Recensie

Het plezier van de underdog

Foto EMMANUEL DUNAND/AFP

Mama! Mama! Ik heb een Bal gevonden. Een Bal! Gewoon hier in het gras. Een echte! Mag ik hem houden, ja toch? Ja hè?

Maandagavond, zo om twintig voor tien werd de 38-jarige Gianluigi Buffon, bezig met zijn 158ste interland, weer een kind van vier. De Belgische spits Origi had net op onnavolgbare wijze langs een voorzet gekopt en de bal stuiterde pardoes voor de voeten van Buffon. Hij raapte de bal op en hield hem in zijn handen. Hij kon er zijn ogen niet van afhouden. Alsof dit het mooiste verjaardagscadeau was dat hij ooit zou krijgen. Een kwartiertje later, de wedstrijd was afgelopen, greep hij dol van vreugde naar de lat (‘Mama kijk! Ik hang!’) Helaas, de lat was glad en voor hij het wist lag Buffon als Dikkertje Dap op zijn gat. (‘Ma-maah! Ik ben gevallen’)

Aan Buffon zie je hoeveel plezier zelfs de meest ervaren voetbalmiljonairs nog aan voetballen beleven. Maar ook op welke wonderbaarlijke wijze de Italianen erin geslaagd waren zichzelf (4 wereldtitels) wijs te maken dat ze de underdog waren tegen België (één verloren EK-finale). Vroeger moesten Italiaanse voetballers aan Eric Gerets vragen waar Luik ongeveer lag, nu vierden ze de twee-nul tegen de Rode Duivels alsof het de finale was. Italianen winnen alleen als ze denken dat ze de underdog zijn. Maar ja, nu zijn ze ex-underdog. Daarom zullen ze op dit toernooi nog wel de vreselijkste dingen gaan meemaken: ‘Mama! Die grote gele jongen heeft mijn bal afgepakt. Mama!’

    • Arjen Fortuin