Inladen die fietsen en de grens over

In vijf jaar steeg het aantal aangiftes van fietsendiefstal in Amsterdam met ruim 50 procent. Bendes stropen de stad af.

Boos trekt Noemi (21, serveerster) uit het Zuid-Italiaanse Lecce aan de tweewieler die de fietsendief stevig vasthoudt. Ze heeft de man al 15 euro betaald voor de omafiets – inclusief voordrager – en nu wil hij ineens 5 euro extra, een trucje van de straat. Vloekend diept de Italiaanse het geld op uit haar handtasje. „Hier”, zegt ze kwaad; een groen briefje dwarrelt over het Amsterdamse Spui.

Die plek is deze woensdagavond, als het plein verlaten is en de kroegen en disco’s in de Handboog- en Voetboogstraat langzaam vollopen, een mekka voor fietsendieven. Ze zitten overal. Op de bankjes voor de boekhandel en voor de winkelpuien tegenover het plein. Ze rijden of lopen rondjes, wachtend op studenten zonder een fiets. Dan slaan ze toe: „Fiets kopen? Twintig euries.”

We kennen ze uit het straatbeeld: fietskettingen in alle soorten en maten gewikkeld om een hekwerk, maar van de tweewieler in kwestie is geen spoor te bekennen. Kapot geknipte sloten, vaak. Zwervende stukjes metaal liggen als stille getuigen op het plaveisel. Maar hoeveel Amsterdammers worden jaarlijks de dupe van fietsendiefstal? En wordt er weleens zo’n dief gepakt?

In Amsterdam – een stad met bijna evenveel fietsen (764.000) als inwoners (ongeveer 822.000) – is het aantal aangiftes van fietsendiefstal in vijf jaar met ruim 50 procent gestegen. 6.358 in 2011, 7.792 in 2012, 9.004 in 2013, 9.616 in 2014 en 9.785 – gemiddeld 27 aangiftes op een dag – in 2015.

„Maar het werkelijke aantal gestolen fietsen ligt veel hoger”, zegt Titus Visser van Stichting Aanpak Voertuigcriminaliteit. Vooral populair onder de dieven: duurdere modellen zoals de bakfiets en de e-bike, zegt Visser. Volgens hem worden in Nederland jaarlijks 500.000 tweewielers gestolen, een schatting voor Amsterdam durft hij niet maken.

Jeroen Slot, werkzaam bij bureau Onderzoek, Informatie en Statistiek (OIS) durft zich daaraan wel te wagen. Een concreet getal is „moeilijk te geven”, zegt Slot. Daarom baseert hij zich liever op uitkomsten van de slachtoffer-enquêtes. Daaruit blijkt dat vooral Amsterdammers uit de binnenstad en Zuid riskeren dat hun fiets gestolen wordt. Zo geeft een op de vier Amsterdammers uit Centrum en een op de vijf uit Zuid aan dat hun fiets de afgelopen twaalf maanden gestolen is. In Zuidoost is dat een op tien.

Dat verschil, zegt Slot, komt doordat Centrum en Zuid „veel meer gelegenheden” bieden voor fietsendiefstal. Slot: „Er zijn veel meer barretjes, bioscopen, stations, parken en andere plekken waar mensen naartoe komen op de fiets. En de mensen hebben daar nou eenmaal niet zo’n veilige plek om de fiets te parkeren als thuis.”

Overigens wil Slot bij de slachtoffer-enquête wel een kanttekening plaatsen: „Mensen rekken de periode van een jaar vaak op naar langer. Dat vertekent het beeld.” Ook worden fietsen nogal eens meegenomen door handhavers (omdat ze verkeerd geparkeerd staan) of weggezet door een buurman.

Dat veilig fietsparkeren in Amsterdam niet optimaal is, komt volgens Fred Redemeijer van de Amsterdamse Fietsersbond door het gebrek aan stallingen. Redemeijer vindt dat er meer „inpandige bergingen” in de stad moeten komen en dat in de uitgaansgebieden meer bewaakte fietsenstallingen gewenst zijn. Lossen die het diefstalprobleem op? Nee, zegt hij: „Stoppen doe je het toch nooit.”

Sterker, Redemeijer heeft de handel diverser en professioneler zien worden.

Dankzij project 1012 op de Wallen zijn de lispelende fietsendieven bij de Oudemanhuispoort weliswaar verdwenen, maar benaderen ze studenten tegenwoordig rechtstreeks rond drukke uitgaansstraten. Ook levert de fietsendief nu op bestelling (een vrouwenmodel met knijprem? Geen probleem). Nog betrekkelijk nieuw: bendes die met een grote bus de stad afstropen op zoek naar de mooiste modellen. Redemeijer: „Ze laden dan een hele zooi fietsen in en verkopen die in het buitenland.”

Dat gaat niet altijd goed. Steeds vaker worden Amsterdamse fietsendieven dankzij inzet van de lokfiets in hun kraag gevat, zegt Peter Mellenberg van de politie Amsterdam. Het afgelopen jaar zijn volgens hem een „paar honderd” fietsendieven aangehouden en in 2016 staat de teller op: „dik boven de honderd”.

Met de lokfiets kan de politie via een Google Maps-achtig systeem zien waar de dief de tweewieler naartoe brengt. Wie voor de eerste keer wordt gearresteerd hangt 300 euro boete boven het hoofd, zegt het OM Amsterdam. De tweede keer 450 euro, en de keer daarop volgt een gevangenisstraf van drie weken.

De man die de fiets aan Noemi verkoopt heeft geluk, vanavond verloopt de handel rustig. Het is voor Olivia niet de eerste keer dat ze een fiets op het plein koopt. Of ze zich daarover schuldig voelt? – ze houdt per slot van rekening de handel in stand. De Italiaanse schudt haar hoofd: „In één jaar zijn vier fietsen gestolen van me. Als ik er een in een winkel koop, is hij toch binnen een paar weken weer weg.”

    • Martin Kuiper