Vervuilend of duurzaam, dat is de vraag

De CO2-uitstoot in Nederland moet in 2020 een kwart lager zijn, bepaalde de rechter. Dan maar kolencentrales sluiten? Minister Kamp moet slalommen tussen tamelijk tegenstrijdige belangen en wensen van de politiek.

Uit de hoge schoorsteen komt een trage, lange pluim. Voor de kade van het haventje dat de Amerkolencentrale verbindt met de Bergsche Maas liggen duwbakken vol steenkool in de zon te wachten tot ze worden gelost. In de verte, tussen het riet en de bomen van het idyllische rivierenlandschap, vliegen water- en roofvogels op en neer.

Weinig doet vermoeden dat er een strijd woedt rond deze en de andere vier resterende Nederlandse kolencentrales. Gaan ze dicht? Zo ja, allemaal? Zo nee, welke wel en welke niet? Of krijgen ze een nieuw leven als biomassacentrales?

Topman Roger Miesen van RWE, het Duitse moederbedrijf van het Nederlandse Essent, heeft zijn aanvalsplan klaar. Zijn Amercentrale, die nu „volle bak” op steenkool draait met een capaciteit van 620 MW (megawatt) – en daarbij ook warmte levert aan Breda, Tilburg en omgeving – heeft net nieuwe subsidie toegezegd gekregen om biomassa mee te kunnen stoken. Het samengeperste hout, dat speciaal voor dit doel wordt gekweekt, moet de centrale redden.

„We willen naar 50 procent bijstook van biomassa”, zegt hij strijdlustig terwijl we over het terrein lopen. Volgens Miesen zou dat een enorme reductie betekenen van de uitstoot van CO2. In zijn berekeningen zou de kolencentrale met de helft biomassa een uitstoot hebben die vergelijkbaar is met die van een gascentrale: de helft minder dus.

Maar voorlopig staan de silo’s die speciaal voor de houtpellets zijn aangelegd, leeg. En of ze ooit weer gevuld worden, hangt af van twee zaken die Miesen niet in eigen hand heeft.

De ene is de vraag hoe minister Kamp (Economische Zaken, VVD) uitvoering geeft aan de uitspraak in de zogeheten Urgenda-zaak. De uitstoot van CO2 in Nederland moet van de rechter in 2020 met 25 procent zijn teruggebracht.

Het andere proces wordt bepaald door de zogeheten motie-Van Veldhoven waarin de Tweede Kamer het kabinet heeft opgeroepen om de resterende kolencentrales „uit te faseren”. Te sluiten dus.

Over beide kwesties wordt achter de schermen druk onderhandeld tussen de overheid en de energiebedrijven met kolencentrales. De milieuorganisaties, de energie-intensieve industrie en de overige energiebedrijven kijken over de schouder mee. Voorlopig zijn de standpunten van de verschillende betrokkenen onoverbrugbaar. Kamp heeft aangekondigd dit najaar knopen te zullen doorhakken.

Voor de Amercentrale in Geertruidenberg en de Hemwegcentrale in Amsterdam is de situatie het meest urgent. Om tegemoet te komen aan de uitspraak in de Urgenda-zaak „overweegt” Kamp de sluiting van deze twee centrales, die in de jaren negentig gebouwd zijn en nog een jaar of twintig mee zouden moeten kunnen. Het ministerie onderzoekt hoeveel uitstoot dat zou schelen, wat het zou kosten om de centrales te sluiten en wat dat zou betekenen voor de stroomvoorziening.

Confrontatie zoeken

Nuon, de Nederlandse dochter van het Zweedse Vattenfall, eigenaar van de Hemwegcentrale, heeft meteen laten weten dat over sluiting te praten valt. Mits de overheid over de brug komt. „De vroegtijdige sluiting moet eerlijk en verantwoord gebeuren, zowel voor medewerkers als voor het milieu. De compensatie die de overheid hier tegenover stelt, is hierbij cruciaal”, aldus Nuon.

Essent daarentegen zoekt de confrontatie. De Amercentrale hoeft volgens Miesen helemaal niet dicht als ze 50 procent biomassa kunnen gaan verbanden. Sterker nog, is het betoog, zonder de inzet van de centrale raken niet alleen de CO2-doelen uit zicht, maar ook de 14 procent opwekking van duurzame energie die is afgesproken in het Energieakkoord.

Bovendien, zegt Miesen, zal de vraag naar elektriciteit alleen maar groeien. „Met zon en wind alleen red je het niet, je moet centrales houden om de stabiliteit op het net te kunnen garanderen.”

Dat we „op langere termijn” naar een CO2-neutrale uitstoot moeten zoals is afgesproken op de klimaatconferentie in Parijs, is ook de RWE-topman duidelijk. Maar dat lukt niet zonder biomassa, stelt hij. Hij voorziet zelfs een ‘negatieve uitstoot’ als de CO2 die door verbranding van biomassa vrijkomt ook nog wordt opgevangen en opgeslagen. „Je stopt dan de CO2 die al is afgevangen door de bomen die je verbrandt, nog een keer in de grond.”

Biomassa is echter duur. Zonder subsidie loont het niet. Maar moet je al dat geld – in de meest recente subsidieronde gaat het om 3 miljard euro in totaal – aanwenden om fossiele kolencentrales in bedrijf te houden, of moet je juist in andere, duurzamere vormen van energieopwekking investeren?

En daarmee kom je bij de volgende discussie: gaan we alle Nederlandse kolencentrales sluiten?

Dat RWE zijn centrales wil openhouden is duidelijk. Het Duitse bedrijf zit in zwaar weer en leed vorig jaar honderden miljoenen verlies. Met de lage elektriciteitsprijs van dit moment valt alleen met het verbranden van goedkope steenkool nog geld te verdienen.

Gesubsidieerde biomassa moet het leven van de centrales verlengen. Maar aan de Haagse onderhandelingstafels vindt lang niet iedereen dat een goede besteding. Greenpeace bijvoorbeeld pleit voor het afschaffen van subsidie op biomassa en voor het opleggen van een CO2-norm. De gedachte is dat de energiebedrijven hun kolencentrales dan vanzelf sluiten en hun gascentrales, die nu in de mottenballen staan omdat de productie niet loont door de lage elektriciteitsprijs, weer opengaan. Met als gevolg de helft minder CO2-uitstoot.

Bewust investeringsrisico

Compensatie voor sluiting van kolencentrales is volgens Greenpeace ook niet nodig omdat de energiebedrijven van tevoren wisten dat er strenge CO2-normen zouden komen. Het besluit om nieuwe, miljarden kostende centrales te bouwen zou een bewust investeringsrisico zijn geweest, vinden de milieuactivisten.

Politiek lijkt dit ‘eigen schuld dikke bult’-scenario niet erg haalbaar. De energie-intensieve industrie die via de werkgeversorganisatie VNO-NCW flinke invloed heeft in de discussie, waarschuwt voor verstoring van de markt. Investeerders (zowel in conventionele als in duurzame productie) moeten kunnen rekenen op een consistent beleid, zegt Hans Grünfeld, voorzitter van de VEMW, de koepel van zakelijke energiegebruikers. „Het per motie bepalen van de spelregels van de energiemarkt draagt niet bij aan het investeringsklimaat”, aldus Grünfeld in reactie op de motie-Van Veldhoven over het sluiten van de kolencentrales. Hij zegt ook te vrezen dat sluiting van de centrales de leveringszekerheid voor de industrie in gevaar zal brengen.

Waar minister Kamp dit najaar mee zal komen is moeilijk te voorspellen. De overheid heeft betrokkenen gevraagd de lippen stijf op elkaar te houden. Er staat veel op het spel: het streven naar het neutraliseren van CO2-uitstoot in 2050, de doelstellingen van het Energieakkoord, de uitspraak in de Urgenda-zaak, de positie van de Nederlandse energie-intensieve industrie, en de vele miljarden die gemoeid zijn met het sluiten van alle resterende centrales, dan wel het openhouden middels subsidie op biomassa.

De vrees bestaat dat de tegenstellingen onoverbrugbaar blijven. Kamp heeft hoe dan ook een lastige keuze te maken die ook op langere termijn politiek overeind moet blijven. Want, zegt Essent-topman Miesen, „de essentie is om tot een oplossing te komen die ook na de verkiezingen van volgend jaar standhoudt”.

Intussen staan de houtsilo’s van de Amercentrale leeg. Want ondanks de toegezegde nieuwe subsidie steekt het moederbedrijf RWE geen cent in het opstarten van elektriciteitsproductie uit biomassa zolang onzeker is dat de centrale openblijft.

Er wordt geen enkel financieel risico genomen. Het verschoten rood op het portiershuisje bij de ingang van het terrein van de centrale aan de rivier geeft aan dat er in de huidige elektriciteitsmarkt zelfs geen geld over is voor een likje verf.

    • Renée Postma