Geen seksreclame bij speelparadijzen, liever ook geen gezichtssluier

column Zo’n niqaab heeft iets inherents absoluuts dat een middenweg blokkeert. In dat geval is een heldere juridische norm nodig

christiaanweijts0

De ChristenUnie in Assen heeft geprotesteerd tegen reclameposters voor webcamseks. Een van de borden, pal naast een kinderspeelparadijs, is nu door de adverteerder zelf weggehaald.

Ik kom ook vaak in kinderspeelparadijzen en snap het wel, want mijn kinderen beginnen net te lezen en dan kom je nergens meer mee weg. ‘Wat is dat, webcamsex.nl?’ ‘O, dat eh… is een soort computerspelletje voor grote mensen.’ Want ze compleet voorliegen wil je ook weer niet.

In ons speelparadijs liep laatst een vrouw in niqaab rond, met alleen nog een vizier bij de ogen, wat op zichzelf een lollig gezicht is, vooral als ze achter het groepje klauterkinderen aanholde dat een verjaardagspartijtje vierde. Gebiologeerd keek mijn zoon toe en ik twijfelde wat ik hier nu weer voor uitleg bij moest geven.

Een half jaar terug was in Brabant zo’n niqaabdraagster uit een speelparadijs gezet, wat voor de gebruikelijke ophef zorgde. Eerder gebeurde zoiets in Almere, en het zal niet de laatste keer zijn.

Alleen een vizier, wat op zichzelf een lollig gezicht is

SGP-voorman Kees van der Staaij pleitte dinsdag in de Tweede Kamer meteen maar voor een totaalverbod op seksreclameborden. ‘Laat onze straten niet gekaapt worden door de seks- en porno-industrie!’ Die uitschieter was zo komisch dat ik haast vergat dat hij een valide punt heeft: wat staan we wel en niet toe in de openbare ruimte met veel kinderen?

In dit geval verwijderde het bedrijf zelf de poster bij het speelparadijs, zonder tussenkomst van rechter of codecommissie. In alle huidige hectiek zouden we haast vergeten dat het recht een ultimum remedium is, en het altijd beter is om er onderling in alle redelijkheid uit te komen. Maar dat lukt vooral met een heldere wet als stok achter de deur. Vorige zomer verbood de rechter zo’n webseksbord langs de A4. Met die jurisprudentie voelt elke webcamseksverkoper al aan zijn water dat zijn poster bij het kinderparadijs weinig kans maakt.

Of bij niqaabdraagsters ook zo’n redelijke oplossing mogelijk is, is zeer de vraag. Het Brabantse geval, dat ontaardde in knallende ruzie en een aangifte, is niet erg hoopgevend. Waarschijnlijk is het een patstelling: zo’n niqaab heeft iets inherents absoluuts en niet-onderhandelbaars dat een middenweg blokkeert. In dat geval is een heldere juridische norm nodig.

Afgelopen november kwam dit kabinet met een wetsvoorstel voor een verbod op gezichtbedekkende kleding in openbaar vervoer, onderwijs-, zorg- en overheidsgebouwen. Maar zelfs als die wet wordt aangenomen, blijft de onduidelijkheid: valt een kinderspeelparadijs er ook onder?

Enfin, ik tobde een beetje hoe ik dit allemaal zonder aperte leugens aan een zesjarige moest gaan uitleggen, inclusief de diversiteit aan man-vrouwopvattingen in verschillende culturen, toen hij het zelf oploste, door opgewekt te vragen: ‘Pap, als wij hier een keer een feestje geven, ga jij dan ook verkleed als spook?’