De hond staat op de bv

De hond zal er zelf weinig van hebben gemerkt. De Dwergschnauzer woonde samen met twee andere honden bij zijn baasje in de gemeente Molenwaard. De man had een bedrijf in ‘akker- of tuinbouw in combinatie met het fokken en houden van dieren’ en besloot de hond te verkopen aan zijn besloten vennootschap, omdat hij er professioneel mee wilde fokken.

Maar de gemeente blijft de aanslag hondenbelasting opleggen aan de man privé, als houder van de hond. Volgens de plaatselijke verordening is de houder van de hond degene die „onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft”. En een bv kan niet de feitelijke macht over een hond uitoefenen of een hond verzorgen, is de redenering.

Het wordt een principekwestie, die tot aan de Hoge Raad wordt uitgevochten: kan een rechtspersoon nu wel of niet houder zijn van een hond? De rechtbank Rotterdam geeft de gemeente gelijk, maar het Haagse gerechtshof vindt dat een bv best een hond kan houden. Na de verkoop is het bedrijf niet alleen de eigenaar, maar ook de houder van de hond geworden. Doorslaggevend is wie de feitelijke macht uitoefent.

Ook de Hoge Raad oordeelt dat het houden van een hond niet alleen is voorbehouden aan natuurlijke personen. De hondenbelasting moet door de bv worden betaald.