Geopolitieke vakantie van de EU is voorbij

Europa zonder Britten Via de Europese Unie hervonden de Britten hun rol in de wereld. Een Brexit zet dat op het spel, maar ook Europa betaalt een hoge prijs, denken insiders. Een „bindende kracht” in het buitenlands beleid valt weg.

Gaat David Cameron de geschiedenis in als de man die verkeerd gokte, door het Britse ressentiment tegen de EU totaal te onderschatten en zo de hele wereldorde op z’n kop te zetten?

Dat was wel de strekking van het snijdende commentaar dat Europees ‘president’ Donald Tusk deze week leverde op de Britse premier en diens EU-referendum. „Ik ben bang dat dit het begin kan zijn van een proces van destructie, niet alleen van de EU, maar ook van de Westerse politieke beschaving”, zei de Pool, die de EU-leiders vertegenwoordigt, tegen de Duitse krant Bild. Eerder noemde ook Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie, een Brexit „een catastrofe” die „een veelvoud aan problemen” kan ontketenen.

Zonder Britten zal de Europese vuist zachter worden.

Charles Grant, Centre for European Reform, Londen

Met minder dan een week te gaan tot het referendum, laat Brussel de frustraties de vrije loop. Camerons opzet – eurokritische rebellen in zijn eigen partij temmen door de vraag over het Britse EU-lidmaatschap pontificaal op tafel te leggen – kan volgens de peilingen wel eens mislukken. Tusk verwijt de Britse premier „een grote gok” te hebben genomen, niet alleen met 60 miljoen Britten, maar ook met de overige 440 miljoen Europeanen. En nog wel omwille van Britse „interne partijpolitiek”. „De EU is geen buffet waar je van kan eten wanneer het je uitkomt”, sneerde Juncker.

Het illustreert de spagaat van de Europese leiders. Enerzijds is er de nauwelijks verholen ergernis, zo niet minachting voor Cameron, die in hun ogen de EU heeft gegijzeld om zijn eigen politieke hachje te redden. Anderzijds zit niemand te wachten op een Brexit. De economische, maar vooral geopolitieke gevolgen zouden volgens Tusk „volstrekt onvoorspelbaar” zijn, en alleen daarom al „gevaarlijk”. „Onze externe vijanden zullen de champagne ontkurken” zei hij. „We moeten er alles aan doen om dat feestje te verpesten.”

Zijn die Britten dan echt zo belangrijk voor de EU? In het Europees Parlement domineren al lang de Duitsers, de Britten wordt daar zelden nog iets gevraagd. Bij de Commissie werken duizend Britten, iets meer dan het aantal ambtenaren uit het vier keer zo kleine Griekenland. Of kijk naar het Hof van Justitie in Luxemburg: in 2015 vroegen Britse rechters dit 16 keer om advies, terwijl Nederlandse dit 40 deden. Daarmee drukt het kleine Nederland een beduidend grotere stempel op Europese wetgeving. Met de eurozone en Schengen doen de Britten simpelweg niet mee.

Anti-Europees populisme

Ze staan, kortom, al flink met hun rug naar de EU. Maar volgens Charles Grant, van het Centre for European Reform (CER), mag je daaruit geenszins concluderen dat ze dan ook wel gemist kunnen worden. Al is het maar omdat een Europese project zonder Britten „een verhaal van desintegratie in plaats van integratie” zou worden. De EU is nog nooit eerder gekrompen; psychologisch zou het een dreun zijn. „Het zou een enorme boost geven aan anti-Europees populisme, ook bij jullie, in Nederland. Populisten zullen gaan geloven dat ze inderdaad kunnen winnen.”

Camerons gok komt op een moment dat Europa van verschillende kanten zwaar wordt beproefd. Syrië. Libië. Klimaat. Een eurozone die maar niet echt wil groeien. Een Turkse strategische partner die dreigt weg te drijven. Een vluchtelingencrisis die een ernstig gebrek aan solidariteit en daadkracht binnen de EU heeft blootgelegd. En een hoop gerommel in het oosten waar Vladimir Poetin Ruslands imperiale ambities nieuw leven inblaast en, inderdaad, de champagne al koud heeft staan.

Duitsland zit niet op meer macht te wachten

Jan Techau, Carnegie Europe, Brussel

„Poetin zal een Brexit handenwrijvend aanschouwen”, zegt Jan Techau, van denktank Carnegie Europe. „Alles wat de EU moeilijker te besturen maakt, versterkt zijn positie.” Tusk zegt het zo: „We moeten begrijpen dat de geopolitieke vakantie van de EU voorbij is. Het is tijd om weer naar school te gaan en daar wachten alleen maar zware examens.”

Aan de EU-leiders heeft het niet gelegen: zij hebben Camerons toneelstukje steeds collegiaal meegespeeld. Tandenknarsend, dat wel. De Britten zijn in het verleden al vaak in de watten gelegd, met allerlei uitzonderingsposities en een fikse korting (rebate) op de EU-bijdrage. Tijdens een marathontop in februari volgden nóg meer concessies, onder meer op het gebied van migratie. Na afloop sprong een tevreden Cameron met een sportieve aanloop achter het katheder in de perszaal. De premier beloofde „met heel mijn hart en ziel” campagne te zullen voeren tegen een Brexit. „Veel succes”, wenste de Duitse bondskanselier Angela Merkel hem even later koeltjes toe.

De EU blijft een machtsblok

Niemand gelooft dat de EU door een Brexit zal imploderen, althans niet meteen. Daarvoor zijn de politieke en economische belangen die lidstaten onderling verbinden eenvoudigweg te groot. Ook zonder het Verenigd Koninkrijk blijft de EU een machtsblok en een markt van 440 miljoen zielen, en dat weegt nog steeds zwaar in de internationale arena.

„Ik weet zeker dat de EU zal overleven”, zegt Tusk, in een vorig leven historicus en Poolse oud-premier. Maar dat er „een hoge prijs” betaald zal moeten worden, staat voor hem vast. „Dit is een historisch moment, dat kun je voelen. Iets ouds eindigt, iets nieuws begint.”

Hoe zou die nieuwe wereldorde eruit zien? Niet al te best, meent de voormalige Britse topdiplomaat John Kerr, vooral voor de Britten zelf. In een recente analyse betoogt hij dat zijn landgenoten met een Brexit niet alleen de relatie met de EU op het spel zetten, maar ook die met de Verenigde Staten. De Britten mogen in talrijke Europese zaken dan prat gaan op hun zelfgezochte isolement, en daar zelfs over „opscheppen”, maar als het gaat om buitenlands beleid spelen ze juist een sleutelrol. Ze zijn „de fundamentele link” in de transatlantische relatie en het militaire bondgenootschap NAVO. Ook Techau ziet ze als de „bindende kracht”.

De Amerikanen snappen de Britten beter dan de Europeanen. Ze spreken dezelfde taal, delen een geschiedenis, een cultuur en een economische en geopolitieke visie op de wereld. Hun legers en inlichtingendiensten werken nauw samen.

Maar wat de VS volgens Kerr het allerbelangrijkst vinden, is dat de Britten in Europa aan tafel zitten. „Ons nut voor de Amerikanen hangt samen met ons vermogen om onze andere vrienden te overtuigen of over te halen”, zegt Kerr. „We maken indruk in Washington zolang we dat hier ook blijven doen.” Volgens de ex-diplomaat wordt zwaar onderschat hoezeer juist de EU de Britten het gewicht geeft dat ze na de ineenschrompeling van hun Empire waren verloren. Via Europa hervonden ze hun stem in de wereld.

De voertaal is Engels

Dat dit nu op het spel wordt gezet, is des te vreemder als je bedenkt hoezeer die stem ook doorklinkt in Europa zelf. Engels domineert als voertaal, het Britse denken over vrijhandel en de interne markt is gemeengoed en de Britse buitenlandexpertise wordt alom gewaardeerd. De lange lijst van Britten die topposities in de Europese diplomatie hebben bekleed spreekt boekdelen – denk aan Chris Patten, Paddy Ashdown of recent nog Cathy Ashton. Meedoen is invloed hebben: dat is de EU in een notendop. Sterker nog: een VK dat wegkijkt pakt desastreus uit voor Europa. „Sla de geschiedenisboeken er maar op na”, zegt Kerr.

Hij denkt dat de Brits-Amerikaanse special relationship belangrijk zal blijven, maar het Foreign Office zou wereldwijd wel fors aan autoriteit inboeten. „Waarom zouden Iran, India, China of de VN-Veiligheidsraad naar ons luisteren als onze invloed in Europa en dus ook in de Verenigde Staten is afgenomen?” De alom voorspelde economische klap van een Brexit zou bovendien doorwerken op defensie-uitgaven, juist nu de NAVO in het oosten wordt beproefd. Wie gaat de kar trekken? Berlijn worstelt om historische redenen met zijn militaire rol, Frankrijk dient niet graag onder Amerikaans bevel en de Amerikanen zelf willen juist een kleinere rol in het bondgenootschap. Kerr: „Als wij vertrekken, zou dat de NAVO en de Europese veiligheid schaden.”

Het zou ook een aderlating zijn, omdat Europeanen zelf niet bijster goed zijn in het voeren van buitenlands beleid. „Het Verenigd Koninkrijk is één van de drie of vier landen in de EU die nog strategisch georiënteerd zijn”, zegt Techau. „Die manier van denken, dat perspectief op de hele wereld – het wordt heel moeilijk om dat te vervangen.”

Het Europese project wordt ‘Duitser’

Op handelsgebied is de EU zonder meer een supermacht en een wereldspeler, met een Commissie die namens alle lidstaten mag onderhandelen. Maar het Europese buitenlandbeleid is nogal ad hoc. Techau: „In de zeldzame omstandigheden dat het van de grond komt, speelt het Verenigd Koninkrijk altijd een hoofdrol.”

Het stabiliseren van Somalië, het herstel van de democratie in Birma, de nucleaire onderhandelingen met Iran – op al die kwesties drukten de Britten hun stempel. Ook bij het instellen van sancties na de Russische annexatie van de Krim zijn ze volgens Grant „extreem invloedrijk” geweest. De opvattingen in de EU over hoe hard Moskou moeten worden aangepakt lopen nu al sterk uiteen: in Oost-Europa weten ze het wel, maar in Frankrijk klinkt de roep om de sancties op te heffen steeds luider. Zonder Britten zal de Europese vuist zachter worden.

En dan is er nog wat Grant „het Duitse probleem” noemt. De financiële crisis duwde Duitsland, als sterkste economie met de diepste zakken, al min of meer als vanzelf in een hoofdrol. Frankrijk liep er juist een enorme deuk door op en is een schim van de speler die het was. De Frans-Duitse as, door velen gezien als een voorwaarde voor een goed functionerende EU, draait nauwelijks meer. Het gebeurde tijdens de Oekraïne-crisis, toen Merkel en de Franse president Hollande eendrachtig een bestand afdwongen.

Een Brexit zou het al kwetsbare machtsevenwicht verder verstoren. Het Europese project, na 1945 nota bene opgezet om het grote Duitsland economisch en politiek in te kaderen, zou volgens Grant ‘Duitser’ worden dan ooit. „Dat één land zo domineert, is in zestig jaar niet voorgekomen”, zegt de Brit. „Voor Nederland, dat het op economisch vlak vaak eens is met Duitsland, is dat misschien niet zo’n punt, maar ik kan je verzekeren dat het dat in Warschau of Rome wel is. Het zal als zeer alarmerend worden ervaren.” Volgens Grant is niemand zich daar meer van bewust dan de Duitsers zelf. „Zij houden hun hart vast over het ontstaan van allianties tegen hen.”

Eruit is eruit

Ook Techau van denktank Carnegie Europe voorspelt een „eenzamer Duitsland”. In economische kwesties voelt het zich meer verwant met het Verenigd Koninkrijk dan met Frankrijk. „Bij de eurocrisis en in Oekraïne speelde het een grote rol, maar wel steeds met tegenzin”, zegt Techau. „Op zoveel macht zit het helemaal niet te wachten.”

De vraag is hoe heet de soep wordt gegeten. In februari kreeg Cameron niet alleen concessies, maar ook een waarschuwing: eruit stappen betekent dat je er echt uit ligt. De animo voor wéér een toneelstuk is laag. Europa is door Cameron uitgeput. De Belgische premier Michel was het meest uitgesproken en zei dat de Britten „geen tweede kans” krijgen. Het kwam de Britse premier op zichzelf niet slecht uit. Voorstanders van een Brexit doen het graag voorkomen alsof de EU het nooit op een vechtscheiding durft te laten aankomen.

Grant verwacht dat het er in economische kwesties hard aan toe zal gaan. De indruk dat je de kudde straffeloos kunt verlaten, zal men in Brussel koste wat kost willen vermijden. Het zou een open uitnodiging zijn om dan ook maar een poging te wagen en populisten en eurosceptici in de kaart spelen. Maar als het gaat om het buitenlandse beleid, denkt Grant dat de scheiding „minder akelig” zal zijn. Daarvoor staat er militair-strategisch teveel op het spel. De diplomatieke relatie met de Britten zal minder efficiënt zijn, omslachtiger en meer informeel, maar er zal toch worden gepoogd om te redden wat er te redden valt.

Het kan ook nog dat de Britten donderdag besluiten om te blijven. Of dat een succes wordt, hangt af van de bereidheid om weer écht mee te doen. Of zoals minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën) het deze week zei: „Het is niet voldoende dat ze lid blijven. Ik wil dat ze weer een actief lid worden en dat ze helpen bij het ontwerpen en veranderen van wat we hier in Europa doen.” Techau heeft er een hard hoofd in. „Natuurlijk is het de hoogste tijd dat de Britten zich opnieuw engageren, maar dat is theorie. Ook na een Brits ‘ja’ zal het debat niet stoppen.”

    • Stéphane Alonso