Duivels dilemma - een Brexit is een mokerslag voor de vrede

Stel de duivel stelt u voor de keuze: Trump in het Witte Huis of Groot-Brittannië uit de EU. Jonathan Freedland wil voor alles een Brexit voorkomen.

Stel dat de duivel in het holst van de nacht bij u op bezoek zou komen. Stel dat Lucifer u in een mooi pak, zijn staart en hooivork kunstig verborgen, een aanbod doet? Hij kent de zorg die u – een braaf progressief type – ’s nachts uit uw slaap houdt en belooft dat hij één, maar niet meer dan één, van uw twee diepste wensen van dit ogenblik zal vervullen: hij belooft u dat Donald Trump de Amerikaanse presidentsverkiezingen zal verliezen of hij garandeert u dat Groot-Brittannië in de Europese Unie zal blijven. U mag een van beide kiezen, maar niet allebei. Wat zou u kiezen?

Het vooruitzicht van een president Trump vervult het vooruitstrevende hart met zoveel afschuw dat de verleiding heel sterk zou zijn om een racistische vrouwenhater en koeionerende oplichter de sleutels van het Witte Huis te onthouden. Bedenk maar eens hoe schadelijk het voor de wereld zou zijn als het machtigste ambt op aarde door zo’n man zou worden bekleed. Elke goedkope vreemdelingenhater, seksist op het werk en racistische populist zou een rolmodel op het hoogste punt van de wereldmacht hebben. En dat is dan nog zonder de immigratiestop voor moslims in de Verenigde Staten, de beoogde deportatie van elf miljoen illegale immigranten en de bereidheid om zowel in het Midden-Oosten als in Europa kernwapens te gebruiken. Natuurlijk zou de vooruitstrevende Faust van nu de duivel smeken om Trump in november te laten vermorzelen.

En toch zou ik aarzelen voordat ik die afspraak met Beëlzebub beklonk. Natuurlijk, een presidentschap van Trump zou een nationale en internationale ramp zijn, maar de kans zou bestaan om er na vier jaar weer een eind aan te maken. En de Amerikaanse republiek heeft goed verankerde middelen – de Senaat, het hooggerechtshof – om de reality-tv-ster in toom te houden. Het zou een nachtmerrie zijn, dat staat buiten kijf, maar het eind zou ook weer in zicht zijn.

Een Brexit is van een andere orde. Als het verleden een leidraad is, zou onze volgende kans om het besluit te herzien niet over vier, maar over veertig jaar zijn. Wat op 23 juni wordt bepaald, is geen kwestie van één enkele verkiezingscyclus, maar een zaak van eens per twee generaties.

Zeggenschap

Op het ogenblik lijkt het land bereid om voor vertrek te kiezen. Voorstanders daarvan hebben het initiatief, de leiding in de peilingen, de energie en de helderste boodschap. Samengevat in twee woorden, even gemakkelijk nagepraat door Boris Johnson als door Dennis Skinner, luidt deze: zeggenschap krijgen. Nu de immigratie en niet de economie bij de kiezers het overheersende onderwerp is en over dat laatste thema wordt gezwegen, hoeft de strijd alleen maar zijn huidige vorm te behouden en het ‘nee’ blijft aan de winnende hand – en Groot-Brittannië zal binnen twee weken voor een vertrek uit de Europese Unie stemmen.

Dat vooruitzicht heeft mij tot een afspraak met de duivel bewogen. Want wat zullen de gevolgen van een Brexit zijn? Neem het Verenigd Koninkrijk zelf. Je hoeft niet te geloven dat het Schotse volk uitsluitend uit Brussel-gezinde federalisten bestaat om in te zien dat er een nieuwe en zonder meer onstuitbare druk tot een tweede referendum over de onafhankelijkheid zal ontstaan als het merendeel van de Schotse kiezers wil blijven terwijl het Verenigd Koninkrijk voor een vertrek stemt. De Schotten zal worden gevraagd te kiezen tot welke unie ze liever willen behoren: een alleenstaand Verenigd Koninkrijk in de geest van Nigel Farage of een EU waarin verschillende kleine landen tot bloei zijn gekomen.

Minder besproken, zij het deze week juist wel door het gezamenlijke bezoek van John Major en Tony Blair, is het effect op Noord-Ierland. De rest van het Verenigd Koninkrijk is veel te zorgeloos over de vrede in dat deel van de wereld, een vreemde vorm van geheugenverlies over die 30-jarige oorlog die duizenden levens heeft geëist en nog geen twintig jaar geleden pas ten einde kwam. De regelingen daar zijn broos en kwetsbaar. Een Brexit zou alles overhoop halen en de grens tussen het noorden en het zuiden van Ierland opeens veranderen in een harde grens tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk. Het is roekeloos om hooghartig te veronderstellen dat dit geen invloed zal hebben op de kostbare, zwaarbevochten stabiliteit van dat eiland.

Oorlog

Maar de toekomstige levensvatbaarheid van het Verenigd Koninkrijk is niet de reden dat ik mijn ene duivelse wens zou willen inzetten om een Brexit te voorkomen. Nee, het schrikbeeld dat mij achtervolgde terwijl Satan met zijn vingers trommelde en mijn beslissing afwachtte, was veel elementairder. Namelijk de angst dat de Europese Unie, die al zo gehavend is door de eurozonecrisis, gewoon niet tegen het vertrek van een van de ‘grote drie’ leden bestand zou zijn. Wij zouden niet er zomaar een draadje uittrekken, maar een tuitouw: de EU zou instorten – misschien niet meteen, maar uiteindelijk wel. Een afscheiding van Estland, Malta of zelfs Griekenland zou de EU misschien nog overleven. Maar ik ben bang dat de EU net zoals ze zonder Frankrijk of Duitsland uiteen zou vallen, dit ook zonder het Verenigd Koninkrijk zal doen.

Waarom zou dit voor de Britten dan nog een zorg zijn? Hou wel de geschiedenis van dit continent in gedachten. Het verhaal van Europa is het verhaal van vrijwel onafgebroken oorlog en bloedvergieten. De 100-jarige oorlog, de 30-jarige oorlog, de Spaanse oorlogen, de Frans-Pruisische oorlog, de twee wereldoorlogen van de vorige eeuw: dat doen de Europese volken elkaar aan – tenzij ze bijeen worden gehouden door een opzet die hen verplicht hun geschillen te beslechten aan een Brusselse vergadertafel, waar het dodelijkste gevaar de verveling en een nachtelijke slechte adem is. Daar draait het Europese project om. Niet alleen om goederen en diensten en handel en werkgelegenheid. Het draait ook om lijf en leden. En vergis u niet: als de 27 EU-lidstaten 27 oorlogvoerende landen in Europa worden, zal GB niet veilig afzijdig blijven, op vredige afstand met het Kanaal ertussen.

Het vergt een buitengewoon vertrouwen om de laatste duizend jaar van de Europese geschiedenis te bekijken en de gok te nemen dat de zeventig jaar vrede die sinds 1945 heeft standgehouden – een uitzonderlijk, atypisch intermezzo – niets te maken heeft gehad met het bestaan van het Europese project. Zien we het nu echt als toeval dat er nog nooit twee EU-lidstaten tegen elkaar hebben gevochten? Denken we zoveel geluk te hebben?

Dit is dan ook het antwoord dat ik de duivel zou geven. Laat Groot-Brittannië blijven, opdat de 21ste eeuw niet net zo doordrenkt wordt van bloed en verdriet als alle Europese eeuwen die eraan voorafgingen. En wat Trump aangaat: daar hebben we het in november nog wel over.

Jonathan Freedland is een Britse journalist en columnist van The Guardian

    • een onzer redacteuren