Met Willem Wilmink onder de motorkap van de poëzie kijken

Een literatuurgeschiedenis die bestaat uit losse essays, columns en andere stukjes – dat moest wel een vreemdsoortig boek worden. Dat is het, maar tegelijk is Handig Literatuurboek door die opzet ook de eerlijkste literatuurgeschiedenis, omdat hij meer ‘op gevoel’ gemaakt is dan op basis van studeerkamerwijsheid. Omdat hij zich niet bekommert om de handboekenvraag of hij wel ‘compleet’ is (alsof dat kan), maar een selectie van moois biedt, en dat chronologisch, zodat er vanzelf een historische lijn ontstaat. Een beetje dan, want Wilmink stapt ook in zijn stukken over de Middeleeuwen gemakkelijk van Charles d’Orléans over op J.H. Leopold.

Wilmink had zelf geen ‘lijn’, want zijn bescheiden getitelde literatuurgeschiedenis is postuum samengesteld door poëziecriticus Guus Middag. Wilmink had wél een agenda. Of liever: hij had voorkeuren, onderwerpen en genres waarover hij het liefst schreef, die nogal eens tot de marge van de literatuur worden gerekend: poëzie, liedkunst, kinderliteratuur en folklore. Zijn Handig Literatuurboek verlaat daarom vaak de gebaande paden van de canon van belangrijke mannen. P.C. Hooft? Die komt voor in bijzinnen en terzijdes. Reve? Die noemt hij om te illustreren hoe goed Theo Thijssen is.

Dat is vooral Wilminks bezigheid in deze stukken: vertellen waar de kracht en het leven te vinden zijn in de poëzie, waarom poëzie mooi is, en hoe dat dan komt. Daartoe kijkt hij onder de motorkap, inzoomend op betekenisvolle enjambementen en ritmeverstoringen, en gaat hij eens niet in op de persoon maar op de teksten van Annie M.G. Schmidt. De context doet er elders wel weer toe, als hij vertelt over het getroebleerde leven van Hans Christian Andersen, als hij een lans breekt voor kinderdichter Hieronymus van Alphen door de maatschappij waarin hij leefde te schetsen. En vaak laat Wilmink de verzen gewoon zelf spreken – het boek is een schatkist, met liederen van Bredero, geweldige ontdekkingen als de vroeg-feministische Franse schrijfster Christine de Pisan. Het mooist is het als we de poëzie krijgen voorgeschoteld in schitterende vertalingen van Wilminks hand.

De zichtbare agenda van Wilmink was poëzie naar het volk brengen: iedereen kan poëzie waarderen, daar hoef je geen opleiding voor te volgen. Dat neemt niet weg dat de tekstanalyses in Handig Literatuurboek soms wel een behoorlijk studieuze inborst vergen. Maar kauw even en het lúkt je. Dat is tekenend: de teneur is dat poëzie mensenwerk is, door mensen en voor mensen. Dat komt over, in deze buitengewoon aansprekende en enthousiasmerende literatuurgeschiedenis.

    • Thomas de Veen