NXP verkoopt bulkchips aan Chinezen

NXP wil zich richten op „complexe, duurdere chips” en verkoopt de tak die 70 miljard simpele chips per jaar produceert.

Chipproductie NXP in Nijmegen. Foto Rien Zilvold

Chipfabrikant NXP rekent graag in getallen met minstens negen nullen.

Het bedrijf met zijn hoofdkantoor in Eindhoven produceert 80 tot 90 miljard chips per jaar. Dat leverde in 2015 een omzet van 5,5 miljard euro op en 1,3 miljard euro winst. Vorig jaar telde NXP zo’n 11 miljard euro neer voor branchegenoot Freescale. En nu doet het een grote divisie van de hand, voor 2,4 miljard euro.

De divisie, die naar twee Chinese investeerders gaat, heet ‘standaard producten’. Ook al produceert die tak zo’n 70 miljard chips per jaar – de bulk van de totale productie – NXP wilde er al een tijdje van af. Een woordvoerder: „De tak is goed voor maar 12 procent van onze omzet. Het maakt relatief eenvoudige chips, je koopt er bij wijze van spreken tientallen voor één cent. Wij willen ons richten op complexere, duurdere chips.”

NXP, met 45.000 werknemers, is de voormalige chipafdeling van Philips. De divisie werd in 2006 zelfstandig en staat sinds 2010 genoteerd aan technologiebeurs Nasdaq. Het bedrijf maakt chips voor speciale toepassingen, zoals beveiligde communicatie tussen auto’s, fabrieken die hun machinepark online aansturen en slimme huishoudelijke apparaten. Het Texaanse Free-scale dat NXP vorig jaar overnam, is sterk in chips voor ín de motoren van auto’s.

Het geld van de verkoop gaat deels naar het afbetalen van de schuld voor de overname, zegt de woordvoerder. Deels gaat het naar de aandeelhouders en deels naar investeringen of overnames. „Het geld komt pas begin 2017 vrij. Een half jaar is in de chipindustrie een eeuwigheid, we weten niet wat er in die tijd aan mogelijke overnames langskomt.”

De kopers zijn de Chinese investeerders Beijing Jianguang Asset Management (ook bekend als JAC Capital) en Wise Road Capital. JAC kocht al eerder voor 1,6 miljard het NXP-onderdeel RF Power, dat signaalversterkers maakt. Het nieuwe Chinese bedrijf, met 11.000 werknemers en een geschatte waarde van ruim 1 miljard, gaat Nexperia heten en krijgt zijn hoofdkantoor in Nijmegen. China dreigt achter te lopen in de wereldwijde chip-industrie en wil minder afhankelijk worden van buitenlandse technologie. Volgens persbureau Bloomberg was China in de afgelopen periode evenveel geld kwijt aan de import van technologie als aan olie-import. De Chinese chipmaker Tsinghua Unigroup, grotendeels in staatshanden, wil door investeringen en overnames de derde grootste chipfabrikant ter wereld worden.