Recensie

Fijne reis langs 25 jaar exposities

De expositie Were It As If van kunstenaarsduo Bik Van der Pol laat zien hoe kunst een nooit-eindigend gesprek is.

South Bronx Hall of Fame, 1991-1992 Foto Aad Hoogendoorn

Voor de trouwe bezoeker aan Witte de With is deze reis langs 25 jaar tentoonstellingsgeschiedenis een feest der herkenning. De met zwarte viltstift geschreven namen – Ian Wallace, Angela Bullock, Ken Lum en vele anderen – op de kartonnen archiefdozen, die in lange rijen zijn neergezet in aluminiumstellingkasten, roepen de herinnering wakker.

Op een plank ligt een verschrompelde basketbal, overgebleven van de tentoonstelling van Guillaume Bijl en daar staan de levensgrote bustes van Rotterdammers uit de Hall of Fame van John Ahearn en Rigoberto Torres (1992). Er is ook een zeer boze brief van de kunstenaar John Knight aan de toenmalige directeur Chris Dercon, die Knights overhead-projector verkocht had aan de Rotterdamse kunstacademie; de brief wordt gepresenteerd op een glanzende overhead-projector. En er liggen een paar opgevouwen zwarte corduroybroeken in de kast, ze behoren toe aan de Italiaanse kunstenaar Michelangelo Pistoletto die ze voor deze gelegenheid ter beschikking heeft gesteld. De reden is dat Paul van Gennip, vanaf het eerste uur werkzaam bij Witte de With en medewerker aan de tentoonstelling van Pistoletto in 1993, Pistoletto’s broek zo mooi vond dat hij deze kledingstijl overnam en sindsdien geen andere broek meer heeft gedragen.

De tentoonstelling Were It As If van het Rotterdamse kunstenaarsduo Liesbeth Bik en Jos van der Pol gaat veel verder dan een archiefopstelling, het is een theatrale enscenering van de geschiedenis van Witte de With. Bik Van der Pol maakte hiertoe een geluidswerk, dat een compilatie is van stemmen van mensen die zij hebben geïnterviewd over Witte de With, talloze stemmen door elkaar heen, soms zijn flarden op te vangen. Het zijn evenzoveel verhalen en wisselende perspectieven die deel uitmaken van één doorlopend en geëngageerd gesprek over de kunst. Met deze ‘wolk’ van stemmen verwijst Bik Van der Pol ook naar het logo van Witte de With én naar de ‘cloud’ waarin alle informatie wordt opgeslagen.

De sporen van kunst

Ook al doet Witte de With niet aan collectievorming, met het groeiende archief krijgt het kunstcentrum er een belangrijke functie bij. Het krijgt gaandeweg de functie van hoeder van (een deel van) het collectieve geheugen van de hedendaagse kunst. Witte de With nodigde daarom een aantal kunstenaars, onder wie Bik Van der Pol, uit om in een reeks van presentaties de sporen van het tentoonstellingsverleden na te gaan en een visie te geven op de betekenis van de kunstpraktijk en van het kunstinstituut.

De nalatenschap van culturele instellingen bestaat uit verhalen, uit efemere objecten en uit soms nauwelijks opmerkbare sporen, aldus Bik Van der Pol. Het duo stelde zich ten doel „forensisch onderzoek te doen naar wat verborgen ligt in de plooien van de geschiedenis”. Wat wordt er verborgen, vergeten, weggegooid of over het hoofd gezien, vroeg Bik Van der Pol zich af, en hoe kunnen we deze kennis en informatie tastbaar maken?

Het is bijzonder knap hoe de twee kunstenaars zich van die zelf gestelde taak hebben gekweten. Zij deden dit met een goed gevoel voor de juiste verhouding van documentatie, inhoudelijke informatie en kunstwerken. In korte teksten geven zij steeds helder uitleg over delen van de presentatie. Kunstwerken en expositieoverblijfselen als plakband en stukken touw worden naast elkaar getoond, waarmee en passant duidelijk wordt dat alles aanleiding of materiaal voor kunst kan zijn en dat de scheidslijn tussen document en kunstwerk subtiel is. Met grote zorg worden kunstwerken en documenten uit het predigitale tijdperk op de oorspronkelijke manier geëxposeerd, met diacarrousels of de overheadprojector.

In een hoek exposeert Bik Van der Pol ook een eigen werk, dat in 2010 tot stand kwam in samenwerking met Witte de With. Vanuit een helikopter filmden de kunstenaars de totstandkoming van Maasvlakte 2, waarbij nieuw land werd gemaakt door aanleg van een zeewering van strand, duinen en steen- en betonblokken. De videofilm is, in hun woorden, een onderzoek naar de „poëtica van het maken”, waarbij Bik Van der Pol een parallel trok tussen het maken van kunst en het maken van land. Welke keuzes bepalen de vormgeving, welke hulpmiddelen zijn gebruikt en hoe zijn ze gebruikt, ligt er een esthetische opvatting aan ten grondslag? Gretig volgden zij vanuit de lucht de bewegingen van grote zandspuwers, met de camera inzoomend op details, dan weer uitzoomend om een beeld te krijgen van het geheel.

Een rijk spel

Zo is de tentoonstelling Were It As If een rijk spel van historische verbanden, van kunstwerken als respons op andere kunstwerken en op gebeurtenissen in de maatschappij. Een spel met de kunst als nooit-eindigend gesprek, waarin het perspectief op de geschiedenis voortdurend verandert. Daarvan zijn de films van de Marokkaanse Ahmed Bouanani (1938-2011) een goed voorbeeld. Bouanani zag het als zijn taak om het trauma van de koloniale bezetting van Marokko, alsook zijn kritiek op de monarchie die hierop volgde, in beeld te brengen. De fragmenten van dit zwaar gecensureerde en grotendeels vernietigde oeuvre tonen betoverende herinneringen aan het prekoloniale verleden van Marokko.

Kunstinstellingen als Witte de With kunnen tegenwoordig nauwelijks overleven. Overheidssteun is marginaal en wordt in veel gevallen geheel ingetrokken. Directeuren van de culturele instellingen moeten zich in de gekste bochten wringen om geld binnen te halen.

Het grote belang van instellingen als Witte de With voor een kritische en geëngageerde blik op politieke en maatschappelijke ontwikkelingen en voor het voortbestaan van de kunst, is door de tentoonstelling van Bik Van der Pol op eminente wijze zichtbaar gemaakt.

    • Janneke Wesseling