Ouderenmishandeling betreft meer dan blauwe plekken

Geriatrie Het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch screent sinds vorig jaar de ouderen op de spoedeisende hulp op tekenen van mishandeling. De signalen wezen vooral op uit de hand gelopen mantelzorg. „Het is een blinde vlek in ziekenhuizen.”

„Het is belangrijk dat elke afdeling signalen van ouderenmishandeling kan herkennen en erkennen.” Foto’s iStock

Een bejaarde vrouw komt met de ambulance binnen op de spoedeisende hulp van het Jeroen Bosch Ziekenhuis. Ze is verwaarloosd, ondervoed en heeft doorligwonden, zien de verpleegkundigen. Het blijkt het gevolg van ontspoorde mantelzorg, de meest voorkomende vorm van ouderenmishandeling.

Het Bossche ziekenhuis screent sinds vorig jaar elke 70-plusser die op de spoedeisende hulp komt op tekenen van mishandeling. Zo wil het bijdragen aan een landelijke aanpak van ouderenmishandeling.

„Het is een blinde vlek in ziekenhuizen”, zegt Jessica Vrolijk, ‘aandachtsfunctionaris ouderenmishandeling’ in het Jeroen Bosch Ziekenhuis. „Zorgverleners zien het vaak niet, of durven het niet te zien, bijvoorbeeld omdat ze het gesprek erover lastig vinden.”

De aandacht voor ouderenmishandeling neemt toe. Staatssecretaris Martin van Rijn (Volksgezondheid, PvdA) laat onderzoek doen naar de omvang ervan, maakte hij vorig jaar bekend. De Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie stelt een richtlijn op voor ziekenhuizen. Zoiets bestaat al wel voor kindermishandeling.

Mensen springen sneller in de bres voor een kind in nood. Bij ouderen durven we minder snel positie te kiezen.

Het vermoeden is dat ouderenmishandeling toeneemt, door vergrijzing en de toename van het aantal overbelaste mantelzorgers. De heersende opvatting is dat één op de twintig ouderen wordt mishandeld. Die mishandeling betreft in één op de drie gevallen het onthouden van zorg, meestal niet moedwillig.

Het Jeroen Bosch ziet iets anders: zij zien dat in twee op de drie gevallen sprake is van een mantelzorger die een oudere zorg onthield. Het afgelopen halfjaar screende het ziekenhuis 861 patiënten op de spoedeisende hulp. Bij 54 van hen was sprake van signalen van mishandeling of ontspoorde zorg, bijna één op de zestien.

„We moeten af van het idee dat ouderenmishandeling ‘alleen maar’ breuken en blauwe plekken betreft”, zegt geriater Paul Dautzenberg, die met Vrolijk het project leidt. „Lichamelijke mishandeling komt zeker voor. Een ambulancemedewerker had een patiënt die zei dat hij van de trap was gevallen. Maar het huis had geen trap. Dan is het zichtbaar. Maar veel vaker is het subtieler. Het overvragen van mantelzorgers lijkt het diepe probleem.”

Neem die bejaarde vrouw die verwaarloosd het ziekenhuis binnenkwam. Zij woonde bij haar volwassen dochter. Die had beloofd voor haar te zorgen, zodat ze niet naar een verpleeghuis hoefde. Maar met de jaren was de zorgvraag steeds ingewikkelder geworden. Huisarts en thuiszorg maakten zich ongerust, ook over de rol van de dochter. Toch greep niemand in.

Twee slachtoffers

Pas toen de oude vrouw in het ziekenhuis belandde, werd de ernst van haar toestand duidelijk. Vrolijk: „We hebben het bespreekbaar gemaakt door tegen de dochter te zeggen: het moet ook voor jou heel zwaar zijn. Zij beaamde dat, maar wilde de belofte aan haar moeder niet verbreken. Toen hebben wij gezegd: maar medisch gezien is het niet meer verantwoord, laten we een oplossing zoeken. De situatie had twee slachtoffers.”

Een centraal meldpunt voor zorgverleners had hier een oplossing kunnen bieden. Inmiddels heeft het ziekenhuis afspraken met Veilig Thuis, dat is een advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en zorgverleners die bij patiënten thuis komen, zoals ambulancediensten en thuiszorg. Vrolijk: „De clou is vaak de verbinding leggen tussen de zorgverleners.”

Vrolijk heeft als sociaal werker ervaring met de aanpak van kindermishandeling. „Mensen springen sneller in de bres voor een kind in nood. Bij ouderen durven we minder snel positie te kiezen, en we hebben minder kennis van ouderenmishandeling. Een zorgverlener kan bij een volwassene beleefd willen blijven, waardoor hij niet verder vraagt.”

Ook kunnen ouderen zich schamen voor hun situatie. Vrolijk: „Ga maar eens zeggen dat je verzorger je zorg onthoudt. Of er is angst om als echtpaar uit elkaar te worden gehaald; dat kan maken dat mensen hun eigen situatie niet erkennen als mishandeling.”

Appelmoes

Bij kinderen gaan we ervan uit dat ze wilsonbekwaam zijn, en dat we voor ze moeten opkomen, zegt Dautzenberg. „Bij ouderen is dat omgekeerd. Maar medisch gezien is er een grijs gebied. Iemand met beginnende dementie weet best of hij nog een extra schep appelmoes wil. Maar of hij zelf zijn huis kan verkopen?”

Waar signalen van kindermishandeling vaak helder zijn, moeten zorgverleners bij ouderen vertrouwen op hun onderbuikgevoel, zegt Dautzenberg. „Wij hebben twee screeningsinstrumenten om het te staven.”

Hij erkent dat zorgverleners het soms lastig vinden als ze ouderenmishandeling signaleren. „Maar hoe gaat het dan verder, horen we dan wel eens. Maar dat telt nog even niet. De oplossing komt later.” Vrolijk: „We ondernemen niet bij elk signaal actie. Maar dat besluit moet weloverwogen zijn.”

Bij kindermishandeling is het logisch dat een kinderarts er onderzoek naar doet. Maar ouderen komen in een ziekenhuis niet automatisch bij de geriater terecht. „De meeste ouderen liggen niet op geriatrie, maar op cardiologie”, zegt Dautzenberg. „Het is belangrijk dat elke afdeling signalen van ouderenmishandeling kan herkennen en erkennen. Dit is niet per se een geriatrisch probleem.” Het Jeroen Bosch Ziekenhuis schoolt artsen en verpleegkundigen daar nu in.

Agressieve vrouw

Voorheen wisten zorgverleners niet altijd wat te doen. Zo was er die bejaarde man die steeds moeilijker thuis zijn medische behandeling kon ondergaan door de agressieve houding van zijn vrouw. Ervaren zorgverleners durfden niet meer alleen naar binnen. „Het ging puur om haar uitstraling, er was geen klap gevallen. Ze ervaarden haar als bedreigend. Tien hulpverleners hebben maanden gerommeld en voelden zich machteloos.”

Vrolijk en Dautzenberg maakten de zorgverleners duidelijk dat heel dicht op of voor iemand gaan staan die een behandeling wil uitvoeren, wel degelijk agressie is. En dat de patiënt daardoor zorg werd onthouden. Dautzenberg: „Je voelde de opluchting toen we het een naam hadden gegeven.”

De oplossing in deze casus? Als een mantelzorger zorg thuis niet toelaat, dan maar ergens anders. Een ziekenhuisindicatie maakte het mogelijk de man op te nemen op de afdeling geriatrie, ook al was het geen geriatrisch probleem. Daar is de behandeling goed verlopen.

Vrolijk en Dautzenberg hameren op de noodzaak op te treden. Vrolijk: „Als ik op de scorelijsten zie dat iemand niet goed verzorgd is, kijk ik in het systeem of we meer weten en of we hebben doorgepakt. De hiaten moeten eruit.”

Ze denken dat vermoedens van ouderenmishandeling nog altijd onvoldoende worden gemeld. „De ijsberg onder het topje is groter dan we denken”, aldus Dautzenberg. Constant aandacht is nodig, zegt hij. „Ook op de spoedeisende hulp, waar de screening goed loopt. Daarvan kunnen we niet denken: dit bastion is binnen. Iedereen die ouderen behandelt, zou verder moeten kijken dan het eigen vakgebied.”

    • Michiel Dekker