Het begint te stinken in Litchfield

In seizoen 4 van Orange is The New Black gaat de handel in gebruikt ondergoed vrolijk door. Maar de serie is ook een serieuze aanklacht tegen de Amerikaanse gevangenisindustrie.

Links: De bekende tv-kok Judy King (Blair Brown) komt in Litchfield terecht en geeft de dames kookles.

Nadat de vrouwen massaal zijn uitgebroken, om in een bosmeer te gaan zwemmen, zijn ze nu weer samengedreven in de kantine door mannen in zwarte oproeruniforms. Achter tralies in de aangrenzende ruimte staan nog eens honderd nieuwe gevangenen klaar. Straks zitten er twee keer zoveel gevangenen in dezelfde ruimte.

Ondertussen ligt de ex-drugsdealer Alex Vause in het tuinhuisje met een cipier bovenop zich, die haar probeert te wurgen. En al snel moet het eerste lijk van het seizoen heimelijk in de moestuin worden begraven.

De onrust van de opeengepakte lichamen, de oplopende spanning, het onophoudelijke lawaai op de geluidsband; de toon van het vierde seizoen van Orange is The New Black is meteen gezet. Dit seizoen van de Netflix-serie over vrouwengevangenis Litchfield gaat over overbevolking. Of zoals Regina Spektor zingt in de openingstune: „The animals, the animals/ Trapped, trapped, trapped till the cage is full.”

Door de warmte, de lichte toon, en doordat je zo gaat houden van de vrouwen die het ondanks alles zo gezellig hebben met elkaar, zou je bijna vergeten dat ‘Orange’ één galmende aanklacht is tegen het Amerikaanse ‘Prison-Industrial Complex’; de omvangrijke gevangenisindustrie die de onderklasse in de ellende stort.

De meeste series gaan over een paar blanken, doorgaans mannen. Deze serie gaat over een grote groep vrouwen van zeer gemengde afkomst: zwarte vrouwen, Latina’s, tokkies, Aziaten, lesbo’s, een Russin. Dit komt nog bovenop de andere unieke elementen: de vreemde mix van zwarte comedy en schokkend drama, met zijn extreme wisseling van registers: van gezellig naar grimmig, van licht naar loodzwaar, van warm bad naar koude douche.

Zit je net te huilen van ellende om het lot van de zwarte transvrouw Burset, krijg je weer een verrukkelijk zoete liefdesscène tussen Poussey en Soso. Of zit je net te briesen van verontwaardiging om de getoonde misstanden, krijg je weer een hilarische scène met Taystee als onkundige secretaresse van de gevangenisdirecteur, die voornamelijk potloden slijpt en die een openbare bibliotheek opbelt om te vragen of Beyoncé al gescheiden is.

Dit alles en dus die sociaal-kritische ondertoon.

De Verenigde Staten zijn een natie van gevangenen. Maar liefs 2,2 miljoen mensen zitten in de gevangenis, aldus het Amerikaanse Bureau of Justice Statistics (BJS); dat is één procent van de bevolking, een kwart van het totaal aan gevangenen op de wereld. Onder hen zitten tweehonderdduizend vrouwen. Hoewel de misdaadcijfers dalen, is het aantal gevangenen sinds 1980 verviervoudigd. Sinds de jaren zeventig kunnen politici de kiezers voor zich winnen met steeds strengere wetten met zwaardere straffen. Vooral de War on Drugs heeft zich onevenredig zwaar tegen de zwarte en Latino-gemeenschap gekeerd.

White Lives Matter!

Dat de cast in ‘Orange’ multicultureel is, wil niet zeggen dat schrijfster Jenji Kohan, bedenker van de tv-serie, het multiculturalisme verheerlijkt. Juist in de gevangenissen zijn de rassenscheidslijnen scherp. De groepen zijn naar afkomst georganiseerd. Huiveringwekkend is de scène waarin Piper een groep vrouwen om zich heen verzamelt, zogenaamd om de gevangenis weer op orde te krijgen, maar in werkelijkheid om haar handel in slipjes te redden. Tot haar schrik wordt de bijeenkomst een manifestatie van blank racisme, waarbij de blanke vrouwen: „White Lives Matter!” scanderen; de duidelijkste, maar niet de enige verwijzing naar de anti-racistische Black Lives Matter-beweging, die zich keert tegen het geweld tegen en de achterstelling van zwarten.

In het derde seizoen gaat de gevangenis van ‘Orange’ over in private handen, wat voor de gedetineerden een verslechtering betekent. De nieuwe eigenaar gaat meteen flink snijden in de kosten. Dus: slechter eten en goedkope, slecht opgeleide bewakers. In het nieuwe seizoen is er een tekort aan maandverband. Tampons kunnen de meesten niet betalen: de woekerprijs in de gevangenis is tien dollar per doosje.

Het gevangenissysteem kost de Amerikaanse overheid 74 miljard per jaar. Om de kosten te drukken, wordt het beheer overgedragen aan bedrijven als Corrections Corporation of America and GEO Group, die inmiddels tien procent van de gevangenismarkt in handen hebben. Het voordeel: bedrijven kunnen gevangenissen veel goedkoper beheren dan de overheid. Het nadeel: bedrijven bezuinigen zo zwaar, dat veiligheid, gezondheid en welzijn van de gedetineerden in gevaar komen. Het grootste probleem van de privatisering is de overbevolking: de bedrijven proppen de gevangenissen overvol, om de winst te maximaliseren. Als een van Latina’s in ‘Orange’ de vele nieuwelingen achter de tralies ziet staan, zegt ze cynisch: „It’s sardine time, bitches. Wij zijn nu een winstgevende gevangenis.”

Spotgoedkope arbeidskrachten

De blonde Piper heeft een clandestiene handel in gebruikte slipjes (bedrijfsnaam: Felonious Spunk – ‘criminele afscheiding’), die in de vrije wereld gretig aftrek vinden bij mannen met een gevangenisfetisj. Nu krijgt ze echter concurrentie van de Latina’s, die, door de komst van de nieuwelingen, machtiger zijn geworden.

De slipjeshandel is een geestige ondergrondse variant op de bovengrondse gevangenishandel. Piper steelt de slipjes uit het naaiatelier van de gevangenis, een verwijzing naar Victoria’s Secret, het lingeriemerk dat daadwerkelijk onderbroeken laat maken door gevangenen.

Victoria’s Secret is niet het enige bedrijf dat profiteert van het gevangenissysteem. Het is een belangrijke bedrijfstak geworden, die in arme gebieden voor werkgelegenheid zorgt. In Amerikaanse gevangenissen werken 427.000 bewakers. Daarbij komen nog de mensen die de gevangenissen bouwen en faciliteren. En de gevangenen zijn weer spotgoedkope arbeidskrachten voor bedrijven als Walmart, MacDonald’s, Starbucks. Critici spreken wel van ‘moderne slavernij’. Pipers vuileslipjeshandel wordt hard aangepakt, Victoria’s Secrets schone slipjeshandel wordt gestimuleerd.

    • Wilfred Takken