De politie piept en krijgt extra’s. Maar helpt dat?

VVD en PvdA schrappen bezuinigingen waarvan ze tot nu toe juist zeiden dat die nodig waren. Dat is niet opeens veranderd.

De onderbuik van de kiezer zegt: meer geld is goed. Dus het leek mooi nieuws, waar de coalitie begin deze week mee kwam. Volgend jaar geen bezuinigingen op de langdurige zorg, extra geld voor Justitie en Defensie.

Het debat in Den Haag – ook woensdagavond weer, met minister Ard van der Steur – gaat vaak en veel over de centen. Hoe meer hoe beter, lijkt de consensus. Alleen, wordt het beleid ook beter van extra geld?

Dat is nooit aangetoond, zegt hoogleraar bestuurskunde Michiel de Vries van de Radboud Universiteit in Nijmegen. „De VVD en PvdA delen hun financiële meevaller precies door twee. Dat laat al zien dat dit niet om rationele beleidsoverwegingen gaat.” Het zijn politieke keuzes.

Het Binnenhof is in een „piepsysteem” beland, zegt hoogleraar De Vries, zoals dat „eens in de zoveel decennia” gebeurt. Aan het einde van een kabinetsperiode, zoals nu, is het beleid op. Intussen groeit de economie weer, dus zijn er wel euro’s te verdelen. „Wie in het veld nu het hardste piept, krijgt geld.”

De Vries trekt een vergelijking met halverwege de jaren negentig. Toen ‘piepten’ vooral de gezondheidszorg en het onderwijs. Vanwege de lange wachtlijsten bij ziekenhuizen en een tekort aan leraren gingen „ad hoc” miljoenen guldens naar die sectoren.

Nu laten politie, rechtspraak en Openbaar Ministerie van zich horen. De rapporten stapelen zich al jaren op over wat in die justitiële organisaties allemaal misgaat. Alleen staat het natuurlijk in hun taakomschrijving dat ze budget nodig hebben, zegt De Vries: „Een verband tussen veiligheid en budget is nooit aangetoond. We leven in één van de twintig veiligste landen ter wereld.”

Reflex: een wet en extra geld

Dan de langdurige zorg. Na inderdaad al een jaar van waarschuwingen uit het veld gaat de geplande bezuiniging van 500 miljoen euro niet door. Staatssecretaris Martin van Rijn (Zorg, PvdA) verdedigde die bezuiniging, hij wilde die halen door regionale verschillen in het gebruik van zorg door chronisch zieken en ouderen te verkleinen. „De doelmatigheid in regio’s met een hoog zorggebruik” kon beter, dacht Van Rijn. En komt dat er ook van nu de 500 miljoen euro blijft?

Tweede Kamerlid Otwin van Dijk (PvdA) is natuurlijk blij dat de bezuiniging niet doorgaat, dat de zorg voor „deze kwetsbare mensen” overeind blijft. Maar, geeft hij toe, het is niet zo dat de zorg zonder die disciplinerende werking van een bezuiniging per definitie verbetert. „We moeten ook op inhoud sturen. We hebben in de Tweede Kamer toch een bepaalde reflex bij problemen: we maken een wet of er moet geld heen, of allebei. De Algemene Rekenkamer zocht vier jaar geleden uit dat van 46 procent van alle uitgaven van de ministeries nooit meer naar de effectiviteit is gekeken. Sindsdien kwam er iets meer aandacht voor evaluaties, ziet een woordvoerder. Maar, zegt hij ook: „We zien nog steeds voorbeelden van uitgegeven geld waarbij jarenlang niet de vraag wordt gesteld: met welk doel doen we dat eigenlijk?”

Bezuinigingsmonitor

Echte prioriteit heeft het inzichtelijk maken van de effecten van uitgaven en bezuinigingen niet bij de Tweede Kamer. In het eerste kabinet-Rutte nam toenmalig minister van Financiën Jan Kees de Jager (CDA) het idee van de Algemene Rekenkamer over van een bezuinigingsmonitor, met een voortgang van de maatregelen uit het regeerakkoord. Dat was in 2011, midden in de crisis en de jaren dat het Rijk flink moest bezuinigen.

Huidig minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem (PvdA) schafte die monitor een paar jaar geleden weer af. In een debatje in de Tweede Kamer eind 2014 legde hij uit dat het „mathematisch uit elkaar rafelen” van de effecten van bezuinigingsmaatregelen een „enorme opgave, zo niet onmogelijk” is. Geen enorm probleem, vonden de financieel woordvoerders van de Tweede Kamerfracties die bij het debat waren. Dat waren er veelzeggend weinig: twee.

    • Annemarie Kas