Een robot schrijft eerder goede poëzie dan een filmscenario

Algoritmes zijn erg creatief de laatste tijd. In april printte een softwaresysteem een eigen Rembrandt. Google liet zijn AI poëzie schrijven. The Guardian zette een robot in tegen Yotam Ottolenghi in een kookwedstrijd. (Verplichte ingrediënten: kippenlevers, wasabi, tequila).

Sinds dit weekeind vind je op YouTube ook Sunspring, een zeven minuten durende sciencefictionfilm van regisseur Oscar Sharp naar een scenario van tekstbot Benjamin. AI-expert Ross Goodwin voedde Benjamin alle scripts van sf-films en -series die hij kon vinden, plus enkele steekwoorden.

Sunspring begint nog lucide. In een toekomst van massawerkloosheid zijn jonge mensen gedwongen hun bloed te verkopen, mompelt ene H. Dan gaat het bergafwaarts: H spuwt zomaar een oogbol uit of duwt een shotgun in eigen mond, waarna zich een zwart gat in de vloer opent „dat leidt naar de man op het dak”. Intussen voert H gesprekken met C en H2, of eigenlijk: willekeurige reeksen vragen en net niet-antwoorden. H2: „Wat bedoel je?” H: „Sorry, ik weet dat je mij niet eens zou aanraken.”

Wat het humorloze absurdisme van Sunspring nog enige samenhang geeft, is de interpretatie van de regisseur en de acteurs, die een driehoeksrelatie tussen H, C en H2 vermoeden. Het script Sunspring fungeert zo als die oude therapiebot Eliza, die elke vraag terugketst: wij interpreteren dat vervolgens als conversatie.

Na Sunspring durf ik de stelling aan dat een algoritme als Benjamin veel eerder volwaardige poëzie zal produceren dan een filmscript. Dat vereist complexe emotionele logica, poëzie mag vaag en multi-interpretabel zijn. Let ook op de themasong van Sunspring, die Benjamin schreef op basis van 30.000 popliedjes: „I was happy and blue/I was thinking of you/ I was a long long time/I was so close to you.” Daar zou Coldplay nu al mee wegkomen.

Een filmscenario is lastiger. In een interview in Ars Technica stellen Goodwin en Sharp dat Sunspring eerder een spiegel is van onderliggende codes en patronen in een filmgenre als sciencefiction. Dat de dialoog zo absurd veel „wat bedoel je” en „ik weet niet” bevat, is bijvoorbeeld omdat Benjamin veel scripts van tv-series als Star Trek en The X-Files doorwerkte, waar men zich continu verbaast over wonderlijke zaken. Wat als we Benjamins database vullen met romantische komedies, kostuumdrama of horror? Dat wil ik graag zien.

    • Coen van Zwol