Opinie

    • Bob Hoogenboom

De overheid kan straks alles zien, horen, voelen en onthouden

Ik ging vroeger op visite bij tante Schot op de Soestdijksekade 922 in Den Haag. Zij had twee ‘spionnetjes’ buiten hangen: spiegels waarmee zij precies kon zien wie op straat liep en wie het portiek op ging. De spiegels van tante Schot zitten nu in sensoren om explosieven, nucleair afval, wapens en drugs te detecteren. In camerasystemen.

Het woord ‘surveillance’, van het Franse ‘surveiller’ (kijken) is niet meer beperkt tot het fysieke oog. Snapchat, Google Earth, Facebook en ons betalings- en reisverkeer wordt via digitale versies van Tante Schot’s spionnetjes in praktijk gebracht. Ik pleit voor verbeeldingskracht in de publieke discussie over surveillance. We zitten nog teveel vast in de fysieke wereld. In het WRR-rapport iOverheid (informatieoverheid) wordt gewezen op het feit dat informatiescheidslijnen tussen departementen, beleidsvelden, uitvoeringsorganisatie en de publieke en private sector diffuus zijn geworden. Maar, dat er ironisch genoeg geen noemenswaardig besef is van consequenties daarvan. Dat was in 2011.

Vorige maand bracht de WRR het rapport Big Data in een vrije en veilige samenleving uit. Volgens de WRR biedt Big Data biedt zeker kansen voor opsporing en surveillance, maar vraagt tevens om sterkere waarborgen voor de vrijheidsrechten van burgers. Nu ligt de nadruk in de regelgeving op de regulering van het verzamelen van data. Dit zou moeten worden aangevuld met de regulering van en het toezicht op de fases van de analyse en het gebruik van Big Data. Omdat de hoeveelheid beschikbare data over personen, gebeurtenissen en processen exponentieel is toegenomen. Data worden routinematig vastgelegd en zijn steeds meer het bijproduct zijn van dagelijkse handelingen (gebruik van internet, sociale media, mobiele telefoons en verschillende applicaties).

De opslagcapaciteit verdubbelt iedere drie jaar. De kosten van dataopslag nemen af. De combinatie van steeds krachtigere computers, betere software, zelflerende algoritmen en machine learning biedt kansen voor Big Data-toepassingen. Door het koppelen van databases wordt het mogelijk om nieuwe, praktisch bruikbare kennis te construeren. Behalve commerciële partijen maken ook overheidsorganisaties steeds vaker gebruik van die nieuwe kennis- en datavergaring. Maar het is niet gemakkelijk in kaart te brengen hoe en in welke mate Big Data zich in het (Nederlandse) veiligheidsdomein manifesteert, aldus de WRR.

Het waarnemen met behulp van technische hulpmiddelen ter uitoefening van de politietaak, wordt sensing genoemd. Minister van der Steur stuurde in november hierover een brief naar de Kamer. Sensing is afgeleid van het Engelse werkwoord to sense: waarnemen of gewaarworden. Technologie ‘voelt’ wat we doen. Sensoren zijn technische hulpmiddelen die in de kern een verlenging van de menselijke zintuigen zijn, zoals microfoons om te horen, camera’s om te zien, weegplaten om te kunnen voelen. Veel soorten sensoren zijn al in gebruik bij de politie. Sensoren worden talrijker, kleiner, ‘slimmer’, goedkoper. Voor de politie vormen ze een belangrijk middel ter uitvoering van de (informatie gestuurde) politietaak. Sensoren zijn in onze wereld van ‘the internet of things’ volop doorgedrongen en niet meer weg te denken, aldus minister van der Steur. Volgens de politie is voorspelbaar dat voor 2020 90% van de (geautomatiseerde) informatiestromen die op de politie afkomen, afkomstig is uit private en publieke sensoren.

Volgens het Rathenau Instituut wordt onze band met technologie steeds inniger. Het Rathenau Instituut spreekt over ‘een intiem-technologische revolutie’, die mede mogelijk gemaakt wordt door de smartphone, sociale media, sensornetwerken, robotica, virtuele werelden en Big Data.

De technologie ontwikkelt zich niet alleen razendsnel maar wordt ook vrijwel zonder publiek debat geïnstalleerd en gebruikt. ‘De iOverheid staat niet op het netvlies van politiek en beleid en dat is gezien de gestaag verdergaande informatisering problematisch. Het ontbreekt paradoxaal genoeg aan een politiek besef van de implicaties van het hele bouwwerk van de iOverheid, terwijl toch (bijna) alle bouwstenen zijn voortgekomen uit politieke besluitvorming. Aan deze paradox zal een einde moeten worden gemaakt’, aldus de WRR. Minister van der Steur vermeldt in zijn notitie over sensing ook dat ‘altijd politiek-bestuurlijke besluitvorming vooraf gaat met aandacht voor privacy en juridische vragen’.

Ik betwijfel dat. Ik bepleit de instelling van een onafhankelijke commissie die in opdracht van het Parlement in kaart brengt hoe deze nieuwe surveillance zich ontwikkelt en welke democratische controle hierop mogelijk is.

Bob Hoogenboom is hoogleraar fraude en regulering aan Nyenrode en bijzonder hoogleraar Politiestudies en Veiligheidsvraagstukken aan de VU. De Politiecolumn wordt afwisselend geschreven door deskundigen uit het politieveld.

Blogger

Bob Hoogenboom

Bob Hoogenboom is hoogleraar fraude en regulering aan Nyenrode waar hij 'fraude en witwassen' in de accountantsopleiding en 'governance/corporate governance & pps' in het modulair MBA-programma doceert. Samen met Marc Schuilenburg geeft hij het mastervak 'Politie en Veiligheid' aan de VU. Bob schrijft blogs op maatschappijenveiligheid.nl en accountant.nl over actuele fraude- en politievraagstukken en twittert als @abhoogenboom. Sinds 1988 is hij als part time docent verbonden aan de Politieacademie. Voor zijn proefschrift Het Politiecomplex (1994) ontving hij de Publicatieprijs van de Stichting Maatschappij en Veiligheid.

    • Bob Hoogenboom