Zee.

Deze week vond dat schip, van het bedrijf Deep Ocean Search (uit Mauritius, ingehuurd door de Egyptische regering) de brokstukken, maar nog niet de zwarte dozen. Het schip heeft een ROV die tot zes kilometer diepte kan zoeken, en is op dit moment druk verder aan het speuren.

3. We weten heel weinig over de zeebodem

hydrofoon
“Van het grootste deel van de zeebodem weten we niet hoe die er precies uitziet”, vertelt Rob Luijnenburg van Fugro. En dat maakt wel uit voor het zoeken: is de zeebodem vlak, dan kun je met een sonar of hydrofoon steeds grotere rondjes varen, vanaf de plek waar het vliegtuig waarschijnlijk gecrasht is. Maar als de zeebodem bergachtig is, moet je in een ander patroon gaan varen om de kans kleiner te maken dat je de zwarte doos mist. Luijnenburg: “Dan is het handiger om in rechte lijnen te varen, alsof je gras maait.”

Is het signaal van een zwarte doos opgepikt, dan kun je nog steeds niet direct met zoeken beginnen. Luijnenburg:

“Als zo’n ROV ter plaatse is, moet die eerst heel veel om zich heen kijken: sonar aan, foto’s en video maken. Daarna kun je al die beelden als een soort mozaïek bij elkaar leggen, om zo een beeld te krijgen van de zeebodem en de brokstukken van het vliegtuig. Vervolgens kun je, in de brokstukken, gericht naar de zwarte dozen gaan zoeken.”

    • Jacco Hupkens