Honger drijft de Venezolanen tot plunderingen en wanhoop

Humanitaire ramp in Venezuela Schaarste is niet nieuw in het socialistische Venezuela van Maduro, maar niet eerder was het zo erg. „We hebben honger. Laatst bestond het avondeten uit een glas water.” De spanningen in het land lopen op.

Lange rijen voor de supermarkten in Caracas.

‘Toiletpapier gebruiken we al maanden niet meer, dat is niet meer te krijgen in Venezuela. Maandverband ook niet. Deze dure vochtige doekjes wel, maar hoelang nog?”

Susana Valero (44) frutselt aan het bijna lege pakje dat naast de wc ligt. Per dag overweegt ze wat er nodig is. „Groente hebben we al dagen niet gegeten en de medicijnen voor de suikerziekte van mijn man raken op”, zucht ze.

Het is zes uur ’s ochtends en spitsuur bij de Valero’s, een welgesteld gezin in Chacao, een van de betere buurten van de Venezolaanse hoofdstad Caracas. Vader Jesús hapt een arepa weg, een broodje van maïsdeeg. Susana kamt behendig de lange haren van haar dochters. Ze wil de deur uit, op ‘strooptocht’: haar dagelijkse gang langs winkels.

De eerste rijen voor de supermarkten vormen zich al ’s nachts. Mensen slapen voor winkels, met gevaar voor eigen leven: per dag worden in Venezuela gemiddeld zeventig mensen vermoord. Het land met 31 miljoen inwoners is een van de gevaarlijkste ter wereld.

Nu zich hier door de economische crisis een humanitaire ramp voltrekt, neemt de onveiligheid extreme vormen aan. Op straat heb je vier paar ogen nodig, zeggen de Venezolanen. Voor je het weet, word je klemgereden en ben je ontvoerd. „Al voor een paar duizend dollar losgeld. Een huurmoordenaar klaart de klus al voor 100 dollar. Een mensenleven is hier niets meer waard”, zegt Susana terwijl ze de zwaarbewaakte garage uit rijdt.

Spelende kinderen in Petare, de grootste sloppenwijk van Caracas.Foto’s Gabriel Osorio

Op weg naar de grote Excelsior Gama-supermarkt passeren we talloze apotheken en winkels, met lange rijen voor de deur. Ooit was Caracas een van de rijkste steden van Latijns-Amerika, met statige Spaanse gebouwen uit de welvarende koloniale tijd.

Wanhoop en boosheid

Zes jaar geleden vielen bij een eerder bezoek nog de trots en het zelfbewustzijn op, beïnvloed door het onder Hugo Chávez aangewakkerde nationalisme. De in 2013 overleden socialistische president gaf Venezolaanse helden als Simon Bolivar, de grote bevrijder van Zuid-Amerika, een heiligenstatus. Nu valt vooral de wanhoop en boosheid op in de kilometerslange rijen. „Het is een vernedering om hier te staan”, zegt Susana. „Hoe langer de mensen wachten, hoe explosiever de sfeer.”

Iedere Venezolaan heeft een vaste ‘koopdag’, bepaald door iemands identiteitsnummer. De familie Valero kan door de overheid gereguleerde producten zoals rijst, melk en brood, alleen op woensdag en zaterdag kopen. Of op de zwarte markt, tegen woekerprijzen. Ter illustratie: de gereguleerde prijs voor een pak melk is 900 bolivar , maar koop je het via de bachaqueros (zwarthandelaren), dan betaal je er wel 5.000 bolivar voor.

„We hebben dat geld niet. Het salaris van Jesús is 66.000 bolivar, maar door de inflatie is dat nog maar 66 dollar waard. Vroeger kocht je daar een nieuwe auto voor, nu niet meer dan een goed paar schoenen. We leven op krediet en bouwen gigantische schulden op”, verzucht Susana.

Nu de olieprijzen dalen, blijkt hoe breekbaar de Venezolaanse economie is

Schaarste is er al een paar jaar in Venezuela, maar nooit eerder waren er zo weinig producten en was de inflatie zo hoog. Het IMF berekende dat de inflatie dit jaar tot 500 procent en volgend jaar zelfs tot 1.600 procent kan oplopen. De sfeer in Caracas is veel grilliger dan voorheen en er zijn opvallend veel zwaarbewapende militairen op straat. Met enorme mitrailleurs houden ze de groeiende groep mensen voor de winkels nauwlettend in de gaten.

Geregeld breken rellen uit. Mensen worden ongedurig en prikkelbaar en plunderen uit wanhoop en honger spontaan winkels. Journalisten worden aangeklampt, de Venezolanen willen hun verhaal kwijt. Maar militairen verhinderen dat. Twee keer worden we aangehouden en ondervraagd. Wie zijn we en wat willen we? De fotograaf moet zijn opnames aan de militairen laten zien. „We leven in een dictatuur”, fluistert Susana.

Een moeder met haar zoon in kinderziekenhuis J.M. de los Ríos, dat kampt met ernstige schaarste aan medicijnen.

Dat een van de rijkste landen van Latijns-Amerika, met de grootste aantoonbare oliereserves ter wereld, nu afstevent op een humanitaire ramp was ondenkbaar onder de charismatische Chávez. Hij wilde van Venezuela een socialistische heilstaat maken, met als motto: „De olie moet terug naar het volk.”

In de praktijk betekende dat de volledige nationalisering van de oliesector, landbouwgronden en grote bedrijven. Maar onder Chávez waren de olieprijzen hoog, Venezuela bulkte van het geld, en de linkse leider kocht politieke steun en veroverde met sociale projecten zoals huizenbouw de harten van vooral de armen. De appartementen van de misión vivienda (woningmissies) werden voorzien van Chávez’ handtekening op de muur en kregen namen van historische helden.

Geen zeep, shampoo, condooms

Maar Chávez’ nalatenschap staat op instorten. Nu de olieprijzen dalen, blijkt hoe breekbaar de Venezolaanse economie werkelijk is. „Zowel Chávez als zijn opvolger als president, Nicolás Maduro, hebben een eenzijdig economisch beleid gevoerd. Door de nationalisering ging het bergafwaarts met de eigen productiesector. Alles wordt hier al jaren geïmporteerd, we kunnen onze eigen bevolking niet te eten geven”, zegt Julio Marquez, als politicoloog verbonden aan de Centrale Universiteit van Venezuela.

Met het dalen van de olieprijzen komen er minder dollars binnen en ontstaat grote schaarste. Zelfs simpele dingen zoals zeep, shampoo maar ook condooms zijn niet te vinden. Andere problemen, zoals regelmatige stroomonderbrekingen vanwege een elektriciteit– en watercrisis, mede veroorzaakt door aanhoudende droogte door El Niño, drijven de Venezolanen verder tot wanhoop. Een arts vertelt hoe tijdens een operatie ineens de stroom uitviel en ook de generator het begaf. Onder het licht van mobiele telefoons werd de operatie met veel moeite voortgezet.

Zwerfhonden eten uit honger

Susana Valero, een vrouw van rijke komaf, kan haar gezin met lang zoeken nog een simpele maaltijd voorzetten. Paula Navas (48) lukt dat niet meer. De alleenstaande moeder heeft zeven dochters en woont in Petare, de grootste sloppenwijk van Caracas, met meer dan honderdduizend inwoners.

Petare staat bekend als een van de gevaarlijkste plekken van Caracas. „We hebben honger. Soms bestaat een maaltijd alleen uit mango&aposs die we dan verderop in de wijk van de bomen plukken”, zegt Paula, terwijl ze uitkijkt over de vallei achter haar huisje. Honderden op elkaar gestapelde stenen krotwoningen liggen uitgestrekt voor een enorm gebergte. „Ik ben altijd arm geweest”, vervolgt Paula. „Gelukkig gaan mijn dochters naar school. Maar als het zo doorgaat, moeten ze stoppen en gaan werken zodat we te eten hebben.” Tranen schieten haar in de ogen. Verderop in de wijk is een familie die van de honger zelfs zwerfhonden zijn gaan eten. En media berichten over een man die uit wanhoop een ezel heeft geslacht. „We hebben het nooit eerder zo slecht gehad in Venezuela” , zegt Paula.

De kleinkinderen van Paula eten de laatste arepa’s, gebakken broodjes van maïsmeel, in Petare.

Achter in het huisje, bijeengehouden door afgebrokkelde stenen muren en een zinkplaten dak, probeert dochter Erika (23) van het laatste restje maïsmeel nog wat arepas te bakken. „Ik kan er nog drie maken, die verdelen we met ons achten. Laatst bestond het avondeten alleen uit een glas water”, zegt ze stilletjes.

Als er geen referendum komt, komt er oorlog!

Jesús Jaimes, klusjesman

Maar de laatste dagen is in grote delen van Petare ook geen water meer. Bewoners hebben de avond ervoor geprotesteerd en zijn slaags geraakt met de politie. Er is geschoten en er zijn gewonden gevallen. „Mensen zijn woedend. Er moet een referendum komen. Dat is onze enige hoop”, zegt Paula stellig.

Dit referendum is het toverwoord in Venezuela. Het is de hoop waar de bevolking zich aan vastklampt, en een sterk wapen in de handen van de oppositie om van de autoritaire Maduro af te komen. De president, van oorsprong buschauffeur, volgde Chávez op na diens overlijden. Politicoloog Julio Marquez:

„Maduro was totaal niet geschikt om president te worden. Het ontbreekt hem aan visie en leiderschap. Door zich als alleenheerser en antidemocraat te manifesteren, laat hij zien hoe zwak hij werkelijk is. Dat is zeer gevaarlijk.”

Algehele onvrede over Maduro’s beleid bleek in december, toen de oppositie de parlementsverkiezingen won en de socialisten na zeventien jaar hun meerderheid verloren in het parlement. Bij het eeuwenoude parlementsgebouw in het centrum van Caracas hangt nu een nieuwe sfeer, zeggen parlementariërs. Journalisten worden weer toegelaten en protesten in de bloemrijke tuin van het koloniale gebouw worden toegestaan. „De vrijheid is terug, we hebben nu veel meer vergaderingen. Je voelt de verandering”, zegt oppositiepoliticus Stalin González, die ook onder Chávez al in het parlement zat.

Twee miljoen handtekeningen

Maar Maduro probeert de oppositie te dwarsbomen door zijn macht binnen belangrijke instituties, zoals het Hooggerechtshof, te doen gelden. De oppositie wil het referendum zo snel mogelijk organiseren. Daarvoor ver zamelde ze ruim twee miljoen handtekeningen. Maar Maduro blijft tegenwerken. „Als er geen referendum komt, komt er oorlog!” roept Jesús Jaimes (54) met overslaande stem. De klusjesman staat al uren op een plein tussen honderden anderen voor de supermarkt. Hij noemt zichzelf nog altijd een chavista. Maar, zegt hij: „Chávez zou het nooit zo ver hebben laten komen. Zijn hart zou bloeden als hij deze rijen zag. Chávez hield van het volk en zou de problemen oplossen. Maduro doet niets”, zegt hij boos.

Verderop demonstreren tientallen wanhopige artsen en verpleegsters voor de ingang van kinderziekenhuis J.M de los Ríos, ooit een van de beste van het land. Dokter José Soto, met witte jas en een stethoscoop, somt met overslaande stem op wat er allemaal mis is.

„Kinderen sterven. We hebben geen medicijnen meer. Zelfs een simpele urinetest kunnen we niet meer doen. Er lopen ratten door de zalen, er zitten kakkerlakken in het eten. Artsen vluchten het land uit. Dit is een misdaad tegen de menselijkheid!”

Een van de patiëntjes krijgt plotseling een epileptische aanval en wordt door verpleegsters afgevoerd. „De medicijnen die zij nodig heeft zijn vervallen. Nieuwe kunnen we niet meer krijgen”, legt een verpleegster uit. De demonstrerende artsen worden plotseling staande gehouden door twee militairen. Er blijkt geen vergunning voor de manifestatie. „Ik begrijp jullie, maar dit is verboden. Het verkeer wordt opgehouden”, zegt een militair, opvallend vriendelijk.

Kinderen sterven. We hebben geen medicijnen meer

José Soto, kinderarts

De positie van het leger is een thema waarover druk gespeculeerd wordt. Hoe lang staan ze nog achter president Maduro? Politicoloog Julio Marquez denkt dat dat nog een verrassing kan opleveren.

„De top van het leger heeft het goed onder Maduro, maar de laag eronder heeft het net als de burgers zwaar. Stel dat zij het bevel krijgen om het vuur te openen op de bevolking? Wiens kant kiezen ze dan?”

In Caracas zakt in de namiddag een roodgloeiende zon weg achter het Avilagebergte. Susana heeft na lang zoeken een bos spinazie gevonden voor het avondeten voor haar gezin.

De dochters van Paula Navas in de sloppenwijk Petare maken hun huiswerk terwijl het licht verder wegvalt. Het ruikt er naar versgebakken arepas. Maar of dat morgen ook zo is, weten ze nog niet.

    • Nina Jurna