Dekker houdt zo’n 125 kleine ‘bijzondere’ scholen open

Staatssecretaris Sander Dekker past zijn wetsvoorstel aan zodat de scholen niet dicht hoeven.

Staatssecretaris Sander Dekker van OC&W tijdens het wekelijkse vragenuurtje in de Tweede Kamer ANP / Bart Maat

Zo’n honderdvijfentwintig vooral christelijke scholen hoeven niet te sluiten, ook al zijn ze te klein. Met dat doel heeft staatssecretaris Sander Dekker (VVD, Onderwijs) een wetsvoorstel aangepast, zo blijkt uit een advies van de Onderwijsraad dat vrijdag werd gepubliceerd.

De staatssecretaris gaat scholen die in een bepaald gebied de enige van hun signatuur zijn open houden, ook als ze niet groot genoeg zijn. In eerder gepresenteerde plannen stond dat de zogeheten ‘richting’ geen criterium meer hoort te zijn bij het besluit om een school te bekostigen.

De belangenorganisatie voor het protestants en rooms-katholiek onderwijs Verus becijferde dat door de initiële plannen van Dekker in totaal zo’n 125 basisscholen zouden moeten sluiten. Het gereformeerd onderwijs zou bijvoorbeeld veel scholen verliezen. Christelijke organisaties en de ChristenUnie hadden dan ook aangedrongen op het openhouden van dit soort scholen.

De dreigende sluiting was volgens een woordvoerder van het ministerie het “onbedoelde effect” van het wetsvoorstel. Op een SGP-jongerenavond liet Dekker eerder deze maand al weten met een oplossing te komen voor kleine scholen in het bijzonder onderwijs. “We hebben het wetsvoorstel de afgelopen tijd ter inzage op internet geplaatst en met veel betrokken besproken”, zegt Dekker vrijdag in een toelichting. “Veel klachten kwamen over het onbedoeld effect van het initiële voorstel dat dit gevolgen had voor bepaalde kleine scholen.”

Wetsvoorstel

Met het wetsvoorstel ‘Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen’ wil Dekker onderwijswetgeving moderniseren. Hij stelt daarbij scholen met een levensbeschouwelijke richting en ‘normale’ scholen gelijk, zodat er meer ruimte komt voor moderne onderwijsvormen. Scholen met te weinig leerlingen worden momenteel beschermd door de wet, als ze de laatste school in de regio zijn van een bepaalde levensbeschouwelijke richting. Afhankelijk van de afstand gelden er minimumnormen van 50 of 23 leerlingen.

Dekker lichtte zijn initiële wetsvoorstel toe in een ingezonden brief in NRC. Hij schreef:

“Het lidmaatschap van kerken en het bezoek van religieuze diensten is sinds de jaren zestig fors gedaald. Toch heeft ruim 60 procent van onze scholen een religieuze basis. Je kunt je afvragen of het onderwijsaanbod daarmee nog aansluit bij de moderne belevingswereld van ouders en kinderen.”

De staatssecretaris betoogde dat het te ingewikkeld is om een nieuwe school te beginnen als deze niet bij een traditionele geloofsovertuiging hoort. Daarnaast vond hij dat de bestaande scholen te vaak niet aan de verwachtingen voldoen.

“We zouden van nieuwe scholen in de toekomst niet langer moeten eisen om per se een levensbeschouwelijke richting te vertegenwoordigen. Scholen kunnen dan niet alleen op basis van geloof worden opgericht, maar ook op basis van een goed onderwijsidee. Zo bieden we ruimte voor ICT-scholen, groene scholen of andere vernieuwende concepten, zolang daarvoor bij ouders en leerlingen voldoende animo bestaat.”

De Raad van State zal nog advies uitbrengen over de vernieuwde plannen.

    • Liza van Lonkhuyzen