Het einde van de stercurator is nabij

Zelf is hij een van de bekendste internationale tentoonstellingsmakers, maar volgens de Italiaan Francesco Bonami is het gedaan met de macht van de zogenaamde stercuratoren. „We zijn volstrekt irrelevant in relatie tot de markt en de carrière van de kunstenaar”, zei hij vorige week in een interview met Artnet.

De belangrijkste tentoonstellingen van dit moment worden niet gemaakt door intellectuele academici, maar door kunstenaars. Kijk naar de Berlijnse Biënnale, samengesteld door het Amerikaanse kunstenaarscollectief DIS, of naar de zojuist geopende Manifesta in Zürich, waarvoor de Duitse kunstenaar Christian Jankowski het concept bedacht. Ook Sonsbeek ’16 werd door een kunstenaarsgroep samengesteld, het Indonesische collectief Ruangrupa.

Volgens Bonami is het kunstpubliek in de afgelopen 25 jaar exponentieel gegroeid. „Dus is het de uitdaging voor ons curatoren om zo toegankelijk mogelijk te zijn. Vroeger preekten we als curatoren voor de eigen parochie. Wie durfde te zeggen dat een lege schoenendoos in een museum een grap was, werd een imbeciel genoemd. Nu ben je een imbeciel als je als curator niet in begrijpelijke taal kunt uitleggen waarom die schoenendoos een meesterwerk is.”

Het gevolg is dat grote tentoonstellingen steeds laagdrempeliger worden. Interactie met het publiek is het devies. Je ziet het ook aan de publicaties die bij de biënnales verschijnen. Ondoorgrondelijke teksten vol verwijzingen naar Franse filosofen kunnen echt niet meer. Ruangrupa bijvoorbeeld koos ervoor om géén catalogus te maken bij Sonsbeek, maar een doeboek. „Zo’n catalogus benadrukt alleen maar de exclusiviteit van de kunstwereld”, zei het kunstcollectief daags voor de opening. „Wij willen juist zoveel mogelijk mensen bij ons project betrekken.”

Manifesta gaat nog een stapje verder. Voor de tentoonstelling werden dit jaar dertig kunstenaars gekoppeld aan dertig ‘hosts’: werknemers uit Zürich met een specifiek beroep. En het zijn deze brandweermannen, tandartsen, horlogemakers en stewardessen die in de catalogus mogen omschrijven wat ze van de kunstwerken vinden. Het moet gezegd: het is heerlijk verfrissend om te lezen wat hondentrimster Jacqueline Meier te zeggen heeft over de conceptuele installaties van Guillaume Bijl, of te horen hoe transgender Sonja Victoria Vera Bohorquez haar escortwerk in verband brengt met het oeuvre van de Mexicaanse kunstenaar Teresa Margolles.

Grote vraag is nu of er nog wel een toekomst is voor curatorenopleidingen. Steeds meer instellingen bieden zo’n curatorenprogramma aan. Maar waar kunnen al die pas afgestudeerde curatoren terecht, nu ze door de kunstwereld zijn doodverklaard?

    • Sandra Smallenburg