In Rusland en Europa is risico op overspringen van nieuwe ziektes groter dan in de tropen

Niet vleermuizen uit Zuid-Amerika of apen uit Afrika zijn de gevaarlijkste bron van ziekten. Het zijn de ratten en muizen in Europa en Rusland.

De kans dat een nieuwe ziekte de kop op steekt in Europa of Rusland is aanmerkelijk groter dan dat zo’n ziekte ons vanuit de tropen bereikt. Dat blijkt uit een wereldwijde risicoanalyse van Amerikaanse ecologen, die dinsdag in het blad Trends in Parasitology is gepubliceerd. De onderzoekers, met Barbara Han van het Cary Institute of Ecosystem Studies in Millbrook als eerste auteur, waren zelf ook verbaasd over de uitkomsten van hun rekenmodel.

De biodiversiteit in de tropen is het grootst, dus daar zou je ook het grootste risico verwachten. Maar het blijken vooral ziektes van muizen, ratten en spitsmuizen die het risico van zoönoses in Europa en Rusland zo hoog maken.

De onderzoekers hielden in hun model rekening met de diversiteit aan zoogdiersoorten die in verschillende gebieden leven en hoeveel potentiële ziekteverwekkers zij bij zich dragen. Het gaat dan om bacteriën, virussen, parasitaire wormen of eencellige parasieten. Veel nieuwe ziektes ontstaan doordat de ziekteverwekker vanuit een zoogdier plotseling overspringt naar de mens. Ze worden zoönoses genoemd.

Het risico van zoönoses wordt groter naarmate er meer contact is met dieren. Vandaar dat het risico in landbouwgebieden hoger is dan in gebieden met ongerepte natuur. In cultuur gebrachte gebieden zijn vaak ook dichter bevolkt, waardoor een nieuwe ziekte zich sneller zal kunnen verspreiden als hij eenmaal de stap naar de mens heeft gemaakt.

Er kwam nóg een verrassing uit het onderzoek naar voren. Vleermuizen zijn vaak aangewezen als risicogroep voor nieuwe virusuitbraken. De ziektes mers en ebola komen er bijvoorbeeld vandaan, en uit bloedonderzoek blijkt dat vleermuizen nog veel meer potentieel gevaarlijke virussen bij zich dragen.

Maar toch blijken dus muizen, ratten en spitsmuizen een grotere bedreiging voor de menselijke gezondheid.

Vooral in de tropen leven veel verschillende soorten vleermuizen, maar opgeteld kwamen de onderzoekers slechts tot 25 potentiële zoönoses vanuit deze gevleugelde zoogdieren. Dat is veel minder dan er geteld worden bij knaagdieren (85), primaten (85), vleeseters (83) en hoefdieren (59).