Kunstig omgaan met schulden

De Britse tv-komiek John Oliver krijgt het regelmatig voor elkaar om met een moeilijke maatschappelijke kwestie miljoenen Amerikaanse kijkers te boeien. Zoals onlangs met een uitzending over de handel in schuld van particulieren aan de farmaceutische industrie.

Voor 60.000 dollar had hij schuld gekocht ter waarde van 14,9 miljoen dollar. In plaats van als een deurwaarder achter het geld aan te gaan, schold hij honderden individuen hun schuld kwijt. Zij waren die immers aangegaan voor noodzakelijke uitgaven: voor hun gezondheid of zelfs om hun leven te redden. Met genoegen vergeleek Oliver zichzelf met Oprah Winfrey. Die gaf op tv auto’s weg aan arme Amerikanen. Oliver: „Maar ik geef veel meer weg!”

Iedereen blij zou je denken. Toch niet. Kunstenaarscollectief Debt Collective zegt dat Oliver pronkt met hun veren. En inderdaad, de activistische kunstenaars hebben sinds 2012 maar liefst 700.000 dollar ingezameld om daarmee 30 miljoen dollar aan particuliere schulden kwijt te schelden – zoals te lezen op site rollingjubilee.org.

Debt Collective is „teleurgesteld” dat Oliver het collectief niet heeft genoemd in zijn tv-show Last Week Tonight.

John Oliver presenteerde het idee als van hemzelf

Zeikerds. Dat dacht ik toen ik ergens een verslagje van de kwestie las. Want gaat het de kunstenaars nu om de schuldenproblematiek of om henzelf?

Maar toen ik me in de zaak verdiepte, kwam ook begrip. De redactie van Olivers programma blijkt acht maanden geleden al contact met Debt Collective te hebben opgenomen om alles te horen over de handel in schuld. In urenlange telefoongesprekken leverden de kunstenaars de info, plus contacten met kenners. „Pas op het allerlaatste moment”, verklaart Debt Collective, „vertelde de redactie ons dat het programma zich niet openlijk met ons wil associëren”. In de uitzending presenteerde Oliver het idee als van hemzelf.

Waarom? Vanwege het radicalisme van de kunstenaars. Ze lanceerden hun actie tijdens Occupy Wall Street. Dat is niet het soort demonstratie waar Oliver zich mee wil afficheren. Toen hij er destijds verslag van deed, als ‘correspondent’ van The Daily Show, liet hij de mafste demonstranten aan het woord. Zijn boodschap duidelijk: deze Occupy-lui zijn niet goed snik.

Maar begrip of niet, de kunstenaars kunnen toch niet klagen. Want wie invloed wil hebben op de maatschappij, moet niet piepen over auteursrecht. Kunstenaars die de grens tussen politiek en kunst moedwillig vervagen, moeten niet raar opkijken als ze worden behandeld als politici. En in de politiek gaat het niet om de bron van een idee maar om de uitvoering ervan.

Noem het ‘jatten’ wat Oliver deed. Maar je kunt het ook ‘invloed’ noemen. Vind je naamsvermelding echt belangrijk? Blijf dan schilderen.

    • Pieter van Os