Legaliseer die groene, mooie, welriekende plant

Laten we, net als de Amerikanen, het VN-drugsverdrag aan onze laars lappen en productie en verkoop van cannabis legaliseren, schrijft Luc Matter.

Illustratie Hajo

Een kleine twintig jaar geleden las ik in NRC de stelling van een jonge doctor in de rechtsgeleerdheid dat ‘recht iets kroms [is] dat verbogen is’. Die stelling blijkt nog steeds niets aan geldigheid te hebben verloren. Vandaag de dag wringen juristen zich in bochten om de cannabisteelt via een beroep op mensenrechten te legaliseren.

Cannabis is al duizenden jaren een bron voor menselijke ontspanning, en de redenen voor het verbod zijn op zijn minst twijfelachtig. Wie zich iets meer verdiept in de geschiedenis van de cannabisteelt, weet dat het verbod op die teelt met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de Amerikaanse wetgeving is ingelobbyd.

De kunstmest- en pesticidenverslindende katoenteelt in het zuiden van de VS leden onder de concurrentie van de noordelijke hennepteelt. Hennep is niet alleen een goed alternatief voor katoen, het is als gewas bestand tegen veel ziekten en verrijkt de grond, wat de toevoeging van kunstmatige meststoffen overbodig maakt. Een verbod op de teelt van hennep – je zou er gek van worden, was de breed in de media verspreide boodschap – zou de katoenteelt helpen. En daarmee de bazen en aandeelhouders van de in opkomst zijnde (petro)chemische industrie. Het verbod kwam er uiteindelijk, via allerlei ‘legale’ (om)wegen.

Iets dergelijks deed zich in dezelfde periode voor in Frankrijk, destijds het tweede land dat grootschalig pesticiden en kunstmatige meststoffen gebruikte in zijn eigen agro-industrie. Vier druivenrassen, waaronder jacquet en clinton, werden verboden voor consumptie, opnieuw omdat je er gek van zou worden. In dit geval ging het om phylloxera-resistente druivensoorten die geen behoefte hadden aan de rotzooi die bij de wel legale maar niet-resistente rassen op grote schaal werd gebruikt (en die, naar nu blijkt, decennialang tot gezondheidsklachten bij wijnboeren hebben geleid). Met de gewraakte vier resistente druivensoorten blijkt inmiddels niets mis te zijn, en de Franse overheid heeft het verbod op het maken van wijn met deze druiven, bijna een eeuw na dato, min of meer opgeheven – zij het schoorvoetend.

Nota bene in het land dat in de jaren vijftig de voorhoede vormde voor het wereldwijde VN-drugsverdrag dat expliciet cannabis omvatte, de VS, dringt inmiddels langzaam het besef door dat cannabis misschien toch niet het duivelse gewas is waarvoor het destijds werd versleten. Sterker nog, ze lappen hun ‘eigen’ VN-verdrag gewoon aan hun Amerikaanse cowboylaarzen. Diverse staten hebben de productie en verkoop gelegaliseerd, heffen accijns en draaien de georganiseerde misdaad en passant een flinke loer.

Maar wat doen onze brave meesters in de rechten? Ze pakken de mensenrechten erbij om via een constructie – ‘mensenrechten gaan boven VN-verdragen’ – onder dat VN-verdrag uit te komen (‘Legalisering van cannabis is wél mogelijk volgens internationaal recht’, 31/5).

Kom op zeg. Wordt het niet eens tijd dat we met zijn allen onder ogen zien dat legalisatie van de cannabisteelt een win-win-win-winsituatie creëert?

Ten eerste zal opheffing van het verbod op velerlei terrein heel veel geld besparen. Om te beginnen bij politie, justitie en in het gevangeniswezen, maar ook in de gezondheidszorg. Zo kunnen kanker- en reumalijders, maar ook sommige psychiatrische patiënten tetrahydrocannabinol, de werkzame stof van cannabis, gebruiken als alternatief voor de vaak kostbare medicijnen van de farmaceutische industrie. Die geen belang hebben bij legalisatie, omdat ze zelf naarstig proberen de diverse heilzame bestanddelen van de hennepplant te isoleren en te patenteren. Dat is dan winst nummer twee. Ten derde komt een groter deel van de aan de cannabisteelt gekoppelde geldstromen ten goede aan de schatkist door cannabisproducten te belasten met accijns. En ten vierde wordt door legalisatie iets dat langs juridische weg werd kromgemaakt, weer een stukje rechter gebogen. Dat daarbij meteen de poten worden weggezaagd onder de stoelen van machtige lobby’s die legalisatie jarenlang actief en met veel valse argumenten tegenwerkten, is mooi meegenomen. Dan maar een boze brief van Ban Ki-moon, die kan mooi in het plakboek van de geschiedenis.

Luc Matter is publicist. Zijn persoonlijke drugs of choice zijn cafeïne (thee, geen koffie), chocolade, vet, suiker en in beperkte mate alcohol.