Hier vindt u alles wat uw oorlog nodig heeft

Defensiebeurs bij Parijs Het zijn mooie tijden voor de wapenindustrie. Deze week was de mondiale wapenbeurs Eurosatory bij Parijs. „De defensie- en beveiligingsindustrie groeien naar elkaar toe.”

Handzame bommen, munitie en grote tanks van het Duitse type Leopard behoren tot het aanbod op de wapenbeurs in Villepinte, bij Parijs. Foto SIPA

Oorlogsslachtoffers zijn nergens te bekennen op de defensiebeurs Eurosatory. Of toch? In de stand van het Amerikaanse leger ligt een dummy met schotwonden en een weggeslagen onderbeen. Eén op één gemodelleerd naar het slachtoffer van een bermbom in Irak (dat overleefde). Om soldaten beter te trainen kan de computergestuurde dummy bewegen en natuurgetrouw slagaderlijk bloeden. „Voorheen oefenden soldaten op elkaar”, vertelt instructeur John Hayden. „Maar dan trek je een tourniquet toch niet zo hard aan als zou moeten.”


Beeld Maartje Somers

hell

Hoe clean kan een wapenbeurs zijn? Twee reusachtige hallen, stand na stand met glanzende tanks, trucks en raketlanceerinstallaties. Glanzende vitrines met raketten en kogels, keurig op grootte gerangschikt. Alles wat uw oorlog nodig heeft. „Hell is a place on Earth”, zo prijst een groot oefen- en testterrein voor wapens in Midden-Zweden zich aan. Maar hier is het gezellig.

Klassieke afschrikking is terug

Het tweejaarlijkse Eurosatory in de Parijse voorstad Villepinte geldt als de grootste wapenbeurs ter wereld. Dit jaar zijn er 1.500 exposanten uit 59 landen. De beurs, die deze vrijdag eindigt, trekt in vijf dagen tijd meer dan vijftigduizend bezoekers. Professionals; gewoon publiek mag er niet in. Het accent ligt op landoperaties (zowel in oorlogen als bij politiewerk) en op wat crowd control wordt genoemd.

tate
„Dankzij Rusland is de klassieke afschrikking weer helemaal terug in Europa”, zegt Tate Nurkin, hoofd strategie bij defensiedenktank IHS Jane’s na een lezing die hij heeft gegeven. „Tegelijkertijd zijn in de 21ste eeuw alle grenzen poreus. Conflicten van elders buitenhouden gaat niet langer. De defensie-industrie en de beveiligingsindustrie groeien naar elkaar toe, zeker als het gaat om het vergaren en verwerken van data, of om surveillance.”

De wereld oogt dreigend, de wapenindustrie beleeft een hausse. Uit cijfers van het SIPRI, het Zweedse instituut dat de wapenhandel bijhoudt, blijkt dat de wapenverkoop tussen 2011 en 2015 met 14 procent steeg ten opzichte van de vijf jaar daarvoor. „De hele wereld fabriceert, de hele wereld wil fabriceren”, juichte directeur Stefano Chmielewski, hoofd van de Franse wapenlobby Gicat, bij de opening van de beurs. „Wie nog geen wapens maakt, begint ermee.”

In de catalogi zie je advertenties voor spullen die Amnesty als martelinstrumenten beschouwt

Nurkin beaamt dit. „Ook in opkomende markten zoals Zuidoost-Azië willen landen, niet alleen de producten hebben, maar ook de technologie erachter.”

Naast wapenfabrikanten is ook de hele toeleveringsketen op de beurs vertegenwoordigd: makers van geavanceerde vezels, leggers van snelle bruggen en vloeren. De nabije toekomst is aanwezig in de vorm van, zeg, een spray met nanodeeltjes die een gifgasaanval moet kunnen neutraliseren. Ook oorlog blijkt duurzamer te moeten. Zo zijn er generatoren die werken op opvouwbare zonnecellen, en recyclingssystemen voor munitie. En handel verbroedert. India én Pakistan, Oekraïne én Rusland verkopen er, zij het waarschijnlijk niet aan elkaar.

De beurs is Frankrijks finest moment. Wapenfabrikanten, belangenorganisaties en het Franse ministerie van Defensie nemen een kwart van de beurs in beslag. Pal bij de ingang wordt de bezoeker verwelkomd door drie slanke, grijze vogels. Modellen van de Rafale, het door fabrikant Dassault gemaakte gevechtsvliegtuig dat een van de weinige lichtpuntjes is in Frankrijks kwakkelende economie. Het land sloot 2015 af met orders ter waarde van 16 miljard euro, bijna het dubbele van de 9,1 miljard die het in 2014 verdiende, het jaar dat het na de Verenigde Staten, Rusland en China de vierde wapenexporteur ter wereld werd. De meeste orders kwamen uit het Midden-Oosten; zo verkocht Frankrijk zes Rafales aan Egypte en 24 aan Qatar.

VN-Wapenhandelsverdrag

Maar Frankrijk heeft, net als de VS en het Verenigd Koninkrijk, ook hard geijverd voor het Wapenhandelsverdrag, het VN-verdrag uit 2014 waarin landen zich verplichten geen wapens te exporteren naar conflictgebieden en landen die mensenrechten schenden. „Uitermate dubbelhartig”, vindt Yves Prigent van Amnesty International Frankrijk, die ook een accreditatie voor de beurs wist te krijgen.

„Frankrijk zegt voor een ethische handel te zijn. Maar het opent in Parijs de deuren voor landen die de mensenrechten schenden, zoals China.”

„Door handelsbeperkingen mag een land als China hier geen wapens laten zien”, vervolgt Prigent. „Maar in de meegebrachte catalogi zie je advertenties staan voor spullen die Amnesty als regelrechte martelinstrumenten beschouwt, zoals handboeien met gewichten eraan.”

Afwezig in Parijs is de veelbesproken recordimporteur van dit moment, Saoedi-Arabië. Vanwege de mensenrechtensituatie in Saoedi-Arabië zelf en de oorlog tegen Jemen, is handel met de Saoediërs, die goed zijn voor 7 procent van de mondiale wapenimport, in het Verenigd Koninkrijk politiek omstreden. Ook het Europees Parlement nam dit voorjaar een resolutie ertegen aan. „Saoedi-Arabië is zich van de kritiek heel goed bewust”, zegt strateeg Nurkin.

„Ze beginnen daarom alvast bij andere landen te kopen, zoals Pakistan en Georgië.”

activist
Wapenbeurzen vinden niet langer in stilte plaats. In het Verenigd Koninkrijk kwam het bij een beurs afgelopen najaar tot felle demonstraties. In Frankrijk bleef het deze week bij een kleine schermutseling, op de openingsdag, waarbij enkele activisten een tank met bloed besmeurden.

Maar Frankrijk heeft de 88-jarige Gisèle Noublanche. Aan het eind van de middag demonstreert ze met een vriendelijke glimlach bij het metrostation waar de beursgangers zich heen haasten, dorstig naar bier. Om haar hals een A4’tje in een plastic mapje. „Uiteindelijk gaat men oorlog voeren om wapens te kunnen blijven verkopen”, staat erop. Toen de bom op Hiroshima viel, was ze zeventien, vertelt ze. Ze denkt niet dat ze de wereldvrede nog zal meemaken. Maar dat is geen reden om niet te demonstreren: „Je moet volhardend zijn.”

    • Maartje Somers