Voetbal is voor trotse Albanezen een familiereünie

Albanië Albanië verloor woensdagavond in de slotfase van Frankrijk: 2-0. Maar voor de Albanese fans is het EK een bijzonder samenzijn.

De avond moet nog vallen als een dubbelkoppige adelaar zijn vleugels spreidt over een weide aan het strand in Marseille. Majestueus uitgestrekt en op handen gedragen door een zee van mensen in het rood. Je ziet ze bijna niet, maar dat is ook de bedoeling. Alle aandacht moet uitgaan naar een vlag die zo groot is dat het Guiness Book of Records er eerdaags een lemma aan zal wijden. De Albanezen twijfelen niet: hun nationale vlag zal de grootste ooit zijn.

Later, in Tirana of andere delen van de Albanese diaspora, hopen ze hun creatie via satellietbeelden te aanschouwen. Nu is het tijd om pret te maken in aanloop naar de wedstrijd tegen Frankrijk (2-0 verlies). Plaats van handeling is de fanzone op het strand. Vanaf daar volgen ze Avenue du Prado richting Stade Vélodrome. Een kaarsrechte promenade, waar je woensdag overal verhalen kunt horen van gewone mensen uit een ongewoon land, die nooit hadden verwacht dat ze in Marseille samen zouden komen voor een toernooi waar hun ploeg nimmer aan deelnam.

„Vroeger hadden we hier niet eens mogen zijn”, zegt Elvis Peraj. De opgewekte dertiger is geboren in de tijd dat zijn land nog de Communistische Volksrepubliek Albanië was. Toentertijd een staat zo geïsoleerd als Noord-Korea. Aan wie dictator Enver Hoxha zich spiegelde: Stalin en Mao Zedong. „Wij hadden geen idee wat zich in de rest van de wereld afspeelde. Je mocht ook niet weg uit Albanië. Wie probeerde te vluchten, had een probleem. Dan was je dood. In Albanië kreeg niemand een tweede kans.”

Moeder Teresa

De val van het communisme in 1991 bracht veel inwoners ertoe om te emigreren naar staten waar de tijd niet had stilgestaan. Zo trok econoom Arben Hasani naar Napels, vanwaar hij zich deze week per auto richting Marseille heeft verplaatst. Er komen ritmische deuntjes uit de speakers, traditionele Albanese muziek. „Als ik dat hoor, gaat mijn hart tekeer. Ik ben inmiddels half Italiaan, denk ik, maar Albanië zit zo diep.”

Ze zeggen het allemaal. Al wonen ze nog zo lang elders, hun heimat is toch het land waar de bergen volgens hen niet onderdoen voor die in Zwitserland, de zee even blauw is als de Griekse en de mensen zo hartelijk zijn als Moeder Teresa, de bekendste onder alle Albanezen. „Kom het land ontdekken”, zegt Basha Sojmir drie auto’s verderop. „Je kunt bij mij logeren in Tirana.”

Zijn woorden worden vertaald door zijn neven uit Europa. In Albanië heeft iedereen daar familie. Er zijn gaandeweg zoveel mensen geëmigreerd dat er weleens wordt gezegd dat er meer Albanezen buiten dan binnen de landsgrenzen wonen. Officieel is dat ook zo, omdat de mensen Kosovo en Macedonië ook beschouwen als onderdeel van hun land. In Albanië wonen ruim drie miljoen Albanezen, elders zeven miljoen. Hoe zij bij elkaar gehouden worden? „Via onze tv-zender”, zegt voetbalcommentator Dritan Shakohoxha van betaalkanaal Digitalb. „Door heel Europa wordt straks gekeken.”

De Albanezen hebben een speciale uitdrukking voor hun expansie, vertelt dertiger Peraj. „Het houdt in dat we in Albanië altijd veilig zijn. Omdat ons land wordt omringd door landgenoten.”

Fabian Mirditta woont in Nice. De twintiger, die halverwege Avenue du Prado fris drinkt vanuit de kofferbak van zijn auto, is geboren in Tirana, maar was drie maanden oud toen zijn ouders naar Frankrijk trokken. „Op elk ander toernooi ben ik voor Frankrijk, nu niet. Hoe Frans ik ben? Poeh. Misschien dat ik gewend ben opgegroeid te zijn met technologie.”

In zijn geboorteland heeft het daar tot ver in de jaren negentig aan gemankeerd. Zoals ook huizen, wegen en het openbaar vervoer aan verbetering toe was. Peraj vertelt over ellenlange busreizen in de jaren negentig. „Weet je hoelang ik er over deed om in Tirana te komen? Zes uur. Nu één.”

De vooruitgang schuilt ook in het aantal van 20.000 Albanezen dat ’s avonds in het stadion zit. Ze zijn kapitaalkrachtiger geworden, hoewel een deel van de aanhang uit andere windstreken komt. De sfeer: tiptop. Getooid met vlaggen en traditionele mutsen in de vorm van een ei, maken ze er een feest van dat in alle opzichten verschilt met de gang van zaken eerder in Marseille. Alles blijft heel.

Uitgeschakeld

In het veld zien ze een ploeg die het lastig heeft tegen de dominerende Fransen. Albanië mist zijn belangrijkste speler door zijn rode kaart van zaterdag en is minder ervaren. Ja, de beste Albanezen dragen dit toernooi het shirt van Zwitserland. Granit Xhaka, Xherdan Shaqiri, Valon Behrami. Gevlucht voor de oorlog in Kosovo en grootgebracht nabij de Alpen. Kwalijk? Enkele Albanezen vinden van wel, maar anderen snappen dat deze spelers zo hun dankbaarheid tonen. Andersom speelt het ook. Hun ploeg heeft meerdere spelers die in Zwitserland zijn opgegroeid, maar toch voor Albanië spelen.

Het was ook geen dag voor een wanklank. Albanië verloor in de slotfase door goals van Antoine Griezmann en Dimitri Payet en is het vermoedelijk uitgeschakeld. Frankrijk plaatste zich voor de achtste finales. Een terneergeslagen indruk maakten de Albanese fans niet. In Marseille was het alsof de straten en tribunes het decor vormden van een familiereünie waar samenzijn belangrijker was.

    • Fabian van der Poll