Luisteren naar een regenboog

Wat bedoelen muziekrecensenten eigenlijk als ze schrijven over ‘kleur’? Als ze het hebben over ‘een veelkleurig werk’ of in een uitvoering een ‘uitzonderlijke rijkdom aan kleuren’ zien?

In februari kraakte Volkskrant-columnist Jean-Pierre Geelen de Nederlandse muziekkritiek af. Hij had het blad Klassieke Zaken gelezen (magazine van de klassieke platenwinkels) en kwam nogal wat povere beeldspraak tegen. De lopende band van clichés zou worden gefinancierd door de verfindustrie, constateerde hij. In de gemiddelde recensie echoot de schildercursus van Bob Ross.

Hij had een punt: ‘kleurrijk’ is zo’n beetje ons favoriete adjectief. Ik voelde me betrapt – ik bedien mezelf ook weleens van zo’n schildermetafoor. Al viel het gelukkig mee toen ik mijn naam door het NRC-archief haalde. Het woord ‘kleurenpracht’ (au) heb ik maar één keer gebruikt. ‘Rembrandteske spanning’: eens maar nooit weer.

Schrijven over muziek is haast ondoenlijk, beaamde Geelen. Hoe kun je een melodie nou uitdrukken in woorden? Zoals John Lennon het zei: „Writing about music is like talking about fucking.”

We zouden wel concreter kunnen schrijven over muziek dan we nu doen. We kunnen feitelijk uitleggen wat er gebeurt in een sonate en wat een pianist met de noten doet (stopwatch in de hand!). Maar welke krantenlezer zit te wachten op muziektheoretische verhandelingen? En wie begrijpt die? We proberen technische termen te vermijden. Criticus en lezer werken aan een referentiekader, waarin de lezer, als hij die ‘kleurrijke symfonie’ heeft gehoord, bij het volgende stukje hopelijk een idee heeft wat de criticus met het woord bedoelt.

Lijden alle recensenten dan aan synesthesie, koppelen ze bepaalde geluiden aan kleuren? Nee. ‘Kleur’ is niet zomaar een cliché. Natuurlijk heb je kleurrijk als in: ‘Herman Brood heeft een kleurrijk leven gehad, hij kleurde buiten de lijntjes’ – iemand wijkt af van de norm, waardoor wij diegene bewonderen (of niet). Maar in de klassieke muziek slaat het meestal op iets anders.

‘Klankkleur’ is een synoniem voor ‘timbre’. Een C klinkt op een baritonsaxofoon anders dan op een cello – de klankkleur is het verschil. (Heeft te maken met boventonen, maar dat is allemaal natuurkunde – ook dat wil je de lezer niet aandoen.) ‘Kleurrijk’ slaat dus heel vaak op instrumentatie en hoe de componist daarmee speelt.

Trouwens, het zal je niet ontgaan dat vooral Franse muziek met kleur wordt geassocieerd. Allemaal de schuld van Claude Debussy (1862-1918). Hij gaf zijn werken beeldende titels, net zoals de impressionistische schilders dat deden – de kunstenaars die de werking van licht onderzochten en doeken maakten die worden gekenmerkt door… door kleur.

Wie wil weten wat kleur is, moet Debussy op zetten. Of Ravel (1875-1937), bij voorkeur Daphnis et Chloé. De mooiste regenboog ooit gecomponeerd.

    • Merlijn Kerkhof