‘Vergeten is soms beter dan herinneren’

De Somaliër Asad Abdullahi trok niet naar het noorden, maar naar Zuid-Afrika. Daar tekende Jonny Steinberg zijn verhaal op. ‘Asad wilde het boek niet lezen. Hij wilde alleen het geld.’

‘Een wat?”, vroeg Jonny Steinberg toen hij de vraag kreeg voorgelegd hoe hij probeerde zijn Westerse lezer te winnen voor het Afrikaanse verhaal. Ik had verteld dat Dave Eggers in zijn roman Wat is de wat een leeuw in het plot had opgevoerd om het boek ‘Afrikaans’ te laten aanvoelen. Hij moet hard lachen: „Nee, dat zou voor mij geen goede strategie zijn. Maar het boek van Eggers is heel goed. Hij richt zich tot de lezer en maakt die tot medeplichtige, maar ik wilde het anders doen”.

We zitten in de tuin van zijn Nederlandse uitgever om te praten over de vertaling van Een man van goede hoop, die zojuist is verschenen. Het is een indrukwekkend boek over de trek van de Somalische Asad Abdullahi naar de xenofobe townships in Zuid-Afrika. De Zuid-Afrikaan Steinberg baseerde zijn boek op gesprekken met Asad, zoals Eggers dat indertijd deed met Valentino Achak Deng voor zijn wereldwijd succesvolle Wat is de wat. Eggers maakte van Achak Dengs verhaal fictie, Steinberg hield het bij non-fictie, en gaf zijn boek de ondertitel Een Afrikaanse odyssee.

„Asad had makkelijk een bootvluchteling op de Middellandse Zee kunnen zijn”, zeg Steinberg. „Veel mensen gingen vanuit Addis Abeba naar het noorden, maar Asad vreesde de Sahara. Was hij in Europa terechtgekomen dan zou dat vast een teleurstelling zijn geworden. Hij zou aanpassingsproblemen hebben gehad: de werkelijkheid van zwart zijn hier is niet prettig. Het westen of het noorden is voor iemand als Asad een amalgaam aan geruchten, dromen, fantasieën. Je denkt dat je in de hemel terechtkomt, maar je ontdekt dan al snel dat er een nieuwe, zware strijd begint.”

In Zuid-Afrika wordt Asad een paar keer bijna vermoord omdat hij Somaliër is, dat is ook niet echt de hemel.

„Zuid-Afrika is een migrantenmagneet: honderdduizenden mensen willen erheen, maar er heerst veel vijandigheid tegenover vreemdelingen. Twintig jaar democratie is een moeilijk proces geweest. Het is er nog steeds niet zo goed als gehoopt werd, de ongelijkheid is groot, we worstelen met wat vrijheid betekent en intussen komen er mensen uit heel Afrika om geld te verdienen in een armoedig land.”

In het boek merkt de vrouw van Asad op dat de xenofobie in Zuid-Afrika groter is dan elders. Klopt dat?

„Dit is het land waarin je je kunt vestigen als je vriendelijk lacht. Je kunt de mensen leren kennen en vrienden maken, maar dan opeens kunnen die zich tegen je keren. Haar angst is dat het leven in Zuid-Afrika onvoorspelbaarder is.”

Komt de xenofobie voort uit economische ongelijkheid of is dit een erfenis van de apartheid?

„Ik denk niet dat het alleen maar economisch is. Er bestaat veel onrust en verwarring in Zuid-Afrika over wat vrijheid is en waar je recht op hebt. Mensen zijn boos dat ze na twintig jaar vrijheid nog steeds arm zijn. En dan komen er buitenlanders die opeens in staat zijn om van niets iets te maken. Er zit dus ook veel nijd bij, een combinatie van apartheidsverleden en armoede. Generatie na generatie waren zwarten geen burgers. Dus voelden zwarten zich meer verbonden met zwarten van buiten Zuid-Afrika. Nu zijn sommige zwarten wél burgers en anderen niet. Er is een tweedeling ontstaan.’’

En dat leidt tot de zogeheten Afrofobia?

„Daar is een debat over nu, ja. Ik weet niet precies of dat klopt. Zijn het echt Afrikanen die anderen haten omdat ze een donkere huid hebben? Buitenlanders dringen binnen in jouw wereld, ze willen niet blijven of erbij horen, ze willen alleen maar geld verdienen. Dat doen ze zestien uur per dag, zeven dagen per week, het zijn de meest obsessieve mensen die je je kunt voorstellen. Dat ontwricht de lokale gemeenschap. Ik zou het geen Afrofobia willen noemen, het is interessanter dan dat.”

Wilde u lezers bewust maken van het vluchtelingenprobleem?

„Nee, maar als je tégen vluchtelingen bent, omdat je de irrationele vrees hebt dat ze van je willen stelen, dan denk ik dat je iemand beter moet leren kennen, en van nabij moet laten zien. De taal die we vaak gebruiken als het over vluchtelingen gaat, bestaat uit onpersoonlijke metaforen. We hebben het dan over een stroom of vloedgolf. Dat is gevaarlijk.”

Wilt u de publieke opinie laten kantelen, zoals de foto van het verdronken Syrische kind dat een tijdje deed?

„Die foto liet zien wat pijn betekent. Maar Asad is niet machteloos, anders dan dat jongetje. Ik denk dat het niet goed is om van slachtofferschap uit te gaan. Ik heb ook niet geprobeerd de ervaring van dé migrant te beschrijven. Het ging me om deze ene migrant. Ik heb me nog het meest beziggehouden met de Somalische geschiedenis; de achtergrond van Asad en het feit dat zijn geschiedenis nomadisch was. Zijn voorouders hebben altijd gereisd. Afstamming en namen: dat is wat ‘thuis’ voor veel Somaliërs betekent. En zo begrijpt Asad de wereld ook. Hij kent twintig generaties namen van zijn voorouders uit zijn hoofd. Zijn afstamming is zijn verleden, en daarmee heeft hij ook een ervaring van toekomst: hij kan zich iets voorstellen bij de vólgende twintig generaties. En het besef dat hun levens beïnvloed zullen worden door zíjn handelen. Dat vond ik het interessantste.”

U komt erachter dat hij eerder een man is die bewust het gevaar opzoekt, dan dat hij een migrant is. Stelde u dat teleur?

„Het was goed nieuws voor het personage. Een avonturier, daar schrijf je makkelijker over dan over een gewoon mens.”

Was het niet lastiger om nu uw punt te maken?

„Ik had vooraf geen boodschap die ik wilde overbrengen. Ik wilde proberen te begrijpen. Hij was een puzzel voor me, en het raadselachtigste van Asad vond ik de manier waarop hij flirtte met gevaar. Waarom ging hij steeds terug naar de townships, terwijl hij wist dat die levensgevaarlijk waren? Mijn belangrijkste taak was in zijn huid te kruipen en zijn drijfveren te achterhalen.”

Is het mogelijk om als witte man daar iets van te begrijpen?

[hard lachend] „Asad is heel anders dan ik. En soms vond ik hem moeilijk te begrijpen. Maar de tijd waarin we samen optrokken was intens. Ik denk dat er een plek is, buiten ons beiden, waar we elkaar kunnen ontmoeten. Misschien is dat niet hetzelfde als begrijpen, maar we kunnen een ervaring delen. Als dat ergens op slaat.”

U beschrijft ook dat jullie samen afspraken maken over honorarium en royalty’s. Deed u dat om problemen te voorkomen die bijvoorbeeld Asne Seierstad ervoer met haar boek De boekhandelaar van Kabul’, waarin ze het verhaal vertelt van een gezin in Kabul?

„Ik wilde dat het duidelijk was dat het zíjn verhaal was, maar ook dat het duidelijk was wat mijn positie was. Ik denk dat het boek er geloofwaardiger op is geworden door precies te vertellen hoe het is gegaan. Ik wilde niet de alwetende verteller uithangen.”

Wat vond u ervan dat de boekhandelaar Seierstad aanklaagde omdat hij zich niet in haar verhaal herkende?

„Als iemand een boek over je schrijft, kan het haast niet anders dan dat je onaangenaam verrast wordt als je dat leest. Als je dag na dag met een schrijver optrekt, met een schrijver praat, dan krijg je – waarschijnlijk vooral onbewust, maar toch – een beeld van hoe je uit die pagina’s zal oprijzen. Je geeft een beeld van jezelf, je voert theater op. Maar lees je het boek eenmaal dan ontdek je een enorm gat tussen wie je denkt dat je bent, en hoe je op papier bent gekomen. Andermans oog heeft een gewelddadige blik die inbreuk maakt op je privacy. Daar ontkom je niet aan.”

U beschrijft nadrukkelijk op hoe u de samenwerking opzocht en welke afspraken u maakte.

„Dat weet ik, maar daarmee laat je me te makkelijk met het probleem wegkomen. Er is zeker kameraadschap, maar er is ook een machtsverhouding. Ik heb altijd over arme mensen geschreven. Dus als je je onderwerp geld biedt in ruil voor verhalen, en intieme gedachten, dan koop je iets wat niet van jezelf is. Maar als je ze géén geld biedt, dan steel je van ze. Want jij krijgt geld voor je boek, en zij niet. Dat is lastig.

„Op een bepaalde manier doe je het altijd fout. Non-fictieboeken die gebaseerd zijn op andermans verhalen hebben ethisch gezien altijd een wankele basis. Ik heb tegen Asad gezegd: als je je diepe gedachten met mij deelt, krijg je uiteindelijk een beloning. En daarom heeft hij meegewerkt. Het boek vond hij niet interessant, dat heeft hij niet gelezen. Het ging hem om het geld.”

Waarom wilde hij het boek niet lezen?

„Dat was te pijnlijk voor hem.”

Vindt u het jammer dat hij het boek niet heeft willen lezen?

„Nee, maar wel reden tot zorg. Als je een boek over een beroemdheid of een politicus schrijft, dan weten ze wat hem of haar te wachten staat. Maar als je over een gewoon mens schrijft, vooral als die uit een niet-talige cultuur komt, dan denk ik dat die zich niet realiseert wat hem of haar te wachten staat en daarom zou je het resultaat juist graag laten zien. Als er iets in staat wat ze in de problemen kan brengen, dan moet dat alsnog geschrapt kunnen worden. Maar Asad wilde het niet lezen, dat vond ik wel een probleem.”

En u heeft hem er niet van kunnen overtuigen het boek wel te lezen?

„Ik heb van het feit dat hij niet wilde lezen misschien wel net zoveel geleerd als van wat hij heeft verteld. En dat gaat vooral over geheugen. We zaten dagen te praten over moeilijke dingen in het verleden, en dat kon omdat hij kon vertellen: hij had de controle. Maar als je het boek openslaat, staat daar het hele droeve verhaal van zijn leven op een manier waar hij geen controle meer over heeft. Ik denk dat hij dat niet aankon. Hij kan de macht over het verhaal van zijn leven niet afstaan. Als hij nadenkt over zijn verleden is dat geen doorlopend verhaal. Flitsen, momenten zijn hem bijgebleven daar waar hij de macht had; waar hij kon beslissen hoe het verder ging. En zo kan hij over zichzelf nadenken als iemand die beslissingen neemt, die wél de controle over zijn leven heeft. Het ligt heel sterk in onze westerse cultuur verweven dat herinneren iets goeds zou zijn. Dat je onderdrukte herinneringen moet verwerken, dat het therapeutisch is om erover te praten. Ik heb van Asad het tegenovergestelde geleerd: hij moet dingen vergeten en hij is geestelijk gezond omdat hij dingen is vergeten, niet omdat hij zich alles herinnert. In het boek staan dingen die hij zich niet wil herinneren, in elk geval niet in deze vorm.”

    • Toef Jaeger