Een koningsdrama vol verschillende stijlregisters

Termietenheuvels in de savanne is een klassiek Koningsdrama. Anders dan in dergelijke drama’s gebruikelijk is, gaat het hier niet om een machtsstrijd tussen ouders, kinderen en broers (of neven en nichten), maar om drie studievrienden. Ze hebben duidelijke idealen voor hun land wanneer dat onafhankelijk wordt. De een wil de toekomst met de pen beschrijven en wordt journalist (Ikem). De ander (Chris) wordt Commissaris van Informatie en moet in tekst het land vormgeven, wat hij doet door de plannen van de derde vriend (Sam) te verwoorden. Sam wordt de leider van het land. Jaloezie en achterdocht leiden tot een climax, die niet voor het verhaal, maar wel voor het land leidt tot een anticlimax.

Hoewel het verhaal vrij klassiek is, is de manier waarop Achebe verschillende stijlregisters opentrekt wél verrassend. De drie studievrienden hebben eenzelfde verleden, maar Sam krijgt – naarmate hij steeds dictatorialere trekjes krijgt– een ander geluid. Gedragener en tamelijk absurd wordt hij in zijn spreektaal, de derde persoon niet schuwend wanneer hij over zichzelf spreekt. Wanneer Chris bijvoorbeeld weigert een opdracht uit te voeren, stelt Sam: ‘Er komt een dag dat jij de kans zult krijgen om dat allemaal te veranderen als jij de baas bent. Maar nu gaat deze baas niet akkoord met ontslag tenzij hij natuurlijk zelf de moeite heeft genomen erom te vragen.’ Daar staan stemmen tegenover van krom pratende, minder hoog opgeleide bewoners (iets wat niet altijd even geslaagd is, omdat de taal in die passages soms een hoog Kuifje-in-Afrika-gehalte heeft) en sprekers die hun toehoorders weten te bedwelmen met oude mythes en mooie samenvattingen van wat er is gebeurd.

Zo zegt er een – ‘die het abc niet machtig is’ zoals hij zelf stelt– ‘Als jullie broeder ver over de Grote Rivier moet reizen om zijn honger te stillen, vraag hem dan niet om thuis bij leeglopers te gaan zitten die hun gat krabben en dan aan de vinger ruiken.’ De oudere man houdt een betoog in het Presidentiële Paleis dat veel langer is dan deze enkele zin (die wel de geestigste is van het relaas), waarbij het vooral opvalt dat zijn taal ritmisch en zangerig is.

De rede die Ikem houdt voor een groep studenten, vlak voordat hij wordt opgepakt omdat hij volgens de Grote Leider een complot zou smeden tegen de staat, is daarentegen scherp en eveneens geestig. ‘De voordracht duurde nog geen twintig, vijfentwintig minuten, maar was zo goed van opzet, en werd zo krachtig uitgesproken dat hij de aard en reikwijdte kreeg van een episch prozagedicht,’ vat Achebe de toespraak samen.

Die typering gaat ook op voor deze roman, die in zijn veelstemmigheid en met vaak sterke dialogen, nog steeds indrukwekkend is, al gaat het om een verhaal uit 1987. Het geloof in verhalen dat weerwerk moet bieden aan koningsdrama’s, is nog even relevant als toen.