Fietsacademie

Hoog tijd dat iemand eens afstudeert op het Mr. Visserplein. De bewegingen die de drommen fietsers hier dagelijks maken zijn complex als een mierenhoop, fascinerend en onbegrijpelijk. Zelfs als je er deel van uitmaakt, wat ik vaak doe, blijft het raadselachtig waarom de potpourri van fietsbewegingen bij de Jodenbreestraat, hoek Valkenburgerstraat, niet veel vaker tot brokken leidt. Ik zie er zelfs nooit tegenop het ingewikkelde plein te moeten oversteken. Vol vertrouwen het er ongehavend vanaf te brengen stort ik me in de mierenhoop.

Ergens wel gek. Maar ook weer niet. Het Mr. Visserplein, vlakbij de Stopera, is een van de vele plekken waar je kunt zien — waar je voelt — hoezeer de auto’s in Amsterdam het in politiek opzicht hebben verloren van de fietsers. Na decennia van lobby’s en verkeersaanpassingen zigzagt de fietser met een denkbeeldige lauwerkrans om de nek door de stad.

De automobilisten op het plein gedragen zich juist als getemde dieren, ze remmen en trekken op naar gelang de kleuren van de stoplichten. Voor hen is het plein in zekere zin een bocht die de Weesperstraat verbindt met de Valkenburgerstraat, een slinger in een verkeersader.

De fietsers zijn hier onder elkaar. Veilig afgezonderd van de auto’s krioelen ze anarchistisch op hun paden tussen de panden van de Filmacademie, de Mozes en Aäronkerk en de Dienst Ruimtelijke Ordening. Hoe vaak zullen de ambtenaren van deze dienst al hoofdschuddend uit het raam hebben gekeken als ze twee pelotons op elkaar af zagen stuiven? De fietser voelt zich moreel verheven boven de auto’s omdat hij geen herrie maakt en niet stinkt en daarom klooit hij maar wat aan, lijkt het.

Toch resulteert de optelsom van honderden individuele beslissingen ertoe dat de kluwen van tweewielers na luttele seconden weer keurig uiteenvalt in allemaal losse draden. Ieder zijns weegs na ik-weet-niet-hoeveel bijna-botsingen, op een plein dat geen plein is, maar een soort van dubbele t-splitsing.

‘Fietsprofessor’ Marco te Brömmelstroet, gedragswetenschapper aan de UvA, vergelijkt het gekrioel van de fietsers wel met een zwerm spreeuwen. Van een afstand lijken de vogels maar wat te doen; kijk je er goed naar, dan verrichten alle individuen hoogst slimme handelingen.

Tel hier de almaar stijgende scholingsgraad in het centrum van Amsterdam bij op en je begrijpt waarom zo weinig fietsers op het asfalt van het Mr. Visserplein belanden. Wat zich hier meerdere malen per dag afspeelt, is fietsen voor gevorderden. De relatief hoog opgeleiden blaffen haast nooit als iemand een onverwachte manoeuvre maakt, in de zwerm gaat het eerder van ‘oeps’ en ‘sorry’.

In het voordringen, in het links en rechts afslaan, of juist rechtdoor rijden is het ieder voor zich; kansen inschatten, berekenen, passen en meten, iets versnellen en afremmen, even met een laag handje aangeven wat je doet en ogen in je rug hebben. In de Fietsacademie wil niemand vallen, dus wordt er weinig gevallen.

    • Auke Kok