Illegale liefde

Fotoproject Robin Hammond fotografeert homoseksuelen in landen waar hun liefde verboden is. Overal ter wereld ziet hij angst voor homoseksualiteit.

‘Deze aanslag is hartverscheurend. Het is een haataanval, en nog wel op een plek waar homoseksuelen zich veilig voelden. Dat maakt deze situatie nog schrijnender.” De Nieuw-Zeelandse fotograaf en mensenrechtenactivist Robin Hammond (41) spreekt zijn diepe afschuw uit over de schietpartij in club Pulse in Orlando afgelopen zondagnacht, waarbij 50 doden vielen. „De harten van vele familieleden, geliefden en andere betrokken zijn nu gebroken.”

Precies een jaar geleden startte Hammond – die voor zijn fotoprojecten prijzen ontving van World Press Photo en Amnesty International – Witness Change, een non-profit organisatie die zich inzet voor mensenrechten wereldwijd. Met een artikel in Time Magazine en op de site witnesschange.org begon hij met ‘Where Love is Illegal’: een foto- en verhalenproject waar mensen uit de LGBTI-gemeenschap (lesbian, gay, bisexual, transgender en intersex) aan het woord komen. „Ik wilde mensen die worden gediscrimineerd vanwege hun seksuele geaardheid de mogelijkheid bieden hun verhaal te delen”, zegt Hammond. Inmiddels heeft het project 130.000 volgers op Instagram.

De fotograaf kwam op het idee toen hij in 2014, op pad voor National Geographic Magazine in Lagos, het verhaal hoorde over vijf jongens die in het noorden van Nigeria waren opgepakt vanwege hun homoseksuele geaardheid. „Ik reisde erheen. Bij aankomst waren de jongens vrijgelaten. Maar ze waren vreselijk bang. Ze vertelden hoe ze tijdens hun opsluiting met zwepen waren geslagen en hoe ze door hun families waren verstoten. Ik dacht: als dit mij raakt, dan raakt dit anderen ook.”

Where love is illegal

Hammond fotografeerde de jongens en tekende hun verhalen op. Met het resultaat ging hij naar fotoagentschap Getty Images waar hij een beurs ontving om, met een vormgever, ‘Where Love is Illegal’ te beginnen. Nu, een jaar later, heeft Hammond 65 homoseksuelen en transgenders in zeven landen, waaronder Zuid-Afrika, Rusland en Libanon, geportretteerd. Daarnaast is zijn site een platform voor mensen die zelf hun verhaal willen delen en wordt er geld ingezameld voor organisaties in landen als Nigeria en Oeganda die opkomen voor homorechten.

„We kunnen in de VS en West-Europa wel denken dat we al een heel eind zijn gekomen met de homo-emancipatie, maar in grote delen van de wereld zijn mensen nog steeds homofoob en is homoseksualiteit illegaal.”

‘Uiteindelijk maken tragedies als in Orlando de homogemeenschap sterker’

Hij weet dat hij daar weinig aan kan veranderen. „Maar als een minderheid in een land als Oeganda de kans krijgt zich uit te spreken, wordt het voor de overheid een stuk moeilijker zo’n groep als vijand te bestempelen. Als homoseksuelen, biseksuelen of transgenders hun verhalen kunnen vertellen, wordt het voor het conservatieve deel van een samenleving lastiger deze groep te blijven haten.”

Volgens Hammond is de angst voor homoseksualiteit in sommige delen van Afrika op dit moment zelfs toegenomen. „Je ziet een tegenbeweging op gang komen. Juist omdat homorechten in bijvoorbeeld de VS meer aandacht krijgen, en het homohuwelijk in alle staten is gelegaliseerd, worden de conservatieve krachten in andere landen aangewakkerd. Men voelt zich bedreigd en gaat harder schreeuwen.”

En wat voor gevolgen heeft de aanslag in Orlando volgens hem voor de homogemeenschap in Amerika? „Ik zie op Facebook en Twitter eindeloos veel steunbetuigingen. Wat is gebeurd is vreselijk, maar ik ben ervan overtuigd dat dit soort tragedies de homogemeenschap uiteindelijk sterker maakt. Als het om mensenrechten gaat, moet een situatie vaak eerst verslechteren voordat er een verbetering optreedt.”

    • Rosan Hollak