Hoeveel is de taxatie van de taxatie?

De onderhandelingen over lagere medicijnprijzen verliepen „veelbelovend” , zegt de minister. Maar dat is niet te controleren.

Foto Istock

Afdingen werkt, het experiment is geslaagd, is de boodschap die minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) dinsdag aan de Tweede Kamer overbracht.

Vier jaar geleden besloot het ministerie om zelf met de farmaceutische industrie te gaan onderhandelen over de prijzen van dure medicijnen. De resultaten daarvan zijn „veelbelovend”. Volgens Schippers kan zij door het afdingen tot meer dan 200 miljoen euro per jaar besparen op de uitgaven.

Het inkoopkantoortje van het ministerie is klein maar groeit gestaag. Twee jaar geleden begon het met vier man, inmiddels koerst het bureau af op een verdubbeling van het aantal personeelsleden.

Maar om het succes dat Schippers claimt te begrijpen, moet de buitenwacht wel een paar gedachtesprongen maken.

De hoge prijs van geneesmiddelen is een van de grootste kwesties in de zorgsector. Er zijn prachtige nieuwe medicijnen, zoals het middel tegen hepatitis C, maar de prijzen die de farmasector voor zijn middelen vraagt, worden steeds minder betaalbaar – zelfs voor westerse landen.

Omdat het budget beperkt is, werken de dure geneesmiddelen als een soort koekoeksjong dat andere zorg verdringt. Ieder nieuw middel tegen kanker gaat zo indirect ten koste van het geld dat voor thuiszorg beschikbaar is, om maar een dwarsstraat te noemen.

Daarom gebruikt Zorginstituut Nederland, Schippers belangrijkste adviseur voor de omvang en inhoud van het basispakket, een ijkpunt om het belang van een nieuw medicijn te beoordelen. Wegen de kosten op tegen de jaren aan gezondheidswinst? Op die manier adviseerde het Zorginstituut al vaker negatief vanwege de te hoge kosten ten opzichte van de doelmatigheid van een geneesmiddel.

Maar in het openbaar afdingen is niet mogelijk: dat wil de industrie niet. Want dan geven farmaceutische bedrijven hun onderhandelingspositie kwijt. Ze willen wel korting geven, maar alleen als het niet bekend wordt.

Dit is de reden dat minister Schippers een paar jaar geleden met het experiment is begonnen om achter gesloten deuren kortingen te bedingen en die via een ingewikkeld systeem te verwerken.

Zorgverzekeraars, die er in Nederland verantwoordelijk voor zijn zorg tegen een zo laag mogelijke prijs en van zo goed mogelijke kwaliteit in te kopen, zijn bij de dure medicijnen lijdend voorwerp. Zij vergoeden de officiële tarieven van de dure geneesmiddelen die ziekenhuizen gebruiken en krijgen via een onafhankelijk kantoortje de door Schippers bedongen kortingen teruggestort.

Niet te controleren

Dit gebeurt voor alle middelen in één keer, zodat verzekeraars niet kunnen zien welk tarief uiteindelijk met het ministerie is afgesproken. Schippers zegt zelf ook liever openheid van zaken te willen geven, maar zij kiest er liever voor de kosten voor de premiebetaler naar beneden te krijgen en het middel in het basispakket te houden maar niet open te kunnen zijn over de resultaten.

Dat is het dilemma: Schippers claimt veelbelovende resultaten, maar dat is niet te controleren. In 2018 verwacht de minister 203 miljoen euro minder kwijt te zijn door de nieuwe aanpak. Maar de uiteindelijke uitgaven aan dure geneesmiddelen zijn wel hoger dan in 2015.

De geclaimde „veelbelovende” resultaten zijn taxaties van taxaties. En er zit veel vertraging in de definitieve cijfers. De werkelijk gerealiseerde „uitgavenverlagingen” over 2015 zullen de Kamer begin 2007 worden meegedeeld.

Schippers heeft besloten om het experiment te staken per 2017. De inkoop van dure geneesmiddelen via het aparte kantoor van VWS wordt dan vast beleid. Eén van de nadelen is dat de Kamer structureel niet meer kan zien wat er precies wordt uitgegeven aan dure geneesmiddelen. Er zit een klein zwart gat in de begroting van VWS.

    • Jeroen Wester