IJsland, inspiratiebron voor de underdog

EK-debutant IJsland, ruim 300.000 inwoners, stunt met het 1-1 gelijkspel tegen het Portugal van de grote Cristiano Ronaldo.

Birkir Bjarnason na de 1-1 voor IJsland. Foto Kai Pfaffenbach/Reuters

Niemand, in Nederland, zal nog schrijven dat puntenverlies tegen IJsland beschamend is. Het is gewoon een hele, hele stugge ploeg met een hoge organisatiegraad achterin. Makkelijk te analyseren, moeilijk te bestrijden. Weet nu ook Cristiano Ronaldo, en de rest van Europa, na het 1-1 gelijkspel dat de nieuwkomer op dit Europese kampioenschap afdwong tegen Portugal.

Het debuut van IJsland, alle 330.000 inwoners passen met gemak in de tien stadions van dit EK, is een historisch voetbalmoment op zich. Een accolade voor het landje, een inspiratiebron voor de underdog, waar ook ter wereld.

IJsland tegen Ronaldo en zijn mannen is, volgens alle maatstaven, een oneerlijke strijd. Een gevestigde Europese macht contra een minidebutant, een afgelegen eiland dat zich miraculeus plaatste voor het EK. Miraculeus omdat het eiland, qua inwonertal van het land, met afstand de kleinste deelnemer aan dit EK is. Niet miraculeus gezien het volwassen voetbal dat aan dat succes ten grondslag ligt.

Maar kwalificatiewedstrijden tegen – bijvoorbeeld – het zwakste Nederland in decennia is wat anders dan het bedwingen van de Portugese raspaardjes en houwdegens op een eindtoernooi, het allereerste dus in de IJslandse voetbalgeschiedenis. Ruim voor Nani’s openingsgoal na een half uur was het zorgvuldig opgebouwde defensieve bouwwerk van het bondscoachduo Lars Lägerback/Heimir Hallgrimmsson al fors in het fundament geraakt.

IJsland beefde daar, halverwege de eerste helft. En toen lag de bal er ineens in, na een aanval over rechts in moordend tempo, een klassieke aaneenschakeling van één keer raken, draaien, doorlopen. Zonder betrokkenheid van Ronaldo overigens. Nani rondde af: 1-0.

Je kon spreken van de clash van vulkanische eilanden dinsdagavond in Saint-Étienne. Althans voor wie Portugal omwille van simplificatie reduceert tot aanvoerder Cristiano Ronaldo, de allergrootste en tevens enige Portugese international afkomstig van Madeira. Toen Ronaldo op 12-jarige leeftijd van Madeira naar de jeugdopleiding van Sporting Lissabon verhuisde, móest hij slagen. De armoede ontworsteld, heimwee natuurlijk naar moeder Delores, dagelijks huilen, maar ook dagelijks stiekeme krachttraining. Slagen, slagen, nooit versagen.

IJslanders zijn niet anders, al zit er geen mondiale grootheid bij, geen IJslandse Ronaldo. Wel de alleraardigste aanvaller Gilfy Sigurdsson. Ook de 37-jarige IJslandse oud-Barcelonaspeler Eidur Gudjohnsson is mee, meer voor zijn presence dan voor wat anders.

Jelle Goes, technisch manager van de KNVB, ging tijdens zijn studiereis voor het Nederlandse voetbalbeleidsplan ‘Winnaars van morgen’ op bezoek in IJsland. Hij verhaalde onlangs: „Als je daar weggaat, is het: Ok, veel succes. Maar je komt wel terug met een succesverhaal.” Het is die eilandmores die voorschrijft dat, wat je ook doet – visserij, bankwezen, fruitkweken – je godvergeten alles geeft. Opoffering is evident, zonder wrijving geen glans.

Het eiland, zittend op een groeiende geldberg in die zorgeloze IJslandse periode van hoogtij voor de kredietcrisis, stak zijn rijkdom niet in extravaganza. Er bleek na de eeuwwisseling veel mogelijk met hulp van het door de overheid gestimuleerde en gefinancierde beleidsplan ter verhoging van het spelniveau. Indoorhallen om de lange winters door te komen, een arsenaal van zeshonderd gediplomeerde voetbaltrainers op een ledenaantal van 20.000 voetballende IJslanders. Talent is schaars, maar alles wat er in zit wordt uit de voetballertjes geperst.

Een bovenmenselijke ploeg alleen al door in Frankrijk te zijn. IJsland kreeg na rust tegen Portugal één grote kans, met de langharige mens Birkir Bjaranson die de 1-1 afdrukte. Hij stond als een afgelegen eiland zo vrij, geen Portugees in de buurt. Verwijten over en weer. En Ronaldo keek weer met die kinderlijke blik, zoals ie kijkt als het niet gaat zoals hij het precies wil. Zijn schoten kwamen, maar het had geen zin. En dan wordt het vervelend, vraag het Oranje-internationals, een muur die voor je opgetrokken wordt.

    • Bart Hinke