‘Een couplet kost mij wel een maand’

Interview Michael Kiwanuka (29) las biografieën over writer’s blocks en ging bij andere artiesten te rade om zijn tweede album te kunnen maken. „Ik kan soms geen woorden vinden voor wat ik wil zeggen.”

Foto Phil Sharp

Het is geen kunstenaar vreemd: de worsteling om na een succes de opvolger van de grond te krijgen. De Britse singer-songwriter Michael Kiwanuka probeerde het na zijn souldebuut Home Again (2012), maar raakte verstrikt, blokkeerde, en overwoog vervolgens helemaal maar te stoppen als muzikant.

Precies wat je niet wenst voor een veelbelovend zanger. Kiwanuka was de BBC-sound van 2012, hij viel op met een grofkorrelig stemgeluid in intieme popsoulliedjes. Hij speelde in het voorprogramma van Adele, en stond op eigen naam direct op podia van grote muziekfestivals.

Hoopvol is dan ook het nieuws dat een gloednieuw album, Love & Hate, klaar staat voor lancering in juli. Dat blijkt een betere plaat dan de vorige bovendien. Kiwanuka’s soul, folk, gospel en blues hebben met hulp van de New Yorkse producer Danger Mouse (Gnarls Barkley, Gorillaz, Black Keys) en de jonge Britse producer Inflo een meer uitgesproken, moderne omlijsting gekregen. Love & Hate bevat bovendien een soort emotionele diepgang die je zelden ziet.

Uitdagingen en hobbels

Het heeft hem heel veel gekost om terug te komen, vertelt de 29-jarige Michael Kiwanuka in zijn hotel in Amsterdam. Dat de wat schuchtere, bebaarde Brit met Oegandese roots hier nu kalmpjes pers te woord staat en niet thuis in Londen gitaarlessen geeft, leek hem lang ondenkbaar. Door gebrek aan zelfvertrouwen kreeg hij de inspiratie voor nieuwe muziek gewoonweg niet meer aangezwengeld, zegt Kiwanuka. „De voltooiing van dit album was een langzaam proces, vol uitdagingen en hobbels. Ik vond het vooral vreselijk moeilijk mijn muziek nog relevant te krijgen. En ik voelde me helemaal niet geïnspireerd om mooie, andersoortige teksten te schrijven op nieuwe aantrekkelijke melodieën.”

De zoektocht was stressvol. Veel liedjes gooide hij de afgelopen jaren resoluut weg „omdat ze niet goed genoeg waren”. Geboekte studiosessies zei hij maar weer af, of hij kwam simpelweg niet opdagen. „Soms voelde ik me zo depressief. Dan bleef ik maar thuis film kijken.” Het nieuwe materiaal dát hij soms liet horen, zoals vorig jaar op het North Sea Jazz festival, overtuigde weinig. Kiwanuka oogde broos en onzeker. Bij opnames met hiphopster Kanye West droop hij af.

Alleen door me kwetsbaar en eerlijk op te stellen kan ik een snaar raken bij de luisteraar

Maar één gedachte, zegt hij, werd hem steeds helder: hij hield te veel van muziek om alles zomaar op te geven. Hij begon in artiestenbiografieën te lezen over writer’s blocks. Sprak met andere musici en producers. „Eigenlijk vroeg ik hen gewoon naar de ‘spelregels’ van een tweede album. Hoe zou ik er minder bang van kunnen worden? Hoe kon ik het stof van mijn liedjesschrijven blazen? Kijk, teksten zijn mijn struikelblok. Melodie en harmonie gaan me veel makkelijker af. Ik kan soms helemaal geen woorden vinden voor wat ik wil zeggen en kan stikjaloers zijn op prachtige vondsten van anderen. Man, hoe kóm je erop? Zo’n couplet kost mij wel een maand.”

Pas een jaar geleden kreeg Kiwanuka het weer bij elkaar. „Ik maak geen standaard popmuziek. Alleen door me kwetsbaar en eerlijk op te stellen kan ik een snaar bij de luisteraar raken, zoals artiesten als Isaac Hayes en Marvin Gaye dat konden in de jaren zeventig. Zij hadden veel te zeggen. In de muziek op albums als What’s Going On vind je steeds weer wat nieuws. Ik besloot me niet meer te verschuilen achter teksten. Geen suikerlaagjes meer. Duidelijk zijn over wat ik wil zeggen en loslaten het erg te vinden om ‘slecht’ te klinken. Als je nieuwe dingen uitprobeert, is dat onvermijdelijk.”

Op het in Londen en in Los Angeles opgenomen Love & Hate zingt Kiwanuka over zijn afkomst, de verwarring die hij voelt over zijn Oegandese identiteit en de discriminatie waar hij tegenaan loopt. Openhartigheid werd zijn catharsis. „Bij mijn eerste album was ik alleen maar bezorgd over hoe alles over zou komen. Privégedachten hield ik meestal maar voor me. Dit delen is doodeng, want je weet dat je over dit soort ongemakkelijke teksten moet praten.” Door zijn openheid wonnen zijn teksten aan inhoud, ze confronteren in hun eerlijkheid. „Ik ben er zeer van onder de indruk hoe rapper Kendrick Lamar uit zijn hart spreekt”, zegt Kiwanuka. „De duidelijkheid, de zwaarte van de onderwerpen.”

Dwingende handklapjes

In ‘Black Man in A White World’, een door herhaling pakkende song, stelt Kiwanuka gefrustreerd vast dat hij als zwarte man weinig te zeggen heeft in een blanke wereld. Met hiphopproducer Inflo heeft hij het een heerlijk fris klinkend soulframe gegeven, waarin een rauw statement per woord onderstreept wordt met dwingende handklapjes. Ook ‘Place I Belong’ gaat over zijn plek in de wereld. Zijn identiteit heeft Kiwanuka altijd verward. „Als je jong bent, wil je erbij horen, wil je je ergens thuis voelen. Maar waar hoor ik? Ik ben geboren in Londen, groeide rustig op in de blanke middenklassewijk Muswell Hill. Mijn Oegandese roots zijn niet te missen, maar ik spreek de taal niet. Altijd als we familie in Kampala bezochten voelden mijn broer en ik ons outsiders, echt buitenlanders die de cultuur niet goed kennen. Terwijl ik in Londen ook altijd duidelijk anders ben. Hoe zou mijn leven eruit hebben gezien als ik in Oeganda was geboren? Of opgegroeid was in een zwarte wijk met een variatie aan culturen? Nu hang ik tussen twee werelden in.”

Kiwanuka excelleert in de warme seventiessound van de zeven minuten durende titelsong ‘Love & Hate’, over dualisme in een persoonlijkheid („Je kiest voor het goede, maar je donkere kant komt toch ook soms naar buiten”). Er zijn nog langere tracks, zoals ‘Cold Little Heart’, waarin een tien minuten durende, gedragen opening van strijkers, elektrische gitaar en koorzang de spanning opvoert naar de gekwelde vraag van een ex-geliefde „Did you ever want it?”

Zwarte rockmuzikant

Soul was het etiket van zijn eerste album. Kiwanuka heeft zich altijd aangetrokken gevoeld tot zware gitaren, zegt hij. Als tiener was hij al geobsedeerd door Jimi Hendrix als zwarte rockmuzikant. „Weinig zwarte mensen spelen rock en indie. Ook daarin was ik altijd zoekende.”

De aangezette elektrische sound op Love & Hate tilt hem op. En het is een mooi contrast tegen het meer breekbare orkestrale strijkersgeluid dat hij met de gerenommeerde Britse arrangeur Rosie Danvers bedacht voor dit album. De geperfectioneerde retrosoul op het eerste album met de oude microfoon voor een vintage geluid is afgeschud. Kiwanuka’s muziek is nu gelaagder, zijn zachtmoedige stem heeft meer uitdaging.

In de zomer staat Michael Kiwanuka op diverse Europese festivals, zoals Down The Rabbit Hole, volgende week in Beuningen. In het najaar wil hij met zijn band, negen personen inclusief achtergrondzangers, theaterzalen langs. „Mijn succes destijds was merkwaardig. Ik werd opgemerkt, maar stootte net niet door naar de top, alsof het succes begon te rafelen. Ik wist dat wat ik nu ging maken, moest staan als een huis. Ik wil er mijn plek in de muziekindustrie mee bestendigen. Maar boven alles krijg ik er nu weer energie van.”

    • Amanda Kuyper