Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Poortwachter

Mijn vader was ambtenaar. Hij ging over dijken, maar mocht niets zelf beslissen. Ik denk dat ze hem bij de politieke beweging Denk ‘een schildknaap van de tweede macht’ zouden noemen. Een schildknaap die boeren en buitenlui in zaaltjes mocht gaan vertellen dat ze een stuk land moesten inleveren en die zich na de boodschap geroutineerd verschool achter zijn met een ijzeren plaat versterkte aktentas.

Heel soms werd hij wel eens betrokken in beslissingstrajecten. Daarover zei hij een keer onder het eten: „Ik zit met mijn vingers in de honingpot, maar ik mag er niet van likken.”

Ik vond dat achteraf bezien een van zijn betere uitspraken.

De heren Öztürk, Kuzu en Azarkan en de sympathieke mevrouw Simons van de politieke beweging Denk hadden me met de filmpjes die ze op ons afvuurden, in ieder geval aan het denken gezet. Ik kwam tot hele rare gedachten over wie ik nu eigenlijk was en tot welke groep ik behoorde.

Ik was geen schildknaap, zoals mijn vader, maar een poortwachter. Een poortwachter van de gevestigde orde, eentje die ook nog eens samenwoonde met een andere poortwachter van de gevestigde orde. Vorige week zat ik nog te lunchen met De Vierde Macht, die in de gedaante van de chef media van deze krant in een blauwe blouse tegenover me zat. Hij bestelde een Flammkuchen met fetakaas en spekjes, die hij met smaak verorberde.

Hap-hap-weg.

Toen ik thuis werd opgewacht door mijn eigen poortwachtertje en we op het balkon een biertje dronken, had ik het daar nog over, over hoe snel of De Vierde Macht kon eten. Dat hoorde bij de functie, hoorde ik mezelf zeggen. Die jongens en meisjes schaakten vaak op meerdere borden tegelijkertijd. Voor je neus aten ze een Flammkuchen met feta en spekjes, maar in het achterhoofd waren ze bezig met de lancering van de volgende drietrapsraket.

„Hoeveel poortwachters heeft hij onder zich?”, vroeg mijn eigen poortwachtertje.

Ik wist het niet.

Vier, of misschien vijf.

Zelf had hij op zijn beurt ook weer poortwachters boven zich en was hij er misschien wel helemaal niet in gekend dat er namens De Vierde Macht een drietrapsraket was afgevuurd die zo lelijk op het hoofd van meneer Öztürk was geland.

Wel goed gemikt vond ik.

Misschien moesten we ook maar eens in de honingpot kijken, opperde ik. Om ons heen zaten de andere poortwachters van de gevestigde orde tenslotte hele klodders van hun vingers te likken.

    • Marcel van Roosmalen