Klein restje van een grote planetoïdenbotsing

Een kleine fossiele meteoriet lijkt niet op andere bekende meteorieten. Hij blijkt een bijzondere oorsprong te hebben.

De (gebroken) fossiele meteoriet Öst65 (zwart), 470 miljoen jaar oud. Foto Birger Schmitz

In Zweden is een bijzondere meteoriet ontdekt. De slechts acht centimeter grote ‘ruimtesteen’ lijkt te zijn vrijgekomen bij een botsing tussen twee planetoïden kort voor de inslag, tijdens het late Ordovicium: bijna een half miljard jaar geleden. De steen is ontdekt door een team van aardwetenschappers, onder leiding van Birger Schmitz van de universiteit van Lund (Zweden). De onderzoeksresultaten zijn deze week gepubliceerd in Nature Communications.

De inmiddels gefossiliseerde meteoriet, die de aanduiding Öst 65 heeft gekregen, is aangetroffen in een kalkgroeve in het zuiden van Zweden. Daar wordt sinds 1992 systematisch naar meteorieten gezocht, wat al meer dan honderd vondsten heeft opgeleverd.

Het gros van deze meteorieten behoort tot de zogeheten L-chondrieten, een van de meest voorkomende soorten die op aarde worden gevonden. Uit de ouderdom van de sedimenten wordt afgeleid dat ze 470 miljoen jaar geleden in de toenmalige zeebodem zijn ingeslagen.

Een mogelijke verklaring voor die ‘stenenregen' is dat er relatief kort daarvóór een botsing tussen twee planetoïden heeft plaatsgevonden in de gordel tussen de omloopbanen van de planeten Mars en Jupiter. Maar tot nu toe leken alle meteorieten die bij Ӧsterplana zijn neergeploft van één moederlichaam afkomstig te zijn.

Ö̈st65 doorbreekt die uniformiteit: zijn samenstelling wijkt af van alle 52.600 meteorieten die recenter op aarde zijn neergeploft. Maar net als de Zweedse L-chondrieten lijkt hij ongeveer 1 miljoen jaar lang – de vermoedelijke duur van zijn tocht naar de aarde – te hebben blootgestaan aan kosmische straling. Dat volgt uit de hoeveelheid neon-21 die in de meteoriet is aangetroffen: naarmate gesteente langer in de ruimte verblijft, vormt zich meer van dit specifieke neon-isotoop.

Volgens de wetenschappers is het denkbaar dat het om een brokstuk gaat van de planetoïde die in botsing is gekomen met het moederlichaam van de L-chondrieten. Ze suggereren dat er al lang niets meer van deze planetoïde over is

    • Eddy Echternach