‘Niemand is zo bezeten als wij’

Interview Whitney Max Kakacek en Julien Ehrlich richtten samen de band Whitney op. Ze leven voor de muziek, en om te feesten. „Nu blijkt dat we min of meer van de muziek kunnen leven, heeft dat onze ouders ietwat gerustgesteld.”

Max Kakacek (l) en Julien Ehrlich van Whitney

Aan tafel in een Amsterdams restaurant zitten twee muzikanten met groen en paars gelakte nagels en verfomfaaid haar. De een vertelt opgewekt hoe ze de afgelopen nacht van de hoteltrap vielen, na te veel bier. Hij stroopt zijn broekspijp op en laat een blauwe plek zien. Aanleiding: hun band krijgt zoveel bijval dat er dagelijks wel iets te vieren valt. Met af en toe een beurse plek als gevolg.

De twee zijn gitarist Max Kakacek (24) en drummer Julien Ehrlich (24), samen oprichters van de band Whitney, uit Chicago. Ze schreven samen de liedjes, arrangeerden de composities, en zochten uiteindelijk vijf extra muzikanten om de nummers uit te werken, voor hun onlangs verschenen debuutalbum, Light Upon The Lake.

Ehrlich zingt en drumt, Kakacek speelt gitaar, met solo’s die zouden kunnen doorgaan voor creaties van George Harrison: weefwerkjes van losse noten die als druppels langs de snaren lijken te glijden. Hun nummers bulken van de muzikale ideeën, die bijna achteloos worden gebracht. Losse elementen komen en gaan: een paar maten voor de rafelige blazers, enkele akkoorden op het orgel, tien seconden Marimba-trompet, en door naar de solo van Kakacek. Als nostalgische passanten verwijzen de bouwstenen naar muziekstijlen uit het verleden: soul uit het diepe Zuiden, oude funk, West-Coastpop. Die snelle afwisseling samen met de kwijnend hoge stem van Ehrlich, levert betoverende nummers op als No Woman en Golden Days.

De wildste nachten ooit

De reactie van het publiek op hun muziek was zo positief dat Whitney nu op tournee gaat langs de Europese zomerfestivals, zoals naar Down The Rabbit Hole bij Nijmegen, volgend weekend. Kakacek: „Toen we onze liedjes maakten, hadden we geen enkele verwachting. Zeker niet dat we hierdoor naar Europa zouden kunnen.” Toch zijn Kakacek en Ehrlich geen nieuwkomers. Als tieners speelden ze drums en gitaar in Smith Westerns, een rockband onder aanvoering van zanger Cullen Omori. Ook toen waren ze een paar keer in Amsterdam. Ze koesteren nog altijd de herinnering. Ehrlich: „We feesten wel vaker, maar hier beleefden we een van onze wildste nachten ooit.” Kakacek: „We hadden meteen na het concert paddestoelen genomen. Dat kwam hard aan.” Ehrlich: „We hingen rond op straat, vlak bij Paradiso, en het was alsof wij in slow motion liepen en de rest van de mensen versneld.” Hij schudt zijn hoofd. „Dat was angstaanjagend. Dus gingen we terug naar ons hotel en belden onze vriendinnen, terwijl we probeerden te doen alsof er niets aan de hand was.” Kakacek: „Ik heb de hele nacht zitten fotograferen en was ervan overtuigd dat het de mooiste foto’s waren die iemand ooit had gemaakt. De volgende ochtend stonden er tientallen plaatjes van glazen, papier en tafels op mijn telefoon.”

Nadat Smith Western was opgeheven, trokken de twee bij elkaar in, in Chicago. Beiden maakten muziek met anderen. Kakacek: „Maar op een ochtend stonden we op en begonnen een liedje te schrijven. De volgende ochtend deden we het weer en schreven het tweede Whitney-liedje.” Ehrlich: „Max bedacht de muziek, en nam het op met de computer. ’s Nachts luisterde ik wat hij gemaakt had, en probeerde zangmelodieën uit. Ik zette de opnameknop open en liet mijn geest naar verre uithoeken drijven. Dat leverde de beste ideeën op.”

Losse noten lijken als druppels langs de snaren te glijden

De opmerking dat Kakaceks gitaarspel doet denken aan dat van George Harrison valt niet in goede aarde. „Ik luister liever naar Chris Bell”, zegt hij. Chris Bell zat met Alex Chilton in cult-band Big Star dat nonchalante popsongs maakte, rond Bells opgloeiende slide-gitaar. Hij overleed in 1978 bij een auto-ongeluk. „Hun stijl is verwant, maar Bell klinkt donkerder. Hij was als mens ook duister, leed aan stemmingswisselingen. Dan stortte hij zich helemaal op de gitaar. Ik identificeer me meer met Bell.”

Ehrlich zingt en drumt tegelijk. Daarbij komt het goed uit dat hij een falsetstem gebruikt, zegt hij. „Ik kan zittend zingen, ook bij het opnemen in de studio. Veel zangers vinden dat een rare houding. Maar als je hoog zingt, hoef je niet je hele middenrif te gebruiken. Het geluid komt eerder uit mijn keel dan uit mijn buik.”

Geobsedeerd door muziek

Een jaar lang werd gewerkt aan het arrangeren en uitdenken van de nummers, die later in een studio in Texas met een hele band werden opgenomen. Kakacek: „We hebben alle twee een maniakale behoefte om muziek te creëren. Niet veel mensen zijn zo bezeten als wij.” Ehrlich: „Mijn moeder denkt dat ik een afwijking heb omdat ik zo geobsedeerd ben door muziek. Ze denkt dat die obsessie met één ding de andere aspecten van onze persoonlijkheid in de weg zit.”

Kakacek: „Mijn moeder wilde dat ik volwassen werd. Maar het enige wat ik wilde was muziek maken en luisteren.”

Ehrlich: „Nu blijkt dat ik er min of meer van kan leven. Dat heeft onze ouders een beetje gerustgesteld.”

Kakacek: „Dus er zijn veel redenen om te feesten.” Ehrlich: „Nu heeft mijn moeder weer iets anders om zich zorgen over te maken.” Hij neemt nog een slok bier. „Elke keer als we op tournee gaan en ze ons met de auto naar het vliegveld brengt, zegt ze het iets dringender: ‘Zullen jullie voorzichtig zijn?’ ”

    • Hester Carvalho