Marvel velt DC met Stan Lees superheldensoap

De superhelden van Marvel overvleugelen rivaal DC Comics momenteel volledig. Met dank aan de aanpak van Stan Lee.

Twee Amerikaanse superheldenfabrieken strijden al decennia: DC Comics en Marvel. In strips, maar ook in films, leek DC lang in het voordeel door zijn iconen Superman en Batman. Bij Marvel benaderde hooguit jonkie Spider-Man – uit 1962 – hun formaat. De rest: X-Men, Iron Man, Thor, de Hulk? Kleine garnalen.

Inmiddels zijn strips bijzaak – of nauwkeuriger: de research & development-afdeling die nieuwe superhelden op het kernpubliek van fanboys uittest. Superhelden domineren Hollywood, de oude striphuizen zijn nu een vitaal onderdeel van mediaholdings: DC Comics van Time-Warner, Marvel van Disney. En in die nieuwe wereld zijn de kleine garnalen, vaak verzonnen door de 93-jarige Stan Lee, aan de winnende hand.

Dat is ook de verdienste van een aantal visionaire managers van Marvel, onder wie de huidige topman Kevin Feige. Al voor Disney het striphuis in 2009 kocht, had het tien jaar eerder nog bijna failliete bedrijf slimme keuzes gemaakt. Het overleefde aanvankelijk door te functioneren als een Hollywoodagentschap die ‘package deals’ verkocht – personages, script, regisseur en acteurs – aan filmstudio’s. Zo besteedde Marvel zijn populairste superhelden uit: X-Men en The Fantastic Four aan 21st Century Fox, Spider-Man aan Sony. En raakte het uit het rood door de rechten uit te baten.

Door het enorme succes van X-Men en Spider-Man na 2000 kreeg Marvel de ambitie ook zelf speelfilms te produceren. Met ruggesteun van Disney werden zijn resterende superhelden van het tweede garnituur – Thor, Iron Man, Captain America – uitgebouwd tot topmerken. Marvel kopieerde daarbij Stan Lees stripaanpak. Lee schiep namelijk niet zozeer losse helden en stripalbums, als wel een universum – het ‘Marvelverse’ – van verhalen waarin superhelden elkaar helpen, teams vormen en ruzie krijgen: in feite een naar alle kanten uitdijende superheldensoap.

Bij Marvel draait het niet zozeer om solitaire superhelden als om ‘families’ van helden en schurken: de strips gelden als een goudmijn van ruim 4.700 personages, waarvan Stan Lee er 590 verzon. Raakt een filmster – of de fans – uitgekeken op een held van de Avengers-familie, dan staan opvolgers als Ant-Man, Dr Strange en Black Panther al in de startblokken. Die aanpak is zeer succesvol: elke superheldenfilm van Marvel bracht na 2012 een half tot anderhalf miljard dollar op.

Een superheld bolwerkt het niet langer in zijn eentje: DC Comics boet van zijn kant voor het eenzijdige leunen op steunpilaren Batman en Superman. De geforceerde poging om via mash-up film Batman v Superman in één klap een eigen DC-familie van superhelden te lanceren, stelde dit jaar ernstig teleur. Mogelijk helpt Suicide Squad dit jaar de kloof met Marvel te dichten: daarin redt een team superschurken van DC de wereld.

Misschien moet DC Comics ook zijn wagneriaanse, humorloze toon laten varen, eerder wél succesvol met Batman. De speelsheid van Marvel is modieuzer, getuige ook het recente succes van de aan Fox uitbestede Marvel-antiheld Deadpool. De toon van Stan Lee dus, die superhelden in de jaren zestig veranderde van Übermenschen tot personages met herkenbare (tiener) problemen: uitsluiting (X-Men), bindingsangst en baldadigheid (Spider-Man), een pittig temperament (de Hulk). Marvels zege is de zege van Stan Lee.

    • Coen van Zwol