Elle

fritsabrahams0

De speelfilm Elle van Paul Verhoeven kreeg over het algemeen een laaiend enthousiast onthaal door de filmkritiek, zowel in het binnen- als buitenland. Verhoeven toonde zich daar zelf verbaasd over, hij had meer controverse verwacht, vooral uit de feministische hoek. Ik deel zijn verbazing.

Elle is een ernstige film over een vrouw die al in haar jeugd getraumatiseerd is en op latere leeftijd enkele malen verkracht wordt. De film draait om haar eigenzinnige reactie op die verkrachtingen, die door steeds dezelfde gemaskerde man gepleegd worden. Zij wil geen zielig slachtoffer zijn, ze doet daarom geen aangifte; in plaats daarvan begint ze een macaber masochistisch spel met de dader.

Dat spel is de kern van de film, maar toch hoor je er weinig over in de filmkritiek en in de interviews met de maker. Bij de filmcritici heeft die terughoudendheid ongetwijfeld te maken met de hedendaagse huiver om te veel van het verhaal prijs te geven, de lezers zouden dat niet op prijs stellen. (Ik moet zulke lezers hier dan ook adviseren niet verder te lezen.) Het nadeel van die ontwikkeling is dat films in de kritiek doorgaans meer op hun vorm dan op hun inhoud – hun verhaal – worden beoordeeld.

Die vorm is bij een filmer als Verhoeven wel in orde – hij is in technisch opzicht een vaardige regisseur, die weet hoe je de aandacht van de kijker gevangen houdt. Maar hoe zit het met de inhoud van Elle?

Michèle, gespeeld door Isabelle Huppert, heeft een traumatische jeugd achter de rug omdat haar vader een seriemoordenaar van kinderen bleek te zijn. Waarom geeft Verhoeven haar deze bizarre jeugd mee? Wil hij daarmee haar latere gedrag verklaren?

In de interviews praat hij daar nogal tegenstrijdig over: „Het was nodig om op Michèles verleden in te gaan, zodat je beseft dat haar reactie op de verkrachting heel specifiek is en dat ze zeker niet staat voor vrouwen in het algemeen.” Elders zegt hij: „Ik wil niet dat iemand kan zeggen dat Michèle als kind zo getraumatiseerd is door de daden van haar vader dat het voor haar gewoon is om op die manier op de verkrachting te reageren.”

Het is alsof Verhoeven met die eerste uitspraak kritiek, al of niet uit feministische hoek, op zijn film wil voorkomen. Toch is zulke kritiek wel degelijk mogelijk. Michèle is een vrouw die het genot ontdekt van de intimiteit met haar verkrachter. Ze komt samen met hem (of iets later) klaar, ze weet wat hij van haar wil en ze geeft hem dat.

Dit lijkt mij, op z’n zachtst gezegd, een aanvechtbare visie op verkrachting. Het komt in de buurt van de bekende mannenfantasie dat vrouwen verkrachting

„ergens toch wel lekker” vinden.

Ik geloof er niet in. Slachtoffers kunnen misschien ongewild uiterlijke tekenen van opwinding vertonen, ze ondergaan de verkrachting als een marteling. Ook sadomasochisten, zoals Michèle, willen niet verkracht worden.

Op de radio hoorde ik een Nederlandse filmcriticus zeggen dat Verhoeven „heilzame verdeeldheid” veroorzaakt met deze kijk op verkrachting: hij dwingt ons „onze van ijzer gegoten morele mal bij te stellen en te relativeren.” Ik wens deze criticus een heilzame verkrachting toe door een door Paul Verhoeven verzonnen verkrachter.

    • Frits Abrahams