Wat betekent Brexit voor de internationale politieke positie van Nederland?

Nederland heeft het Britse lidmaatschap van de EU altijd beschouwd als een verzekering tegen de dominantie van grote lidstaten zoals Duitsland en Frankrijk. Afgezien van de handelsvoordelen die een mogelijk lidmaatschap van de Britten zou opleveren was Nederland in de jaren zeventig een van de grootste pleitbezorgers van een Brits EU-lidmaatschap. Met de in Nederland op dit moment vigerende ideeën over vrijhandel staat het land mentaal dicht bij het Verenigd Koninkrijk. In dat opzicht zou Nederland in de Europese Unie een bondgenoot verliezen als de Britten voor het uittreden uit de Unie zouden stemmen.

De grote kwesties in de buitenlandse politiek, zoals de crisis in Syrië, zijn nog altijd een zaak voor de individuele lidstaten. Nederland kan de Britten natuurlijk ook na een Brexit als bondgenoot blijven opzoeken.

Nederland, dat tot 1 juli voor een half jaar roulerend voorzitter van de Europese Unie is, had zich voorbereid op te treden als bemiddelaar („honest broker”) in de discussie tussen het Verenigd Koninkrijk en de Unie over de voorwaarden waaronder de Britten lid zouden kunnen blijven. In de praktijk is de rol van Nederland een beperkte geweest, heeft premier Rutte zelf toegegeven. De onderhandelingen zijn op het hoogste niveau gevoerd, met hoofdrollen voor de vaste voorzitter van de raad van EU-regeringsleiders, Donald Tusk, en voorzitter Jean-Claude Juncker van de Europese Commissie. Nederland doet niet actief mee in de campagne die in het Verenigd Koninkrijk wordt gevoerd, hoewel Rutte zich onlangs wel in harde bewoordingen uitliet over plannen van het Brexit-kamp om de migratie uit de EU aan banden te leggen.

Een vertrek van de Britten uit de EU kan ook consequenties hebben voor Amsterdam als financieel centrum. Hetzelfde geldt voor Frankfurt of Parijs.

Nu nog gebruiken financiële instellingen Londen als springplank naar de rest van de EU. In de City gelden EU-regels, wat betekent dat ook transacties in euro’s (bijvoorbeeld van derivaten, afgeleide beleggingsproducten) er kunnen worden afgewikkeld. Ook de valutahandel tussen euro’s en dollars vindt grotendeels in de City plaats. Bij een Brexit staat dit op losse schroeven.

En als de bankiers vertrekken, waar gaan ze dan heen? Amsterdam wordt af en toe genoemd als mogelijke vestigingslocatie. Het is dichtbij, er wordt redelijk Engels gesproken en er zitten aardig wat internationale bedrijven. Maar Amsterdam ontbeert de schaal van Londen en daarmee het ‘ecosysteem’ van gespecialiseerde financiële instellingen, dienstverleners en advocaten in Londen. Frankfurt en Parijs, de twee grootste financiële centra na Londen, liggen wat betreft schaal wat meer voor de hand. De bank HSBC noemde Parijs als nieuwe werkplek van zijn zakenbankiers, Deutsche Bank zei onlangs dat het obligaties in Frankfurt zal verhandelen als de Britten uit de Unie gaan. Franse politici rollen alvast de rode loper uit en in Frankfurt hopen projectontwikkelaars te gaan profiteren van de Brexit. Maar ook Dublin is in de ‘race’, zei de baas van Ryanair, Michael O’Leary laatst. Ierland ligt in de eurozone en er zijn veel internationale bedrijven gevestigd. Die voordelen heeft Amsterdam ook. Maar de Ieren zijn écht Engelstalig.