Op 18 april kwam de schoonmaker voor het laatst

Mevrouw Raven krijgt geen thuishulp meer sinds de gemeente die schrapte. Maar de rechter maakte korte metten met de bezuiniging. Nu is er ineens weer hoop. Of toch niet?

Mevrouw Raven in haar huis. Huishoudelijk werk kan ze niet verrichten. Foto Olivier Middendorp

Zo ziet het eruit als mevrouw Raven opstaat en loopt. Ze doet het even voor. Vanaf de bank zet ze zich zo, hop, met haar ellebogen af tegen de salontafel. Daar staat ze, wankel. Ze plaatst het ene been stijf voor het andere, en het andere voor het ene. De deur is haar doel. Twee meter te gaan nog. Anderhalf nu. Ze helt voorover, reikt met haar handen, grijpt de deurkruk hardhandig beet en komt tot stilstand. „Dit bedoel ik”, zegt ze. „Als ik te lang los sta, val ik.”

Reuma heeft de handen van mevrouw Raven (76) uit Schagerbrug kromgetrokken, haar rechterpink wijst standaard naar rechts. Haar voeten zijn gezwollen. Er zit ook een fikse zwelling op haar hals en kaak, door een verstopte speekselklier.

Lopen doet mevrouw Raven met een rollator. Ze kan alleen nog met moeite koken en boodschappen doen. Haar bed verschonen kan ze niet meer zelf en ze woont alleen: haar man is tien jaar geleden overleden. Stofzuigen lukt ook niet, evenmin als dweilen, poetsen, het boenen van douche en toilet en het schoonmaken van de koelkast. Al dat werk deed een huishoudelijke hulp de afgelopen jaren, drie uur per week, elke donderdagmorgen. Die kreeg ze vergoed van de gemeente.

Op 18 april kwam die schoonmaker voor het laatst. De hulp is stopgezet: mevrouw Raven woont in een van de Nederlandse gemeenten die ervan overtuigd waren dat de wet die vrijheid bood. Schagen, in haar geval. Vorige maand floot de Centrale Raad van Beroep die gemeenten terug. De Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) verplicht gemeenten om huishoudelijke hulp te blijven aanbieden, aldus die hoogste rechter.

Gewrichtsaandoening

Ook al kampte mevrouw Raven met dezelfde gewrichtsaandoening – reuma blijft reuma – de opvatting van Schagen over haar hulpbehoevendheid veranderde de afgelopen jaren sterk. Dat blijkt uit de brieven die de gemeente sinds 2014 achtereenvolgens aan haar schreef.

In juli 2014: „Wij hebben besloten om aan u hulp in het huishouden toe te kennen. [...] Uit ons onderzoek is gebleken dat u als gevolg van uw beperkingen problemen heeft bij het uitvoeren van huishoudelijke werkzaamheden. [...] Uit ons onderzoek is ook gebleken dat u deze problemen niet zelf kunt oplossen, ook niet met hulp uit uw omgeving.”

In februari 2015: „De gemeenteraad heeft besloten het beleid voor huishoudelijke hulp te veranderen. U bent in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor het schoonmaken van uw huis. U dient hiervoor zelf of met behulp van uw eigen netwerk een oplossing te vinden.”

En in november 2015, na een ‘keukentafelgesprek’ met mevrouw Raven: „Mevrouw heeft een chronische gewrichtsaandoening” en „ervaart beperkingen bij het bed opmaken, handelingen boven schouderhoogte, en zwaar huishoudelijk werk. [...] Mevrouw geeft aan dat buren helpen met hand- en spandiensten.” Maar, mevrouw zegt ook „dat er binnen haar netwerk geen structurele oplossing gevonden kan worden”. De conclusie van de gemeente: „Er zijn geen problemen geconstateerd ten aanzien van het organiseren van het huishouden.”

De hulp bij het huishouden wordt stopgezet.

Mevrouw Raven is en blijft het oneens met dit besluit. „Dan vervuilt mijn huis, zeg ik nog tegen die keukentafelgesprekmevrouw.” Kunnen haar dochters niet helpen? „Die wonen in Zeeland en Gelderland, uren rijden weg.” De gemeente biedt toch financiële steun via de bijzondere bijstand als je de hulp écht nodig hebt? „Daar kom ik niet voor in aanmerking, mijn inkomen is net te hoog. Pensioen van mijn man, pensioen van mijzelf.” Kan ze geen briefje ophangen in de supermarkt, schoonmaker gezocht? „Voor drie uur per week? Joh, dat kan ik niet betalen. Mijn eigen bijdrage was al 73 euro per maand, meer moet het niet worden. Breed heb ik het niet.”

Een maand niet verschoond

Haar huis oogt inderdaad sober. Eenvoudige keuken, kleine televisie, een kale wc. Een schuur die hard toe is aan nieuwe verf. Het behang met kurkmotief, achter het zwartleren bankstel, hangt er al decennia. Mevrouw Raven woont hier sinds 1966. „Met Sinterklaas vijftig jaar.” Sinds de hulp vertrok, verstoft het huis. Haar bed is een maand lang niet verschoond, zegt ze.

Op 18 mei, precies een maand na het vertrek van haar schoonmaker, werd ineens alles anders. De gemeente moet de hulp blijven vergoeden, sprak de hoogste rechter. „Ik zag het meteen hier op Teletekst”, zegt mevrouw Raven. „Ik dacht, verrek, dat kan ook niet anders.”

Hetzelfde nieuws leidde vijf kilometer oostwaarts, in de werkkamer van de Schagense wethouder Ben Blonk (zorg, PvdA) juist tot verbazing. „Je hoort die uitspraak en dan schrik je wel even.”

Blonk vond juist dat Schagen het beleid goed geregeld had. Helemaal gezien het feit dat de gemeente liefst 40 procent op de schoonmaakhulp moest bezuinigen. Mensen moesten hun huis voortaan in principe zelf schoonmaken – óf die schoonmaak zelf organiseren. Was je beperking te groot, dan belandde je in de zwaardere categorie ‘huishoudelijke hulp twee’. En kon je de hulp écht niet zelf betalen, dan kon je aanspraak maken op bijzondere bijstand.

Let wel, zegt Blonk: „De rechtbank van Zeeland/West-Brabant heeft eerder beleid gelijk aan het onze goedgekeurd. En volgens onze eigen klachtencommissie klopte het ook.” Consulenten voerden namens Schagen vorig najaar bovendien persoonlijke keukentafelgesprekken met alle bijna 700 inwoners die op dat moment huishoudelijke hulp ontvingen.

Blonk ging de hort op, legde in dorpshuizen en cafés het beleid uit aan iedereen die het horen wilde. „Meld het me alstublieft”, zei hij tegen inwoners, „als we de schoonmaakhulp onterecht stopzetten. Niemand mag tussen wal en schip vallen.”

Nu de hoogste rechter Schagen op de vingers heeft getikt, moet de gemeente opnieuw veel werk verzetten. Blonk heeft een brief de deur uitgedaan aan de honderden hulpbehoevende inwoners met de boodschap dat zij „mogelijk weer recht” hebben „op hulp bij het huishouden”: willen zij nog steeds dat de gemeente dit voor hen regelt? Zij die niet reageren, krijgen een telefoontje.

Blonk overlegt met vak- en ouderenbonden, praat lokale vrijwilligers bij over de impact van de uitspraak, enhij betaalt de rekeningen van inwoners die sinds 1 mei hun huishoudelijke hulp zelf betaalden. „Die rekeningen komen al binnen.” De kosten van de koerswijziging schat Blonk op1miljoen euro voor 2016 alleen.

Terug naar mevrouw Raven. Hoogstwaarschijnlijk krijgt zij binnenkort weer schoonmaakhulp. Is ze blij? Ze haalt haar schouders op. „Ik vind het normaal. De Tweede Kamer maakt de wetten in dit land. Niet Schagen.”

    • Ingmar Vriesema