Theater uit 1792 eindelijk in de hoofdrol

250 jaar Drottningholm Slottsteater Theater Drottningholm in Zweden viert zijn 250-jarig jubileum met de opera The Rococo Machine.

Het theater is nu de hoofdpersoon.

Onder: uitvoering van The Rococo Machine in het slottheater van Drottningholm, met kaarsverlichting en een historisch barokdecor.

‘Het is een wonder dat het theater nooit is afgebrand”, zegt regisseur Stina Ancker. „De verlichting met kaarsen in de baroktijd was houten schouwburgen meer dan eens fataal. Ooit waren er tachtig van deze hoftheaters in Europa, daarvan is nu slechts een enkel nog over.”

Het Slottsteater van koning Gustaaf III is het oudste. De machinerieën zijn puntgaaf. Met de jubileumopera The Rococo Machine, in het Zweeds Rokokomaskineriet, viert de hofschouwburg zijn 250-jarig bestaan. Deze zomer vinden festiviteiten plaats, waaronder het divertimento Esprit! en Mozarts opera Don Giovanni.

Op een uur varen van Stockholm bezit de Zweedse koning zijn eigen paleis, een Versailles van het noorden. Daar hoort een theater bij, waar het koningspaar en gasten konden genieten van Franse tragedies en Italiaanse opera’s. Het Drottningholm Slottsteater, opgetrokken uit hout en gedecoreerd met papier-maché, opende in 1766. Het kende voor die tijd een geavanceerde toneelmachinerie waarmee alles mogelijk was: een bewegende kist met rotsblokken veroorzaakt donder, papieren golven verbeelden de zee, windmachines ruisen en bliksem flitst. Beschilderde decorstukken roepen paleisinterieurs en boslandschappen op. Alles perfecte illusie, als een toverdoos.

Paleis Drottningholm bij Stockholm, waar een sinds 1792 onaangeroerd theater is.Foto’s Elias Gammelgård en Mats Bäcker.

Filmregisseur Ingmar Bergman was verliefd op het theater, dat hem inspireerde tot de filmversie van Mozarts opera Die Zauberflöte (1975). In 2000 en 2003 regisseerde Pierre Audi er twee opera’s van Händel die later in de Amsterdamse Stadsschouwburg te zien waren. In een exacte replica van het Zweedse barokdecor.

Met de jubileumopera The Rococo Machine plaatst de Zweedse componist Jan Sandström het theater in het hart van de uitvoering. De opera is een hommage aan de ingenieuze machinerie en de bewogen geschiedenis van het theater. Regisseur Ancker werkt nauw samen met de componist: „De echte schatkamer van het theater is onzichtbaar voor het publiek, die bevindt zich onder het podium. Daar staat een reusachtig rad zoals destijds ook op schepen stond, een kaapstander. Het stelsel van touwen en katrollen is verbonden met de beschilderde decors. Tijdens een voorstelling zijn er veertig technici in de weer”, vertelt Ancker terwijl we door het theater lopen. Scheepsbouwers waren verantwoordelijk voor het touwwerk als op een zeilschip.

Voor theatermakers is het theater een sleeping beauty. Na de moord op de koning in 1792 werd het theater verlaten. Totdat in 1921 een theaterhistoricus nietsvermoedend de deuren opende, op zoek naar Zweedse toneelhistorie, en van de ene verbazing in de andere viel. Een laag stof van anderhalve meter bedekte de zaal en de machinerie. De ruimte was gebruikt als stalling voor koetsen en opslagplaats voor aardappelen. Alles was intact, alleen de touwen moesten vernieuwd worden. Ancker: „Na de dood van de koning, die gedichten schreef en acteerde, was het een gedoemde plek. De strekking van onze opera is dat de kunsten altijd overwinnen.”

Rokokomaskineriet laat zien tot welke illusies het bouwwerk met zijn machinerie in staat is: een ballon zeilt weg aan een touw door de geschilderde hemel, een schip vaart over een golvende open zee. Zangers in barokkostuum verhalen over de geschiedenis van het theater. De theaterwerktuigen functioneren uitbundig.

Kaarslicht en vuur spelen een belangrijke rol als noodlottige krachten. Een zangeres met brandende kaars komt op, zij is de ‘kaarsensnuitster’ van vroeger, belast met het doven van de kaarsen, ’s nachts. Om brand te voorkomen. Ze zingt een aria over de gloed van kaarslicht in vroeger tijden.

    • Kester Freriks