Snuiterbol

‘Etnisch profileren? Nee. Dat is gewoon je werk doen. Net als wat de collega’s die die snuiterbol hebben gecontroleerd, hebben gedaan. Gewoon goed gewerkt.”

Deze reactie van een politieagent op kritiek op het controleren van de rapper Typhoon zorgde ervoor dat het woord snuiterbol onlangs z’n debuut maakte in deze krant. Het stond er in grote letters en leidde tot verschillende vragen. „Wat is in hemelsnaam een snuiterbol? Is het een variant van rare snuiter? Het leek me een mild scheldwoord.” Iemand anders vroeg: „Is de snuiterbol familie van de stuiterbal of snollebol?”

Snuiterbol lijkt mij in deze context inderdaad een mild scheldwoord, vergelijkbaar met kwibus. Ik kende snuiterbol niet en het lijkt tamelijk zeldzaam: het ontbreekt in de Dikke Van Dale en in de belangrijkste naslagwerken voor informeel Nederlands.

Is het een particuliere taalvondst van die politieagent? Nee, op Twitter vond ik snuiterbol terug vanaf 2010 en het lijkt zeker niet altijd negatief te zijn bedoeld. „Een vrolijke snuiterbol die Tim”, schreef iemand in 2012. En in 2014 plaatste een Ajax-fan een foto met Johan Cruijff op Twitter, met als typering van de Grote Voetballer: „Een relaxte, gemotiveerde en aardige snuiterbol!”

Is snuiterbol soms een recente aanwinst voor het Nederlands, een tamelijk nieuwe kwalificatie die daarom door de woordenboekenmakers over het hoofd is gezien? Nee, het woord komt al sinds het begin van de 20ste eeuw voor in een iets andere spelling, namelijk als snuitebol. Ik vond het voor eerst in 1925, in het tijdschrift Jong Nederland, in een tekst over een meisje dat tegen een pop zegt: „Dag mijn kleine schattebout, dag mijn snuitebolletje. Wacht, moesje zal je een fleschje geven.” In 1937 gebruikte Emmy Tollenaar het in een meisjesboek: „Mieke lachte blij. ‘Natuurlijk niet, driedubbele snuitebol van een pappeldepaps.’”

Zelfs Harry Mulisch heeft het een keer gebruikt, in 1954 in De diamant, in een zin die je nu niet meer zo makkelijk zou schrijven: „Dag snuitebol, de zegen van Allah zij met je!”

Het lijkt mij dat snuitebol inmiddels een plaats verdient in onze woordenboeken, met als spellingvariant snuiterbol en met enkele voorbeeldzinnen uit heden en verleden.

Iets anders. Onlangs schreef ik in deze rubriek over medische versprekingen („ik wil niet eindigen als kaasplankje”). Dat leverde diverse reacties op. Zo kende iemand de variant eindigen als een kastplantje. „Hier is wel een logische redenering voor te vinden: een plantje dat je gewoon wegstopt in de kast, achteloos, waar je niet veel meer aan hebt”, luidde de toelichting.

Natuurlijk werden er ook allerlei andere (medische) versprekingen ingestuurd. Zo stuurde een huisarts de volgende verhaspelingen, gehoord van patiënten: „Ik heb een parasol genomen” (in plaats van paracetamol); „Ik heb een luchtwegverwijderaar gebruikt” (in plaats van luchtwegverwijder, bij astmatische klachten); en: „Volgens mij heb ik last van geniale wratten.”

Tot slot een vraag: meisjesbrief kan ‘brief van een meisje’ betekenen, maar moet ook een overdrachtelijke betekenis hebben gehad, die niet is vastgelegd. In 1825 werd een vrouw naar de strafkolonie Ommerschans gestuurd, volgens het vonnis mede vanwege „ontuchtig gedrag” en „twee meisjesbrieven van haar eigen”. Wat wordt hier bedoeld?

    • Ewoud Sanders