Een museum nieuw leven inblazen doe je niet zo

Historisch Museum De Waag in Deventer krijgt binnenkort zijn vierde directeur in vier jaar tijd. Het museum moest dicht, tentoonstellingen zouden gaan reizen. Het liep allemaal anders.

Stel je een museum in een middeleeuws gebouwtje in een historische stad voor. Het is er klein, een beetje bedompt en ook nogal donker, want voor de gebrandschilderde ramen zijn stellages geplaatst om maar zoveel mogelijk te laten zien: schilderijen, zilverwerk, documenten, bodemvondsten. Propvol is het er, want de oude stad heeft een rijke historie. Nog veel meer objecten liggen in depot, de directeur zou niks liever willen dan ze allemaal tentoonstellen.

Stel je dan een wethouder voor die daar rondloopt. Het is crisis, de gemeente moet bezuinigen. En iedereen moet inleveren, ook de cultuursector. De wethouder vindt het interessant wat hij allemaal ziet, wel valt hem op dat er behalve hijzelf maar weinig mensen in het museum zijn. Terug op het stadhuis pakt hij de cijfers erbij. Zijn conclusie: met deze bezoekersaantallen kost dit museum de gemeente te veel geld. Dat moet anders kunnen.

De stad is Deventer, het museumgebouw heet De Waag. Grote kans dat je er nog nooit binnen bent geweest. Toch waren het bezoekers uit het hele land die de gemeente Deventer op het oog had, toen ze twee cultuuradviseurs een document liet opstellen over de toekomst van het museum. „Het is avond”, begint dat ‘Richtingendocument’, „door de binnenstad van Deventer lopen groepen mensen, bezoekers en bewoners, oud en jong. Het is lang geleden dat het in de Deventer binnenstad week na week na zonsondergang zo levendig was. De mensen staan stil bij verschillende historische gebouwen en lichtobjecten.”

186.540 euro

Twee jaar verder is dit hoe het (voorlopig) is afgelopen: de cultuuradviseurs dienden na het schrijven van ook nog een ‘Bedrijfsplan Het Deventer Verhaal’ en advieswerk in persona een rekening bij de gemeente in van 186.540 euro. Beide documenten beschreven wat het gemeentebestuur wilde horen: een flexibele organisatie, met minder personeel in een goedkoper pand en ook nog eens meer bezoekers. Dat zou kunnen door „het museum als traditioneel museumconcept op te heffen” – te sluiten zeg maar. In plaats daarvan zouden er tentoonstellingen moeten komen in kerken, op straat, bij mensen thuis, tijdens evenementen.

Het is er nog niet van gekomen, op deze doordeweekse dag is het museum gewoon open. Wel is vrijwel al het personeel middels een reorganisatie ontslagen (er zijn intussen weer nieuwe mensen aangenomen), als gemeentelijke ambtenaren kregen ze twee jaarsalarissen mee. Het museum was de afgelopen jaren soms open, soms dicht. Binnenkort treedt de vierde directeur in vier jaar tijd aan.

Wat is er gebeurd en hoe kijken de hoofdrolspelers daarop terug?

Maart 2013 besluit de gemeente Deventer 700.000 euro te bezuinigen op cultuur, waarvan 222.000 door het sluiten van ‘Historisch Museum De Waag’. Dat museum ontvangt gemiddeld 25.000 bezoekers per jaar: weinig als je het vergelijkt met kunstmusea, gemiddeld als je het zet naast de meeste andere stadsmusea, met hun vaak door bemiddelde particulieren geschonken collecties en erfgoed. In Deventer zijn dat bijvoorbeeld vier schilderijen van de 17de-eeuwse schilder Ter Brugghen, De evangelisten, maar ook de fietsenverzameling van Burgers, de eerste rijwielfabriek van Nederland, tapijtontwerpen van de Koninklijke Deventer Tapijtfabriek en een grote verzameling verpakkingsblik.

Veel om te laten zien kortom, zeker meer dan er past in het kleine historische museum: het meeste ligt in depot. „We wilden extra middelen vrijmaken voor tentoonstellingen door minder uit te geven aan de organisatie en de stenen”, zegt wethouder Robin Hartogh Heys (D66, financiën en cultuur). „En onze manier om dat te doen was revolutionair en gedurfd: tonen op locatie, op meer plaatsen tegelijk.”

2013 is toevallig ook het jaar dat Vereniging De Waag het 100-jarig bestaan viert. En Deventenaren mogen er dan zelden komen, in dit bijzondere jaar blijken ze in groten getale bereid te protesteren tegen de sluiting van ‘hun’ museum: 10.000 handtekeningen worden er verzameld via een website, bij een protestmars (‘Waag het niet!’) sluiten een paar honderd stadsbewoners zich aan. Charles Boissevain (63), directeur van De Waag van 2002 tot en met 2014: „De gemeente zei: de mensen willen iets anders. Maar wij kénden de bezoekers. Wij wísten wat ze wilden.”

Het verzet baatte niet, integendeel: de politiek zag er het eigen gelijk in bevestigd. Wethouder Hartogh Heys: „Er was kritiek ja, maar wie waren die critici? Dat waren de mensen die zich hadden vereenzelvigd met het museum, met hoe het daar altijd was geweest.” En dat moest nu juist anders. „Blanco beginnen met iets nieuws, dat was onze bedoeling.”

Open Monumentendag

En zo gebeurde het. De cultuuradviseurs schreven hun rapporten, het personeel werd ontslag aangezegd, De Waag werd leeggehaald en ging dicht. De laatste open dag was 14 september 2014, toevallig ook Open Monumentendag.

Twee maanden later begint de opvolger van Charles Boissevain: Maarten van der Meer (47), tot dat moment zakelijk directeur van Theater Bellevue in Amsterdam. Een theaterdirecteur? Nee, dat was niet raar: de collectie zou voortaan worden beheerd als een ‘productiehuis’, een begrip uit de podiumkunsten. Uit Amsterdam? Ook niet vreemd, want veranderen was makkelijker als het werd gedaan door een buitenstaander.

Maarten van der Meer krijgt een contract voor drie jaar. Verhuizen hoeft niet, wordt hem verzekerd: iemand van buiten is iemand van buiten.

Wat treft de nieuwe directeur aan?

Om te beginnen een budget voor het opzetten van het ‘productiehuis Deventer Verhaal’ van 1,1 miljoen euro, ruim twee ton minder dan tot die tijd werd uitgegeven aan De Waag en het aanpalende Speelgoedmuseum. Ook in dat museum is het personeel boventallig verklaard. Maarten van der Meer neemt een stuk of tien nieuwe mensen aan, verder zal per tentoonstelling worden geworven.

En hij komt in een leeggehaald museum. Waar in januari 2015 toch meteen een kleine tentoonstelling wordt gehouden: De Evangelisten van Ter Brugghen worden er in samenwerking met dagblad Trouw tijdelijk geëxposeerd, voor de serie ‘Kunst uit de Kelder’ van die krant.

De vier schilderijen zijn door de nieuwe directeur in het verder lege museum opgehangen aan steigerbuizen, wat door bezoekers verdeeld wordt ontvangen: de één vindt het heiligschennis, de ander noemt het stoer, een nieuwe tone of voice.

Er volgen andere korte tentoonstellingen, lezingen en evenementen, waarvoor het museum met tussenpozen weer opengaat. Wat blijft hangen in de publieke opinie: dat sommige van die tentoonstellingen tot de grond toe worden afgekraakt in het regionale dagblad de Stentor.

Daarna gaat het snel. In september treden drie nieuwe leden toe tot de Raad van Toezicht, onder wie Atze Bosma (50), een zelfstandig ondernemer die tijdelijk de leiding neemt over bedrijven die het zwaar hebben. Vier maanden later krijgt Maarten van der Meer te horen dat zijn contract voortijdig wordt beëindigd. Ook de meeste van de door hem aangetrokken mensen wordt de wacht aangezegd. In februari wordt Atze Bosma interim-directeur. Sinds 31 maart is De Waag weer dagelijks open.

Maarten van der Meer is met Deventer overeengekomen dat hij ‘niet praat met de pers’. Maar zeker lijkt dat hij nauwelijks tijd heeft gekregen om „Deventer landelijk en (op termijn) internationaal op de kaart te zetten”, zoals dat staat in het ‘Bedrijfsplan’ van de cultuuradviseurs.

Vier maanden na zijn aanstelling al klagen raadsleden van PvdA en VVD in dagblad de Stentor, dat de zaak op de voet volgt, dat het allemaal zo lang duurt. De gemeenteraad heeft dan net de week daarvoor kennisgemaakt met de nieuwe directeur. „Wij waren voor verandering”, zeggen ze, „en na het rapport [van de adviseurs] leek het erop dat het groots en meeslepend zou worden, daar zien we vooralsnog weinig van terug.”

En je zou de opdracht voor de nieuwe directeur in meerdere opzichten een spagaat kunnen noemen. Tentoonstellingen op locatie moesten er komen, maar het museum bleef startpunt. Voor die tentoonstellingen-nieuwe-stijl moesten coalities worden gesmeed, maar de man die geacht werd dat te doen was een buitenstaander. En, derde spagaat: kritiek op de vernieuwingen werd genegeerd door de politiek, maar sijpelde wel degelijk door in de beoordeling van wat tot stand kwam.

Twee dingen fout

Wethouder Hartogh Heys was erbij toen De Waag op 31 maart weer openging. Hij maakte excuses: zo had het allemaal niet gemoeten. Er gingen twee dingen fout, vindt hij nu. De gemeente had het museum niet leeg moeten halen („Dat werd een voedingsbodem voor ongenoegen, zie je wel het wordt niks”) en de sollicitatiecommissie „heeft zich verkeken op de combinatie persoon en opdracht”. Al was het, toegegeven, natuurlijk moeilijk voor de nieuwe directeur om de negatieve spiraal te doorbreken die langzaamaan ontstond. „Dan ga je luisteren naar de kritiek en organiseer je een tentoonstelling die niet vernieuwend is.”

Oud-directeur Charles Boissevain meent dat hij gelijk heeft gekregen. „Maar niet het gelijk dat ik had gewild, van een zachte overgang. Het doet me pijn zoals het is gegaan. Het museum is verkwanseld.”

En Atze Bosma, de interim-directeur? Die noemt de plannen van de gemeente met De Waag „ambitieus, vaag en naïef tegelijk”. Er moest wel wat veranderen, maar dat had ook langzamer gekund. „Uiteindelijk heb je het over een schattig gebouwtje met een leuke collectie, waar je een twist aan kan geven.”

Op 1 juli begint de nieuwe directeur van De Waag: Garrelt Verhoeven (50), voormalig hoofdconservator bijzondere collecties bij het Allard Pierson Museum in Amsterdam, nu werkzaam in Leuven. Hij komt dus uit de museumwereld. En hij verhuist naar Deventer.

    • Gretha Pama Foto’s Sake Elzinga