Riet of biet, dat scheelt een berg subsidie

Ook internationaal opererende Britse bedrijven zijn soms voor het verlaten van de EU

In de kroegen van Wetherspoon (900 pubs) heeft de eigenaar bierviltjes verspreid die de geloofwaardigheid van het IMF ter discussie stellen. Die waarschuwde voor de gevolgen van een Brexit.

Gerald Mason, topman van Tate & Lyle Sugars, is stellig. Een Brits vertrek uit de EU, met alle risico’s van dien – recessie, importtarieven, handelsbarrières – kan nooit zo erg zijn als de status quo.

En de baas van de suikerproducent is niet de enige bedrijfsleider die er zo over denkt. In 1975, toen de Britten ook een referendum hielden over hun lidmaatschap, stonden vrijwel alle bedrijven aan de kant van Blijven. Nu is dat allerminst het geval.

Sommige bedrijven, zoals supermarkten, hebben geen kleur bekend: hun klanten zijn verdeeld, en klandizie gaat voor politiek. Om dezelfde redenen benadrukken zowel ondertekenaars van steunbetuigingen aan het Blijven-kamp als die aan het Brexit-kamp dat het om een „persoonlijke mening” gaat, niet om een keuze van het bedrijf. Multinationals beklemtonen dat „de keuze aan het Britse volk is”.

De Britse Kamer van Koophandel blijft angstvallig neutraal, en ontsloeg zijn directeur na pro-Brexit-opmerkingen – iets meer dan de helft van haar leden is voor Blijven, de rest voor een vertrek. Een aantal van hen voert actief campagne. Zo liet de baas van graafmachine-producent JCB zijn 6.500 werknemers per brief weten dat „het Verenigd Koninkrijk op eigen benen kan staan”.

De oprichter van pubketen JD Wetherspoon probeert zijn klanten met een kroegentocht te overtuigen van een Brexit. Hij deelt bierviltjes uit waarop hij het IMF – dat waarschuwde voor een Brexit – vergelijkt met de corruptie bij voetbalbond FIFA.

Gerald Mason is geen ideologische voorstander van vertrek. Maar na twaalf jaar zaken doen met ‘Brussel’ is hij overtuigd dat „de EU geen club is voor het grotere goed”. „Het is een bokswedstrijd waarin iedereen vecht voor zijn eigen belang.”

Hij kan „superspecifiek zijn”. In bijna alle andere lidstaten komt suiker van suikerbiet. Een historisch overblijfsel: toen Napoleon in de late 18de eeuw Europa veroverde, belemmerden de Britten de import van rietsuiker. De Franse keizer liet suikerbietvelden aanleggen om toch aan suiker te komen. Bijna 80 procent van de Europese suikerproductie heeft sindsdien de biet als oorsprong.

Tate & Lyle Sugars maakt suiker uit suikerriet. De raffinaderij aan de Theems is de grootste en oudste in Europa en produceert 6 procent van de suiker in de EU. Mason en zijn duizend werknemers zouden „geen enkel probleem” hebben met de EU als biet en riet „vreedzaam naast elkaar konden bestaan”. „Er is niets mis met suikerbiet, maar wij geven de voorkeur aan suikerriet. Het eindproduct is hetzelfde, het procédé anders. Alleen bevoordeelt de EU suikerbietproducenten: zij vallen onder het gemeenschappelijke landbouwbeleid en krijgen subsidies. Wij worden om de oren geslagen met importtarieven. Het kost me 339 euro per ton onverwerkte rietsuiker.” Of 98 euro per ton als het rietsuiker uit een door de EU goedgekeurd land komt. En gratis uit de tien landen waarmee een vrijhandelsakkoord is gesloten. Maar onderhandelingen over nieuwe akkoorden zijn „pijnlijk langzaam” doordat 28 landen moeten instemmen.

Oktober 2017 worden de quota en gegarandeerde prijzen voor bietsuiker opgeheven. Het geldt als de grootste verandering in de sector, met een verwachte suikerprijsdaling van 15 procent. Maar dat maakt het er voor Tate & Lyle Sugars niet beter op: de bietboeren houden hun subsidies, maar zijn importtarieven blijven bestaan. „ Dit heeft niets met logica te maken, maar alles met protectionisme. Maar we worden weggestemd.”

Het illustreert de Britse angst dat ook andere uitzonderingsposities worden weggestemd. Het is een van de redenen dat premier Cameron wilde vastleggen dat de EU een Unie met meerdere munteenheden is, eiste dat legitieme belangen van niet-eurolanden worden gerespecteerd en eurolanden geen beslissingen over de interne markt kunnen nemen zonder de niet-eurolanden.

Mason: „Invloed van een blok is prima. Maar feit blijft dat wij door de overige landbouwministers worden gekruisigd.” Liever dus een bestaan buiten de EU. Waar ook concurrentie is – 80 procent van de wereld handelt in rietsuiker – maar „een beetje concurrentie boezemt me geen angst in”. Waar de EU mee komt wel.

    • Titia Ketelaar