Een postzegelgroot oerwoud

Wordt het volkstuintje van Jan Wolkers binnenkort een schrijversresidentie?

Wolkers’ huisje op het volkstuinencomplex Amstelglorie. Foto Gino Kleisen

Als een uitgestrekt landgoed vol wilde bloemen en planten, een oerwoud van bamboe: zo schrijft Jan Wolkers in zijn dagboeken over zijn tuinhuisje op het volkstuinencomplex Amstelglorie in Amsterdam. In werkelijkheid is het tuinhuisje niet meer dan een postzegeltje, Wolkers gaf het mythische proporties.

Nu ligt het er vervallen en verweesd bij, al maanden leeg. Gras en onkruid reiken tot mijn knieën als ik erheen loop, de achterdeur staat open. Ik ga naar binnen: een schrootjeswand waar in Wolkers’ tijd spiegels hingen, riet dat door kieren naar binnen groeit.

Het ligt op ’t Eiland, Essenlaan 294. Jan en Karina Wolkers ontvingen op 8 december 1972 een brief van de Volkstuincommissie dat ze een tuin kregen toegewezen: „Hoera! Spitten, schoffelen en groente kweken”, schrijft Wolkers uitbundig in Dagboek 1972. De zaterdag daarop gaan ze naar ‘ons tuintje’ kijken: „Het is een leuk huisje met een door glas beschermde soort waranda. Achter het huisje staat een vrij forse mispelboom aan het water.” Tot aan hun vertrek naar Texel in 1980 speelt het tuintje een belangrijke rol. Hij schreef er enkele van zijn grote romans. Vaak ’s morgens vroeg, om zes uur.

Als de plannen van Maria Vlaar, voorzitter van de Vereniging van Schrijvers en Vertalers, doorgang vinden, dan krijgt het huis binnenkort een nieuwe bestemming: er komt een schrijvershuis waar auteurs zich kunnen wijden aan nieuw werk. „Bij verschillende instanties hebben we subsidie aangevraagd om de sleeping beauty die het huisje is tot leven te wekken”, zegt Vlaar, „dat kost niet veel, de timmer- en bouwlieden van Amstelglorie staan te popelen en werken voor niets.”

Met behulp van foto’s wordt het huisje natuurgetrouw gereconstrueerd. Het zal de naam Residence Jan Wolkers krijgen en ook een klein Wolkersmuseum herbergen met foto’s van de auteur en beeldhouwer. De blik van Wolkers die hier „frenetiek” en met „grote opwinding” aan zijn roman De walgvogel werkte zal op gasten neerzien.

    • Kester Freriks